Sinds 2019 kunnen volwassenen met overgewicht en obesitas deelnemen aan de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI). Het doel is een gezonde leefstijl aan te leren en vast te houden, met een gezonder gewicht en een betere kwaliteit van leven als resultaat. Het RIVM volgde zeven jaar wat dat opleverde en publiceerde onlangs het eindrapport. De conclusie is dat de GLI mensen helpt om af te vallen en om zich beter te voelen. Goed nieuws voor de deelnemers, en ook voor zwembaden: met GLI-groepen kun je een verschil maken.
Werken aan een gezondere leefstijl
Onder begeleiding van een leefstijlcoach werken deelnemers twee jaar aan voeding, beweging, slaap en stress. De behandelfase van ongeveer een jaar is het intensiefst, met meer groepsbijeenkomsten en individuele gesprekken. Daarna volgt een onderhoudsfase van ruim een jaar. Met een BMI boven de 35 kan iedereen meedoen. Bij een BMI tussen 25 en 35 moet er sprake zijn van een verhoogd gezondheidsrisico, zoals hart- en vaatziekten, slaapapneu of artrose. Deelname valt niet onder het eigen risico. Er zijn verschillende erkende GLI-programma’s, waarvan CooL, BeweegKuur en SLIMMER de meeste deelnemers hebben. Eind 2025 was er in vrijwel alle gemeenten aanbod, en waren ruim 195.000 mensen aan een GLI begonnen.
Wat levert het op?
Deelnemers zonder gewichtsverlagende medicijnen verloren na twee jaar gemiddeld 5 procent van hun gewicht en ruim 4 procent van hun buikomvang. Meer dan 80 procent wist het gewicht te verlagen of te stabiliseren. Bijna vier op de tien deelnemers verloren minimaal 5 procent van hun gewicht, de grens waarbij gezondheidswinst merkbaar wordt. Met medicatie haalde 62 procent die grens. Vergeleken met een controlegroep van mensen met overgewicht die niet aan een GLI meededen, maar wel regelmatig bij de huisarts kwamen, verloren deelnemers gemiddeld 2,5 kilo meer. Maar het opvallendste resultaat zit niet op de weegschaal. De kwaliteit van leven steeg na twee jaar met 10 punten op een schaal van 0 tot 100 bij deelnemers zonder medicatie, en met 12 punten bij deelnemers met medicatie. Mensen voelen zich dus duidelijk beter, ook als de kilo’s minder hard gaan dan gehoopt.
Meer mensen houden het vol
Uitval blijft een aandachtspunt, maar het gaat de goede kant op. De laatste jaren rondde zo’n twee derde van de deelnemers het traject af. Over de hele periode stopte 38 procent voortijdig. Dat is vergelijkbaar met andere leefstijlprogramma’s: bij interventies met bijeenkomsten op locatie loopt de uitval in onderzoek op tot 47 procent. Uit eerder onderzoek van het RIVM blijkt dat deelnemers nog verschillende drempels ervaren om vol te houden. Het bereik verschilt sterk per gemeente, van 14 tot 119 deelnemers op de 10.000 inwoners met overgewicht. Juist in gemeenten met relatief veel inwoners met een lagere opleiding en een lager inkomen doen veel mensen mee, al blijft extra inzet nodig om kwetsbare groepen te bereiken. Sinds de start volgde ongeveer 5 procent van de geschatte doelgroep van 3,8 miljoen Nederlanders een GLI. Er is dus nog veel ruimte.
Lees ook: Medicijnen of gezonde leefstijl: hoe tackelen we de obesitaspandemie?
Blijven deelnemers actief?
Of deelnemers na afloop actief blijven, is niet bekend. Dat is een belangrijke pijler van het succes van de GLI, maar de monitor was niet ingericht om gedragsverandering te meten, en dus ook niet of mensen meer zijn gaan bewegen. Duurzame gedragsverandering is wel een van de belangrijkste doelen. In het rapport wordt verwezen naar andere studies waaruit blijkt dat de aanpak daarin effectief is, maar die worden niet verder uitgewerkt. Over de lange termijn zegt het rapport dus weinig. De metingen werden vastgelegd door de GLI-aanbieders, en zodra het programma klaar was, stopte het contact met de deelnemer. De onderzoekers concluderen dat nader onderzoek nodig is om te weten hoe bestendig de resultaten zijn. Ook of de extra gezondheidswinst opweegt tegen de kosten, is nog een open vraag. Die analyse verschijnt in 2027.
Het zwembad als schakel
Het rapport gaat niet specifiek in op zwemmen, maar het zwembad kan wel een bijdrage leveren aan de GLI. Water draagt het lichaam en ontlast de gewrichten. Voor mensen met overgewicht of artrose maakt dat bewegen een stuk toegankelijker. Een zwembad ligt bovendien vaak midden in de wijk, en volgens het RIVM is juist die nabijheid belangrijk. Daarnaast verwacht het instituut dat de GLI steeds meer wordt afgestemd op specifieke groepen. Er wordt gewerkt aan varianten voor werkenden en mensen met een migratieachtergrond, en voor mensen met prediabetes bestaat al een erkend programma. Die ontwikkeling vraagt om een divers en laagdrempelig beweegaanbod. En omdat niemand meer meekijkt als de twee jaar erop zitten, is een vaste plek om te blijven bewegen waardevol. Aquasportlessen, banenzwemmen of een vaste groep op een vast moment kunnen dat stimuleren. Zo kunnen zwembaden een belangrijke schakel zijn in de leefstijlverandering van mensen met overgewicht en obesitas.
Lees voor meer informatie het rapport Resultaten van zeven jaar Gecombineerde leefstijl interventie (GLI) in Nederland