Wat maakt dat mensen in wijken met veel armoede structureel minder bewegen, en wat helpt daar écht tegen? Het zijn geen nieuwe vragen, maar de antwoorden blijken niet zo eenvoudig. Projectleider en onderzoeker Kirsten Verkooijen van Wageningen University & Research kijkt met ‘Wij(k) in Beweging’ op wijkniveau naar wat bewoners tegenhoudt of juist beweegt. In plaats van puur naar het individu te kijken, wordt hierbij een bredere focus gehanteerd: hoe dragen de sociale en fysieke omgeving, regelgeving en voorzieningen tezamen bij aan de drempels die bewoners ervaren om te bewegen, en hoe kunnen we dat systeem veranderen? Waarbij het draait om het opsporen en ombuigen van deze drempels via kleine, haalbare aanpassingen. “Uiteindelijk staat daarbij niet per se het bewegen zelf voorop, maar het verkleinen van de ongelijkheid in kansen daarop.”
Geen quick fix
Dat bewoners met een lage sociaaleconomische positie aantoonbaar minder sporten is bekend. Kirsten benadrukt dat het een vraagstuk is dat al decennia bestaat en zich dus ook niet simpel laat oplossen. En dat het in de meeste gevallen ook niet een kwestie is van niet willen. Met het onderzoek Wij(k) in Beweging van Wageningen University & Research, dat wordt gedaan in samenwerking met onder meer Hogeschool Windesheim, Inholland, Teamsportservice Amsterdam, Sportservice Zwolle, Sterk uit Armoede en Stichting Life Goals, lag daarom de focus vooral op de participatieve benadering. Op het vanaf het begin actief betrekken van bewoners en andere stakeholders zowel bij het in kaart brengen van de (lokale) context als in het zoeken naar en doorvoeren van oplossingen. “Waarbij we aansluiten bij de leefwereld van bewoners en bij reeds bestaande voorzieningen, netwerken en sleutelfiguren. Dus geen van bovenaf bedachte interventies, maar werken aan oplossingen waar draagvlak voor is.” Hiervoor zijn eerst de ‘systemische barrières’ beter in kaart gebracht, om vandaaruit te kijken naar oplossingen. “Op die manier proberen we beter te begrijpen wat mensen nu precies tegenhoudt, om vervolgens te kijken hoe je heel concreet drempels kunt verlagen.” Het onderzoek richt zich op verschillende locaties, zowel in de stad als op het platteland, om aan te kunnen sluiten bij de lokale context. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen financiële, culturele en sociale obstakels, die vaak door elkaar heen spelen en elkaar versterken. “De rode draad bij dit alles is steeds het identificeren van de barrières en ze op waarde schatten. Om vervolgens natuurlijk te kijken hoe je ze kunt doorbreken. Want die drempels zijn zelden hetzelfde.” Daarbij is de insteek nadrukkelijk positief. “Het onderzoek kijkt niet alleen naar wat mensen tegenhoudt, maar sluit ook aan bij hun kracht, wensen en de kansen die ze zelf al zien.”
Ontmoeting als verbindende kracht
Bewegen gaat om fysieke inspanning, maar Kirsten geeft aan dat de sleutel breder ligt. “Sociale interactie is een minstens zo belangrijk aspect, het brengt mensen ook in beweging en blijkt voor sommige bewoners ook minder ‘intimiderend’ dan sporten of fysieke inspanning.” Op de verschillende locaties gaan onderzoekers het gesprek aan met bewoners, maar ook met mensen van beleid, sport- en zorgaanbod en andere maatschappelijke en commerciële organisaties, over wat hen bezighoudt. Als voorbeeld noemt Kirsten Didam, waar als enige locatie nog geen groot netwerk rond sport en bewegen was, maar er wel interesse vanuit maatschappelijke organisaties was om iets te doen aan ongelijkheid aan sport- en beweegdeelname. “Zo speelde Welcom, een welzijnsorganisatie, een centrale rol, een plek die voor mensen al vertrouwd is en van waaruit nieuwe contacten en activiteiten ontstonden, zoals het idee om een wandelclub te beginnen, waarna al snel mensen met elkaar in verbinding kwamen. Mensen vinden het fijn om met elkaar in beweging te komen.” Inmiddels is er een stichting -Montferland in beweging- die sportclubs koppelt, waarbij ook scholen en bedrijven zijn aangesloten. Maar Kirsten vult aan dat samen bewegen ook averechts kan werken. “Met anderen bewegen motiveert, maar als mensen het te spannend vinden om zich bij een onbekende groep aan te sluiten of het idee hebben dat iets moet, kan het ook juist afremmen. De animo neemt dan eerder af, men heeft het idee dat men er dan eigenlijk niet zo snel onderuit kan en begint er dan niet eens aan.”
Lees het gehele interview met Kirsten Verkooijen in ZwembadBranche #105