Stimuleren zwemveiligheid kinderen én volwassenen: wat doen gemeenten?

Hoewel bij het stimuleren van zwemveiligheid vaak aan kinderen wordt gedacht, is het zeker ook een aandachtspunt bij volwassenen. De NRZ en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur zetten zich daarom gezamenlijk hiervoor in door het ondersteunen van volwassenen die willen leren zwemmen en leven onder of rond het bestaansminimum met een financiële bijdrage uit het Volwassenenfonds. Zo’n 10% van de 20 – 54 jarigen en 40% van de 65 – 79 jarigen heeft geen zwemdiploma, terwijl slechts een derde van de Nederlandse gemeenten een (financiële) regeling voor volwassenen heeft. Maar hoe staat het überhaupt met het stimuleren van de zwemveiligheid in Nederland? Het Mulier Instituut deed een uitvraag bij het gemeentepanel van de VSG: hoe belangrijk vinden gemeenten de zwemveiligheid?

Foto: Hans Krudde

Schoolzwemmen

Afgelopen december heeft het Mulier Instituut het gemeentepanel van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) gevraagd of en hoe zij zwemveiligheid stimuleren en het behalen van een zwemdiploma ondersteunen, hierbij wordt overigens meestal verwezen naar het A-, B- en C-diploma en is het onduidelijk in hoeverre ook gevraagd is naar andere zwemdiploma’s. In totaal hebben op deze uitvraag 139 gemeenten geantwoord en ongeveer een derde geeft aan schoolzwemmen aan te bieden of het aanbod van schoolzwemmen te ondersteunen, kleine gemeenten ondersteunen schoolzwemmen minder vaak en bieden het minder aan dan grote gemeenten. Wat de toekomst betreft geeft 70% van de gemeenten die nu schoolzwemmen aanbieden of ondersteunen aan dat er niets zal veranderen: zij blijven schoolzwemmen aanbieden zoals zij dit nu doen. Maar overwegen gemeente die nu niets doen, straks wel wat te gaan doen? Helaas. Drie kwart geeft aan dat dit op korte termijn niet zal veranderen, slechts 2% van de gemeenten zonder schoolzwemmen geeft aan het wel op de lange termijn te overwegen. Overige gemeenten hebben hier nog geen idee over. Wel staat het thema bij een aantal gemeenten op de agenda, waarbij sommigen kijken naar de ‘natte gymnastiek’ in plaats van het traditionelere schoolzwemmen.

Lees ook: Zwemaanbieders werken veel samen: lokale sportakkoorden bieden nog meer kansen

Vangnetregelingen

  • Kindervangnet
    Bijna alle ondervraagde gemeenten (91%) zijn aangesloten bij Jeugdfonds Sport & Cultuur (54%) of Stichting Leergeld (30%) en/of hebben een eigen subsidieregeling (44%). Slechts 2% van de ondervraagde gemeenten heeft geen regeling en 7% was niet op de hoogte van het bestaan van een regeling. De vangnetregelingen bestaan bij een derde veelal uit een financiële vergoeding met een maximaal bedrag, variërend van € 100 tot € 800 euro waarbij het meestvoorkomende maximumbedrag € 225 is. Dit is tevens het standaardbedrag dat Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld per jaar per kind beschikbaar stellen. Dit bedrag is alleen meestal niet voldoen en dekt een derde van de kosten voor een A-diploma. In andere gemeenten wordt geen geldbedrag beschikbaar gesteld, maar een bepaald traject gefinancierd wat meestal neerkomt op het A-diploma. Denkt hierbij aan het overmaken van de vergoeding rechtstreeks naar de aanbieder, een vergoeding voor het kopen van zwemkleding of een vergoeding voor de zwemlessen als onderdeel van een grotere subsidie voor sportdeelname aan minima.
  • Volwassenenvangnet
    Dit jaar is ook een uitvraag gedaan naar vangnetregelingen voor volwassenen en het blijkt dat 31% van de gemeenten een regeling heeft om zwemvaardigheid onder volwassenen te bevorderen, vaak bedoeld voor volwassenen die nog niet zwemvaardig zijn. Deze regelingen worden vooral ingezet voor het verbeteren van de zwemvaardigheid van asielzoekers en migranten. Ongeveer 5% van de gemeenten is aangesloten bij het Volwassenenfonds Sport & Cultuur, dat in 2020 is opgericht. Een kwart van de gemeenten heeft een eigen regeling. De vergoeding voor volwassenen ligt vaak wat lager dan die voor kinderen, tussen de € 100 en € 200. Enkele gemeenten geven aan dat regelingen voor volwassenen nog in ontwikkeling zijn.
  • Buurtsportcoaches en sportakkoorden
    Ongeveer een kwart van de gemeenten die hebben deelgenomen aan het onderzoek, zet één of meerdere buurtsportcoaches in voor taken die gerelateerd zijn aan zwemvaardigheden en zwemveiligheid. Gemeenten kunnen buurtsportcoaches inzetten om sporten, bewegen en/of deelname aan cultuur te stimuleren. De buurtsportcoach kan bijvoorbeeld sport- of beweeglessen geven of een rol spelen bij het verbinden van sport met sectoren als zorg, welzijn, onderwijs en kinderopvang. In het kader van zwemmen en zwemveiligheid worden de buurtsportcoaches vaak ingezet in programma’s voor kinderen in de vorm van schoolzwemmen of vangnetregelingen en begeleiding bij een aanbod van aangepast sporten. Ook worden buurtsportcoaches ingezet als verenigingsondersteuners bij zwemverenigingen. Uit een analyse van 291 lokale sportakkoorde blijkt dat in de helft van alle lokale sportakkoorden het thema zwemmen en/of zwemveiligheid aan bod komt.

Enkele highlights

  1. Ruim een kwart van de gemeenten in Nederland heeft een eigen regeling om de zwemvaardigheid bij volwassenen te bevorderen en 5% is voor deze stimulering aangesloten bij het in 2020 opgerichte Volwassenfonds Sport en Cultuur. De regelingen worden vooral ingezet om groepen die achterblijven in de zwemvaardigheid te stimuleren, zoals asielzoekers en migranten.
  2. Regelingen om zwemvaardigheid en zwemveiligheid bij kinderen te stimuleren worden vaker ingezet, namelijk bij negen op de tien gemeenten. De subsidieregelingen van gemeenten ter bevordering van de zwemvaardigheid en zwemveiligheid van kinderen zijn erg divers. Een groot aantal gemeenten is aangesloten bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur (54%) en/of Stichting Leergeld (30%), maar er zijn ook veel gemeenten met een eigen regeling (44%). De regelingen bestaan veelal uit een tegemoetkoming in de kosten van het A-diploma.
  3. Een derde van de gemeenten biedt schoolzwemmen aan of ondersteunt dit.
  4. Een kwart van de gemeenten zet buurtsportcoaches in voor werkzaamheden in verband met zwemmen en zwemveiligheid.
  5. In de helft van de lokale sportakkoorden komen de thema’s zwemmen en zwemveiligheid aan bod.

Het onderzoek is gedaan door het Mulier Instituut en de resultaten zijn gebaseerd op een uitvraag bij het gemeentepanel van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) in december 2020. Hierop heeft 36% (129 gemeenten) gereageerd, waarvan in verhouding meer grote gemeenten en minder kleinere gemeenten zien. Hierbij wordt meestal verwezen naar het A-, B- en C-diploma, het is onduidelijk in hoeverre er ook gevraagd is naar andere zwemdiploma’s.

Lees voor meer informatie over het onderzoek de factsheet ‘Lokale stimulering zwemmen en zwemveiligheid’ en voor meer informatie over het convenant tussen de NRZ en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur het persbericht ‘Financiële ondersteuning voor zwemles volwassenen’.





Splash Software