Donderdag 8 oktober ZwembadBranche Dag

Waarom ademhalen tijdens zwemmen zo bijzonder is

Bewegen is bewegen, maar of dat op het droge of in het water gebeurt, maakt wel degelijk verschil. Dat is bijvoorbeeld te merken aan de ademhaling. Tijdens wandelen, fietsen of hardlopen kan vrijwel ieder moment worden ademgehaald. Tijdens het zwemmen is de ademhaling veel meer afgestemd op de bewegingen. Zeker bij borstcrawl bepaalt de zwemslag wanneer het mogelijk is om in te ademen. Maar er gebeurt tijdens het zwemmen meer. De combinatie van waterdruk, onderdompeling, beweging en lichamelijke inspanning zorgt ervoor dat het ademhalingssysteem onder andere omstandigheden werkt dan tijdens sporten op het land.

Ademhalingssysteem aan het werk

Zodra de borstkas in het water ligt, oefent het water druk uit op het lichaam. Deze zogenoemde hydrostatische druk vormt ook een belasting voor de borstkas. Daarnaast zorgt onderdompeling ervoor dat er meer bloed richting de borstkas wordt verplaatst. Samen met de horizontale houding verandert dit de omstandigheden waaronder de longen en ademhalingsspieren hun werk moeten doen. Onderzoek waarin zwemmen werd vergeleken met fietsen laat zien dat het tijdens het zwemmen meer inspanning kan kosten om dezelfde hoeveelheid lucht in en uit te ademen. De onderzoekers schrijven dit onder andere toe aan de horizontale lichaamshouding en de hydrostatische druk. Het onderzoek werd uitgevoerd bij getrainde zwemmers. De resultaten kunnen daarom niet zomaar worden vertaald naar recreatieve baantjeszwemmers. Maar waterdruk en onderdompeling zijn omstandigheden waarmee iedere zwemmer te maken krijgt en waardoor het effect hetzelfde is.

Onderdeel zwemritme

Bij zwemmen kan niet op ieder gewenst moment worden ademgehaald. Dat is vooral bij borstcrawl goed merkbaar. Tijdens de slag wordt het hoofd opzij gedraaid om in te ademen, waarna het gezicht weer terug in het water gaat. De ademhaling wordt zo onderdeel van het ritme van de zwemslag. Maar wat betekent zo’n ademritme in de praktijk? Bij borstcrawl wordt de lucht ingeademd wanneer de mond boven water komt. Zodra het gezicht weer in het water ligt, wordt de lucht geleidelijk via de neus en/of mond uitgeademd. Zo wordt de ‘oude’ lucht al onder water afgevoerd. Wanneer de mond weer boven water komt, hoeft er niet eerst te worden uitgeademd en kan die korte periode direct worden gebruikt om opnieuw in te ademen. Dat helpt voorkomen dat de inademing een gehaaste ‘paniekhap’ wordt. Tijdens het uitademen wordt ook koolstofdioxide (CO2) afgevoerd. Wanneer de adem wordt ingehouden, loopt de hoeveelheid CO2 in het bloed op. Dat versterkt de ademprikkel en kan bijdragen aan een benauwd gevoel. Door onder water geleidelijk uit te ademen, kan de ademhaling beter blijven aansluiten op het ritme van de zwemslag. Ook voor de waterligging speelt de ademhaling een rol. De hoeveelheid lucht in de longen beïnvloedt het drijfvermogen. Door de uitademing te doseren, kan een zwemmer meer controle houden over de balans en positie in het water. Een goed afgestemd ademritme helpt zo om de in- en uitademing te laten aansluiten op de zwemslag en draagt tegelijkertijd bij aan een goede waterligging.

Lees ook: Wil je gaan zwemmen? Tips voor beginners!

Zwemmen en conditie

De ademhaling is dus een belangrijk onderdeel van de zwemtechniek. Tegelijkertijd vraagt zwemmen inspanning van het hele lichaam en draagt regelmatig zwemmen bij aan een betere conditie. Dat blijkt onder andere uit een grote overzichtsstudie waarin 29 onderzoeken naar zwemtraining werden bekeken. Deze onderzoeken richtten zich op mensen die niet op topsportniveau zwommen. De resultaten laten zien dat zwemtraining een positief effect kan hebben op de conditie. Zo kan regelmatig zwemmen de maximale zuurstofopname (VO?max) verbeteren. Dit is een maat voor hoe goed het lichaam tijdens inspanning zuurstof kan opnemen en gebruiken. Daarbij spelen niet alleen de longen een rol, maar ook het hart, de bloedsomloop en de spieren. Je hoeft dus niet op topsportniveau te zwemmen om aan je conditie te werken: ook recreatief zwemmen kan bijdragen aan een betere conditie.

Een total-bodyworkout

Zwemmen vraagt om een voortdurend samenspel van beweging en ademhaling. Terwijl de spieren in de armen en benen het lichaam door het water bewegen, wordt de ademhaling afgestemd op de zwemslag. Daarbij zorgen waterdruk, onderdompeling en de beperkte momenten om in te ademen voor omstandigheden die anders zijn dan bij veel sporten op het land. Zo wordt tijdens het zwemmen niet alleen het hele lichaam gebruikt en aan de conditie gewerkt, maar speelt ook een goed afgestemd ademritme een belangrijke rol. Juist die combinatie maakt zwemmen tot een echte total-bodyworkout.

Met dank aan Katrien Lamahieu


advertentie