Wil je gaan zwemmen? Tips voor beginners!

Zwemmen is natuurlijk heerlijk om te doen én gezond. Het is een zeer geschikte vorm van bewegen. Een krachttraining voor zowel het boven- als onderlichaam, daarnaast is het ook goed voor je hart en longen. Bovendien -en dat is misschien wel één van de belangrijkste voordelen-is het niet belastend. Het water maakt je vederlicht zodat je pezen en gewrichten weinig druk ondervinden. Dat maakt zwemmen niet alleen een prettige bewegingsvorm, maar ook heel geschikt voor mensen met gewrichts-
problemen en blessures of in revalidatietrajecten. Alles duidelijk, maar dan moet vervolgens de stap worden gezet naar het zwembad. Alles over Sport heeft enkele tips voor beginners.

Wil je beginnen met trainen?

  • Begin rustig en ga niet direct elke dag sporten. In de eerste weken is het goed om na elke training twee dagen rust te nemen.
  • Maak een sportplanning voor de komende twee of drie weken.
  • Wees flexibel met de planning. Lukt het een keer niet, geen probleem. Plan je beweegmoment dan op een andere dag.
  • Varieer een keertje in de sportkeuze. Heb je nog steeds spierpijn van het zwemmen? Ga dan eens een keer wandelen of fietsen.

Lees ook: Zwemmen is goed voor je. Waarom? Daarom!

Warming-up

  • Bij zwemmen gebruik je veel spieren. Luister daarom goed naar je lichaam.
  • Bouw de training op: je kunt beter te langzaam beginnen dan te snel.
  • Zwem eerst een paar minuten, zodat je spieren warm worden en op de juiste spanning komen. Op deze manier voorkom je blessures.
  • Na de training kun je het beste een paar minuten rustig uitzwemmen. Het lichaam herstelt zo van de inspanning en je hebt naderhand minder last van stijve spieren.

Training

  • Kies een goed zwemtempo: zorg ervoor dat je niet buiten adem raakt.
  • Wissel eens van zwemslag.
  • Wil je de training zwaarder maken? Neem dan vijf of tien seconden minder rust.
  • Varieer door een baan alleen met de benen of alleen met de armen te zwemmen.
  • Probeer tijdens het zwemmen van de schoolslag de benen met extra kracht te sluiten.
  • Tel het aantal zwemslagen en probeer de volgende baan met minder zwemslagen naar de overkant te komen.
  • Probeer tijdens het zwemmen van de borstcrawl een ‘rustmoment’ in de armbeweging te creëren door na het insteken van een arm even te wachten met doorhalen en de arm verder naar voren te strekken.
  • Houd tijdens het zwemmen afstand van je voorganger. Vijf meter tussenruimte is voldoende.