Economische groei: geven we meer uit aan zwemmen?

Het gaat goed met de economie. De economie trekt de laatste tijd weer aan, zoals de geleerden dat zeggen. Nadat de afgelopen jaren we vaak hoorden dat het wat minder ging, lijken deze verhalen nu ver achter ons te liggen. Dit betekent ook dat het bestedingsbudget van veel consumenten toeneemt. Maar betekent dit ook dat men meer gaat uitgeven aan het zwembad? Of besteedt men het geld ergens anders aan?

Helaas, uit het rapport over consumentenuitgaven aan sport dat is opgesteld door het Mulier Instituut, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Fontys Economische Hogeschool Tilburg blijkt dat de consumentenuitgaven aan sport niet onmiddellijk omhoog schieten bij een licht aantrekkende economie. Nederlandse huishoudens geven bij een opleving van de economie met name eerst extra geld uit aan lichaamsverzorging en luxere maaltijden thuis. Voordeel is wel dat eerder onderzoek liet zien dat als het economisch minder gaat, men niet direct bezuinigt op bewegen. Daarmee lijken consumentenuitgaven aan sport relatief ongevoelig voor economischee ontwikkelingen. Gelukkig, hoeven we niet direct in de stress te schieten als het straks weer de minder vette jaren zich aandienen. Alleen gaan we er voor nu wel even vanuit dat de recessie voorlopig achter ons ligt en we momenteel vooral nog kunnen profiteren van een stijgende economie.

Lees ook: Recreatie groeit, profiteert ook de zwembranche van de economische groei?

Andere onderzoeksresultaten:

  • In drie kwart van de Nederlandse huishoudens worden uitgaven aan sport gedaan, met name aan sportkleding en –schoenen, lidmaatschappen en entreebewijzen voor sportaccommodaties zoals zwembaden.
  • Gemiddeld geeft men € 71,00 per jaar uit aan entreebewijzen zoals bij zwembaden.
  • Als het economisch beter gaat geeft men vooral meer geld uit aan wonen, vakanties of weekendjes weg en uit eten.
  • Drie kwart van de Nederlandse volwassen bevolking vindt de kosten die aan sporten verbonden zijn niet bezwaarlijk.
  • Met 16 procent staan horecadiensten op de derde plaats: sporten en bewegen en het gezelschap van medesporters leidt frequent tot het bestellen van drankjes en hapjes in de (sport)kantine.
  • Uitgaven aan sportdeelname gaan voor bijna de helft naar contributie en lessen. Andere uitgaven betreffen huur van sportaccommodaties, sportartikelen, kleding, schoeisel en consumpties.
  • De uitgaven aan zwemmen nemen toenemen naarmate het inkomen stijgt. Zwemmers met een inkomen beneden modaal geven gemiddeld 23% uit aan zwemmen en zwemmers met een bovenmodaal inkomen 36%.
  • Het vaakst worden uitgaven aan sportkleding en –schoenen gedaan (52%), gevolgd door lidmaatschappen (40%). Uitgaven aan sportvakanties (5%) en uitgaven voor deelname aan evenementen (15%) komen relatief weinig voor.

Tabel: Uitgaven aan sport en aanverwanten in 2016, Nederlandse huishoudens, in procenten




RBI Corrosion