NOCNSF publiceert jaarlijks het rapport ‘Zo Sport Nederland’, met de belangrijkste trends en ontwikkelingen in sportdeelname. Het rapport geeft een gedetailleerd beeld van wie sport, hoe vaak, waarom en ook waarom niet. We zetten de belangrijkste bevindingen op een rij, met uiteraard een blik op wat ze betekenen voor de zwembranche.

De populairste sporten
Zwemmen behoort tot de top vijf populairste sporten naast fitness, wandelen, hardlopen en voetbal. Fitness staat daarbij al jaren op één en zwemmen, met 5% van de bevolking die er wekelijks aan deelneemt, op vier. Bij vrouwen scoort zwemmen zelfs nog hoger: na fitness en wandelen is het de meest beoefende sport. Onder kinderen tot en met twaalf jaar staat zwemmen op plek twee, direct na voetbal. En van de bijna twee miljoen niet-sporters die aangeven te willen bewegen, noemt 14% zwemsport als gewenste activiteit. Er is dus nog een aanzienlijk bereikbaar publiek voor de zwembranche.
Wie sport er en wie niet?
Bijna tien miljoen Nederlanders sporten wekelijks, 60% van de bevolking tussen 5 en 80 jaar. Dat percentage is al drie jaar stabiel, na een duidelijke dip tijdens de coronajaren. Tegelijkertijd sport nog altijd 31% van de bevolking niet, en van die groep wil slechts 38% daar verandering in brengen. Bijna vijf miljoen Nederlanders bewegen structureel te weinig, en een groot deel heeft dus geen directe behoefte om dat te veranderen. De groepen die het minst sporten zijn lager opgeleiden, ouderen en mensen met gezondheidsklachten — en dat zijn ook de groepen die het meest baat hebben bij regelmatig bewegen. Dit is zeker niet nieuw, het is een hardnekkig gegeven waar de hele sportsector al jaren mee worstelt.
Vrouw versus man
Mannen sporten vaker dan vrouwen (61% om 59%) en ook frequenter: 8,3 keer per maand tegen 7,6 keer. Dat verschil is al jaren stabiel. Vrouwen kiezen vaker voor een commerciële aanbieder zoals een fitnesscentrum of studio, mannen sporten vaker via een sportvereniging of alleen en ongeorganiseerd. Vrouwen noemen gezondheid als belangrijkste motivatie: conditie verbeteren, op gewicht blijven, stress verminderen. Mannen hechten iets meer aan plezier en prestatie, al staat gezondheid ook bij hen hoog. Voor het zwembad betekent dit dat aquafitness en groepslessen vrouwen meer zullen aanspreken, terwijl baanzwemmen en sportief zwemmen eerder mannen trekken. Beide doelgroepen zijn er, maar ze vragen om een ander aanbod en een andere aanpak.
Jong versus oud
De jeugd sport vaker dan volwassenen: 71% van de 5- t/m 18-jarigen beweegt wekelijks, tegen 58% van de volwassenen. Bij kinderen tot en met twaalf jaar is de sportdeelname hoog en stabiel. Bij tieners daalt de sportfrequentie al twee jaar op rij, van gemiddeld 8,6 keer per maand in 2023 naar 7,7 keer in 2025. Tijdgebrek en het gevoel al genoeg te bewegen zijn de meest genoemde redenen. Aan het andere eind van het spectrum staan de 65-plussers: hun sportdeelname daalt terwijl hun bevolkingsaandeel groeit. Bij vrouwen boven de 65 sport minder dan de helft nog wekelijks. Slechts 21% van de niet-sportende 65-plussers wil daar verandering in aanbrengen. Deze groep bereik je minder via de gebruikelijke sportprikkels, maar des te meer via een zorggerichte of sociale benadering.
Opleidingsniveau en inkomen
Opleidingsniveau is een van de sterkste voorspellers van sportgedrag. Van de lager opgeleiden sport bijna de helft niet (48%), bij middelbaar opgeleiden is dat 36% en bij hoger opgeleiden 21%. Mensen met een laag inkomen sporten gemiddeld ook minder vaak, en de verschillen naar inkomen volgen hetzelfde patroon als die naar opleiding. Wat het extra lastig maakt: juist bij lager opgeleiden is de bereidheid om te gaan sporten het kleinst — slechts 26% wil daar verandering in brengen, tegen bijna de helft bij hoger opgeleiden. Voor zwembaden die inzetten op toegankelijkheid via laagdrempelige programma’s of samenwerking met welzijnsorganisaties ligt hier zowel een maatschappelijke opgave als een concrete kans.
Regio
Er zijn duidelijke regionale verschillen in sportdeelname. Gelderland en Noord-Brabant scoren het hoogst (63% en 62%), gevolgd door Noord-Holland, Limburg en Utrecht. Flevoland en Friesland lieten dit jaar de grootste dalingen zien. Het hoogste aandeel niet-sporters vinden we in Drenthe en Flevoland. Op gemeenteniveau zijn de contrasten nog groter: in Bloemendaal is 44% van de bevolking lid van een sportvereniging, in de laagst scorende gemeente 12%. Die verschillen hangen samen met inkomen, opleidingsniveau en de beschikbaarheid van sportvoorzieningen in de buurt. Voor zwembaden is ligging en bereikbaarheid daarmee geen bijzaak, het kan een directe factor zijn in wie wel en wie niet komt. In landelijke regio’s neemt de afstand tot een zwembad bovendien vaak toe, wat de drempel voor juist die groepen verder vergroot.
Alleen of samen
Een derde van alle sporters beweegt individueel en ongeorganiseerd. 25% sport als lid van een sportvereniging, 20% bij een commerciële aanbieder. Bij de jeugd is dat beeld omgekeerd: 56% sport via een vereniging, slechts 20% alleen. Naarmate mensen ouder worden, verschuift de balans richting individueel bewegen. Wat daarbij opvalt is dat samen sporten consequent het hoogst wordt gewaardeerd. Sportplezier scoort gemiddeld een 8,4, al drie jaar stabiel. Wie sport in een zelfgeorganiseerde groep geeft een 8,7, een vereniging krijgt een 8,6. De sociale context -samen bewegen, elkaar zien, ergens bij horen- is voor veel sporters minstens zo belangrijk als de sport zelf. Voor zwembaden die groepslessen of aquafitness aanbieden is dat herkenbaar: juist die sociale verbinding maakt het verschil.
Kansen voor het zwembad
Zwemsport is en blijft een van de meest populaire sporten van Nederland, met een stabiele positie in de top vijf en een groot publiek dat er graag mee zou willen beginnen. De groepen die het meest gebaat zijn bij regelmatig bewegen zijn ook de groepen die het zwaarst bereikbaar zijn. Water is van nature laagdrempelig. Het belast gewrichten minder, is geschikt voor vrijwel alle leeftijden en conditieniveaus, en leent zich voor een breed scala aan activiteiten: van baanzwemmen en zwemlessen tot aquafitness, revalidatie en recreatief zwemmen. Gecombineerd met de sociale meerwaarde die sporters zelf het hoogst waarderen, maakt het zwembad nog steeds sterk en onderscheidend.
Lees hier het ‘Zo Sport Nederland’

