11 oktober - ZwembadBranche Dag

Zo kun je het beste praten met kinderen over prestaties

Vanaf de geboorte van hun kind hebben ouders zich voorgenomen om hun kind te beschermen en te begeleiden in deze grote wereld. Zo’n klein lief hummeltje mag niemand toch kwaad doen? Maar kinderen worden groter en je begint steeds meer te merken dat kinderen veel ook zelf moeten doen. Je kunt ze niet overal bij helpen. Het geldt ook voor zwemouders. Sommigen zouden hun kind wel eigenhandig door het gat willen helpen, maar helaas zo werkt het niet. Het kind moet het toch echt zelf leren. Hierbij wat tips voor zwemouders over hoe je het beste kan praten met kinderen over prestaties.

Niet alle kinderen nemen de adviezen de adviezen van ouders ter harte. Als een ouder iets zegt kan dat weerstand oproepen. En het was nog wel zo goed bedoeld? Volgens Gerald Weltevreden, docent Sportpsychologie aan de Universiteit van Amsterdam, zijn de adviezen ook niet verkeerd maar het is de manier waarop deze worden gebracht. Het ligt meestal aan de communicatie. Ouders vertellen graag wat er niet goed was en hoe het de volgende keer beter kan. Maar het probleem is vaak niet dat het niet goed ging omdat kinderen niet genoeg weten, maar omdat ze nou eenmaal nog niet alles kunnen. Wat moet je dan wel doen? Gerald Weltevreden geeft een paar tips. Handig voor zwemouders en zwemdocenten.

1. Geef een luisterend oor

Wees veel meer een klankbord: luister en probeer te begrijpen wat er in het hoofd van het kind omging en hoe dat leidde tot bepaald gedrag. Het is bekend dat wanneer mensen aan een ander vertellen over hun gedachten en hun gevoel, er dan iets gebeurt. Men begrijpt eerder wat er gebeurde en waarom het niet ging zoals van tevoren bedacht. Dit proces gaat sneller dan wanneer iemand er alleen over nadenkt.

> Lees ook: ‘Welke kinderen zitten bij jou op zwemles?’

2. Geef niet meteen een oplossing

Zoals gezegd wil je alles voor je kind doen. Is er een probleem of loopt iets niet lekker? Als ouder heb je natuurlijk een oplossing. Maar hiermee is het kind niet altijd geholpen. Beter is het om eerst goed door te vragen: wat ging er precies mis, wat vind je moeilijk, waarom lukte het niet? Dan help je het kind om goed naar zichzelf te kijken en an te denken over waarom het misging en je hebt als ouder meer input om een kind echt te helpen.

3. Geef geen mening, stel open vragen

Je herkent die gesprekken vast wel. Je vraagt van alles en na 3 keer nee en 2 keer ja weet je eigenlijk nog niks. Hoe komt dat? Gesloten vragen komen niet verder dan een ja of nee antwoord. En dat is fout! Als je een gesprek opgang wilt houden is het goed om open vragen te stellen. Dat zijn vragen die beginnen met wie, wat, waar, hoe, welke, waarmee en wanneer. Waarom-vragen -Waarom heb je dat niet gedaan?’- is daarbij eigenlijk ook not done want die komen al snel aanvallend over. Als je een waarom-vraag wilt stellen, kun die beter laten beginnen met ‘Hoe komt het dat…?’ of ‘Wat maakte dat je…?’ Zo voorkom je dat een kind het gevoel heeft dat hij of zij zich moet verdedigen.

4. Oordeel niet

Open vragen maken dus dat kinderen meer vrijuit praten. Maar het gevaar zit er nog wel in dat een ouder in de vraag een mening verbergt, waarmee het effect dus eigenlijk alsnog teniet wordt gedaan. ‘Hoe kun je er nu voor zorgen dat je de volgende keer niet zo gemakkelijk opgeeft?’ geeft kinderen het idee dat jij vindt dat hij of zij dus te snel heeft opgegeven. Belangrijk is dus om een oordeel voor jezelf houden.




Splash Software