Hoe kun je kinderen in de zwemles voorbereiden op open water?

‘Stel je voor dat je lekker aan het zwemmen bent en opeens krijg je kramp. Wacht op hulp, zoek iets om op te blijven drijven. En als ik naar jullie zwaai, zwem je snel door naar de volgende pion’. Zo’n ‘doen alsof’ opdracht is een mooie manier om kinderen in de zwemles voor te bereiden op ‘echte’ situaties die ze in het buitenwater tegen kunnen komen. En er is nog veel meer dat je kunt doen. De zomer is bijna voorbij. Iedereen is inmiddels weer naar school. Hoog tijd voor een terugblik. We hebben een hete zomer achter de rug die werd gekenmerkt door opnieuw (te) veel verdrinkingen en daarnaast onrust in de buitenbaden. Maar wanneer je kijkt naar alle berichten in de media springt één ding er echt uit: zwemmen in open water.

Zeezwemprogramma

Wat vorig jaar een trend leek, blijkt dit jaar niet meer weg te denken. Door steeds meer zwembaden worden, zodra het kan, een of meer zwemlessen in open water georganiseerd. Er zijn zwembaden die er een aparte buitenzwemactiviteit van maken. Reddingsbrigades verzorgen in de zomer zwemlessen voor jonge kinderen en hun ouders in zee. Er is ook, in samenwerking met Reddingsbrigades Nederland, een zeezwemprogramma voor 6,5 tot 13-jarigen ontwikkeld dat leidt tot een zeezwemdiploma. Naast praktische programma’s zijn er combinatieprogramma’s met theorie gesignaleerd. Aan het eind van de zomer werd er diplomazwemmen in open water georganiseerd.

Open water is hot

Zwemmen in open water is hot, dat is duidelijk. Dat is een mooie ontwikkeling, want het is ook heel belangrijk! ‘Zwemveilig zijn’ is een dynamisch begrip, het is geen vast gegeven. Zwemveiligheid verandert onder invloed van factoren die te maken hebben met de persoon, omgeving en activiteit. Als kinderen goed kunnen zwemmen in een zwembad, betekent dit nog niet automatisch dat ze voorbereid zijn op de risico’s van zwemmen in zee of ander ‘buitenwater’. Terecht komen in onverwachte omstandigheden zoals koud of donker water, stroming, golven, wisseling in waterdiepte, gekke planten of dieren in het water en ‘op een onverwachte manier in het water raken’ kunnen zorgen voor paniek. Deelnemers aan de zwemles hierop voorbereiden zal de zwemveiligheid in buitenwater enorm kunnen verhogen.

Actieplan

Tweede Kamerlid Michiel van Nispen introduceerde onlangs een actieplan, waarin staat dat kinderen niet alleen zwemdiploma’s moeten halen, maar ook moeten leren wat de gevaren zijn van zwemmen in open water. Hij wil dat er aandacht komt voor zwemveiligheid bij de reguliere zwemlessen en op school. ‘Bijvoorbeeld door met een klas te gaan zwemmen in het buitenwater, zodat het onderwerp gaat leven.’ Nog niet alle kinderen kijken daar erg naar uit. In een peiling van het jeugdjournaal antwoordt een kleine meerderheid van de kinderen ‘nee’. Leuk zijn de reacties van de kinderen zoals: ‘te koud man’, ‘stel dat je water binnenkrijgt dan kun je ziek worden; van chloor niet’, ‘ik ben bang voor de zee’, ‘ik ben bang voor kwallen’ en ‘ik vind een zwembad veel leuker’.

Lees ook: World Water Safety day, samen blijven werken aan zwemveiligheid

Niet stilzitten

De zomer lijkt nu voorbij. Zwemmen in open water zit er bijna niet meer in. Politieke processen duren meestal een tijdje. Laten we dat daarom afwachten. Maar ondertussen niet stilzitten! Want ook in de reguliere zwemles kunnen we al heel veel doen om kinderen voor te bereiden op het open water. In survivalzwemlessen is dit vaak al heel normaal. Maar ook in de zwemlessen voor Zwemdiploma A, -B en vooral -C liggen enorme kansen.

Variëren in de zwemles

Zodra kinderen een bepaalde vaardigheid een beetje onder de knie hebben, belanden ze in fase 3 van het motorisch leerproces en gaan ze aan de slag met automatiseren en toepassen. Vanuit de traditie oefenen we vaardigheid vaak onder dezelfde omstandigheden. Onderzoek over motorisch leren geeft aan dat het effectiever is om veel te variëren. Je zou dus kunnen zeggen dat zodra een vaardigheid is geleerd, je deze kunt toepassen door de omstandigheden aan te passen. Dit gebeurt al door kinderen eerst te leren drijven in ondiep water en dit daarna te doen in diep water. En door het eerst in zwemkleding te leren en daarna te oefenen met kleding aan.

‘Self-efficacy’

Door steeds nieuwe situaties aan te bieden, ontstaat voor de kinderen een nieuwe uitdaging. Er is sprake van een uitdaging als een opdracht of situatie ‘een beetje spannend’ is en een kind het gevoel heeft ‘ik denk dat ik dit (ook) wel kan’. Dit wordt ook wel ‘self-efficacy’ genoemd. Je kunt het ook zelfvertrouwen noemen of ‘geloof in eigen kunnen’. Lesgevers moeten proberen om voor de zwemlessen situaties te bedenken die dit geloof in eigen kunnen bevorderen. Dit helpt als kinderen in een ‘echte’ moeilijke situatie terecht komen. Ze zullen dan minder snel in paniek raken en door eerdere positieve ervaringen ook dan denken ‘ik denk dat ik dit wel kan’.

Een keer naar het meertje of de zee in de buurt is mooi. Maar nog beter is het om de omstandigheden van open water regelmatig na te bootsen in de zwemles. Via deze link kom je bij voorbeelden die je kunt uitproberen.

Deze blog is geschreven door Titeke Postma voor NL Zwemveilig, waar zij ruim 2 jaar projectleider van was. Vanuit haar bedrijf Propulz.tP inspireert ze zwembadteams om verandering in gang te zetten. Ze zet je op een creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier en niet afhaken.




Variopool