Zwembaden behoren al jaren tot de zwaarste energieverbruikers binnen het maatschappelijk vastgoed. Meer dan 40% van de CO?-uitstoot van alle sportaccommodaties samen is aan hen toe te schrijven. De oorlog in Oekraïne en de boycot van Russisch gas joegen de energieprijzen al fors omhoog, en nu de oorlog in Iran opnieuw voor onrust op de energiemarkt zorgt, neemt de onzekerheid over de prijzen alleen maar toe. Voor zwembaden raakt dat direct de exploitatie. Verduurzamen is daarmee niet alleen goed voor het milieu, het is financieel gezien ook gewoon verstandig beleid. Maar verduurzamen gaat niet van de ene op de andere dag: renovaties zijn ingrijpend, tijdrovend en kostbaar. Hoe pak je dat dan aan?

Een harde deadline
De noodzaak om te verduurzamen neemt dus alleen maar toe, en de Europese regelgeving maakt de situatie nog urgenter. De Energy Performance of Buildings Directive IV (EPBD IV) verplicht lidstaten ertoe om de energetisch slechtst presterende 16% van het maatschappelijk vastgoed vóór 2030 uit te faseren, een grens die in 2033 oploopt naar 26%. Een groot deel van de oudere zwembaden dreigt in dat segment te vallen: versleten installaties en een matig geïsoleerde bouwschil maken hen kwetsbaar. Voor die locaties is stilzitten geen optie meer. De inzet is daarmee groot. Zwembaden zijn meer dan een sportvoorziening. Ze zijn de plek waar kinderen leren zwemmen, waar mensen bewegen en waar buurtleven samenkomt. Als die locaties verdwijnen, heeft dat gevolgen die verder reiken dan de sportbegroting. De einddoelstelling voor 2050 -volledig emissievrij, met een energieverbruik dat zo’n tweederde lager ligt dan nu, uitsluitend gevoed door duurzame bronnen- maakt duidelijk hoe groot de opgave is.
Taskforce biedt houvast
Om gemeenten en exploitanten concreet op weg te helpen, sloegen de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Kenniscentrum Sport en Bewegen (KCSB) de handen ineen in de Taskforce Zwembaden. Dit jaar werkt de Taskforce aan een breed gedragen aanpak voor de verduurzaming van zwembaden in Nederland, waarvan vijf bouwconcepten de ruggengraat vormen. Die concepten bieden voor elke situatie een passend vertrekpunt. De lichtste variant richt zich puur op de installaties: gerichte aanpassingen om het energieverbruik en de uitstoot te verminderen. Een stap verder gaat de aanpak waarbij ook de bouwkundige schil wordt meegenomen. Wie echt diep wil ingrijpen, kan kiezen voor een volledige heropbouw van het casco met duurzame materialen en volledig elektrische systemen. En soms is renoveren simpelweg niet meer de beste keuze: dan biedt nieuwbouw op de bestaande of een nieuwe locatie de meeste mogelijkheden om duurzaamheid van de grond af in te bouwen. Een bijbehorend afwegingskader helpt gemeenten stap voor stap de juiste keuze te maken voor hun specifieke situatie.
Lees ook: Routekaart Verduurzaming Sport: ‘slimme keuzes en samenwerking maken zwembaden toekomstbestendig’
Breder dan de energierekening
De Taskforce beperkt zich niet enkel tot het terugdringen van het energieverbruik. In de bouwconcepten worden ook klimaatadaptatie, circulariteit en natuurherstel meegewogen. Zwembaden kunnen worden ingepast in lokale energiesystemen, bijvoorbeeld via aquathermie, warmte-koudeopslag of een koppeling met warmtenetten in de omgeving. Dat maakt een zwembad niet alleen goedkoper in gebruik, maar ook een actieve schakel in de duurzame ontwikkeling van een wijk of gemeente. De komende maanden werkt de Taskforce de concepten verder uit. Deze zomer liggen de eerste versies klaar en in het najaar volgt praktijktoetsing bij een select aantal gemeenten. De jaren 2027 tot 2030 staan in het teken van kennisoverdracht via regionale bijeenkomsten, vakcongressen en werksessies, waaronder het kennisprogramma van de ZwembadBranche Dag. Zo kunnen we als branche met elkaar echt belangrijke stappen zetten.

