‘Verandering is de enige constante’

Aldus de Griekse filosoof Heraclites. Sinds maart 2020 hebben we dit aan den lijve ondervonden. Bij mijn werkzaamheden, mijn klanten, alle communicatie en de wijze van communiceren en natuurlijk bij de zwemstuurkaarten. Ik ben benieuwd welke veranderingen blijvend zijn. Uitbreiding van openingsuren, zwemlessen door laten gaan in de zomer en geen sluiting voor groot onderhoud, online trainingen en webinars, zijn dit veranderingen voor de langere termijn? Sommige zullen blijvertjes zijn, waarbij live bijeenkomsten altijd hun waarde zullen blijven houden.

Veel buitenbaden zijn open gebleven in de winter of veel eerder open gegaan dan gebruikelijk. Het eerste zwembad die dit deed was het De Mirandabad in Amsterdam. Ron Wessels hield wekelijks bij welke zwembaden er nog meer opengingen en openbleven. Het hele jaar zwemmen in een buitenbad lijkt een blijvertje te zijn. Zelf kon ik ook niet achterblijven. Ik heb deze tijd gebruikt om mijn Zwemstuurkaarten aan te passen. Voornamelijk in de vormgeving. In plaats van een blond jongetje zijn er nu jongens en meiden met verschillende achtergronden. Minder praktisch, maar dit past veel meer bij mijn hart. Een leuke leerzame zwemles voor ieder kind, ongeacht achtergrond, karakter of niveau. Maar hoe kan je dit voor elkaar krijgen?

Tijdens een van mijn trainingen in een zwembad stond de uitspraak ‘voor wie doe ik wat’ op een bepaald moment centraal. Het is in vijf woorden geformuleerd waar het bij de zwemles om gaat. Kijk naar jezelf als lesgever en vraag het je af. Bij iedere handeling, tip, keuze van organisatie in je les kun je je afvragen ‘voor wie doe ik wat’. Als je kunt uitleggen waarom je dat ene kind een makkelijkere oefening laat doen, dan zit je goed. Als je jezelf betrapt dat je veel eindvormen aan het oefenen bent zoals bijvoorbeeld het duikzeil, vraag je dan af voor wie je het doet. Dan is het fijn als dat echt is wat dat ene kind nodig heeft. Het duikzeil oefenen, terwijl het kind daar nog niet vaardig genoeg voor is, maar wel doen omdat het kind er voor het A diploma doorheen moet. Of als je heel veel borst- en rugcrawl beenslag oefent. Doe je dit dan omdat jezelf wedstrijdzwemmer bent geweest of omdat ze anders geen van allen de vijf meter borstcrawl voor het A diploma volhouden? Als je fijne lessen aan je kinderen wilt geven, met veel plezier en snel leren zwemmen, zou het antwoord (bijna) altijd moeten zijn: ‘Ik doe dit voor het kind, omdat dit het beste voor hem is’. Dat is leuk, zo maakt hij een stapje en geniet hij, ik en de ouder van het leren zwemmen. De crux bij ‘voor wie doe ik wat’ is om dit voor alle kinderen te doen. Van de beste tot de meest angstige.

Zo kom je bij het prettigste inzicht. Lukt het om veel momenten in de les te doen wat voor het kind het beste is? Dan heb jij hartstikke leuk werk, is de ouder de lachende derde en het kind is de ware kampioen. Alleen maar winnaars in deze periode. Op naar een veilige sportzomer met veel Nederlandse kampioenen. Zij hebben zich heel vaak afgevraagd ‘voor wie doe ik wat?’ Want daar mag je natuurlijk ook gerust op antwoorden: voor mezelf! Ik merk dat de lesgevers ontzettende trek hebben om de komende maanden te vlammen met de zwemlessen in de nieuwe omgeving. Gelukkig maar, want verandering van spijs doet eten.

Deze column is geschreven door Leone Hamaker en verscheen eerder in ZwembadBranche #79





RBI Corrosion