Onrust tijdens de zwemles: dit zijn de valkuilen…

Je hebt de zwemles goed voorbereid, weet precies wat je gaat doen en waarom. Maar als het zover is, luistert de één niet, wil de ander steeds naar de wc en is de volgende alleen maar aan het kijken waar zijn ouders zijn. Geen enkele les gaat precies volgens ‘het boekje’. Wat doe jij als het anders loopt? Op Famme las ik een een blog over veel gemaakte opvoedfouten, valkuilen waar iedereen zich wel eens schuldig aan maakt. Ook voor zwemjuffen en -meesters interessante materie.

  1. Geen grenzen stellen
    Grenzen stellen, in de opvoedboeken komt deze vaak aan bod. Het schijnt een van de eerste opvoedfouten te zijn die we vaak maken. Terwijl grenzen kinderen het gevoel geven van waardering, dat je van ze houdt en ze veiligheid biedt. Het stellen van grenzen is dus goed voor kinderen. En ook belangrijk, je moet ook bij de nieuwe regels blijven en je eraan houden. Het aantal regels hoeft natuurlijk ook niet vuistdik te zijn. Focus je op de grote lijnen. En houd rekening met de leeftijd van het kind.
  2. Geen consequenties verbinden aan gedrag
    Consequenties eraan verbinden blijkt ook een lastige. Een belangrijk onderdeel van de opvoeding is het gedrag van kinderen te sturen met regels en beperkingen. Maar er komt geheid een punt dat een kind die regels gaat testen, om te zien hoe serieus je bent in de grenzen. Het komt er dan op aan dat je duidelijk aangeeft wat de consequenties zijn van het overschrijden van de grenzen.
  3. Continu toegeven
    Niet consequent zijn, staat ook hoog op het lijstje.Het is soms ook lastig. Het kan voor gekorte termijn even rust geven, maar oud e lange termijn werkt het nooit. Zodra kinderen weten dat de badjuf of badmeester snel is ‘om te praten’, is de kans groot dat hier ook misbruik van wordt gemaakt. Met nadelige gevolgen voor de autoriteit. Nu klinkt dit heel zwaar, maar voor de rust is een groep is het wel fijn als je als badjuf of badmeester overwicht hebt en dat kinderen weten waar ze aan toe zijn.
  4. Lees ook: Toshiro Kanamori: als één kind niet gelukkig is, is niemand gelukkig

  5. Vergelijken en bekritiseren
    Deze is in theorie heel duidelijk, maar in de praktijk toch best wel lastig. Kijk, Pietje is wel stil als ik praat. Sarah luistert wel goed en weet wat ze moet doen. Negatieve vergelijkingen en publiekelijk iemand te kijken zetten, is een absolute no-go. Kinderen voelen zich hierdoor vaak verraden en vernederd en het kan zelfs de ontwikkeling van een kind tegengaan. Beter is het om de sterke kanten en kwaliteiten te benadrukken, dat geeft zelfvertrouwen. Wil je kinderen toch even aanspreken op het gedrag, neem ze dan even apart en doe dit niet in de vorm van een vergelijking.
  6. Niet genoeg luisteren
    Als zwemjuf of -meester kun je de neiging hebben veel te willen vertellen, leren, uitleggen. Maar wat we niet mogen vergeten is dat we vooral goed moeten luisteren. Zelfs al bij heel jonge kinderen. Natuurlijk moet je het een en ander uitleggen, maar als het een kind niet lukt is het veel effectiever om eerst eens naar het kind te luisteren. Om te weten waarom het niet lukt, waar zit het kind mee en zijn er dingen die hij of zij -eventueel met behulp van jou- zou kunnen oplossen? Daarnaast leer je zo ook het kind beter kennen en de gevoelens en emoties van het kind.



Hellebrekers