NLsportraad: laat kinderen zwemmen onder schooltijd

‘De huidige organisatie en financiering van sportvoorzieningen zijn niet toekomstbestendig, daarom moet de overheid het tij keren.’ Zo luidde de uitkomst van het rapport van de NLsportraad ‘De opstelling op het speelveld’. De NLsportraad pleit voor investeringen om sport en bewegen voor iedereen mogelijk te maken. Dit werd kracht bij gezet door het pleidooi van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving om de gezondheidskloof te dichten door onder meer bewegen toegankelijker te maken voor alle jeugd. De NLsportraad heeft het financiële plaatje uitgewerkt in een addendum dat vorige week verscheen. Eén van de thema’s: zwemmen onder schooltijd.

Opbrengsten hoger dan de kosten

Met een sportwet wil men dat het wettelijk kader wordt geregeld voor topsport, breedtesport en bewegen, dat men een impuls wordt geven aan de beschikbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit ervan en dat de jeugd van 0-18 jaar -net als kwetsbare groepen- bijzondere aandacht krijgen. De NLsportraad adviseert hiervoor onder meer financiële maatregelen te nemen voor een tegemoetkoming voor de contributie voor de jeugd, financiële compensatie voor mensen met lage inkomens en bekostiging voor sporthulpmiddelen en vervoer voor mensen met een beperking. Daarnaast wil men dat de wet rollen en taken regelt voor de verschillende overheden en de sportbranche. Voor dit alles is oplopend naar 2030 ieder jaar 970 miljoen euro extra nodig bovenop de huidige 5,7 miljard. Plus vijf tot tien jaar lang een investering van 570 miljoen euro. Het idee is dat daarvan 60% door de rijksoverheid wordt gefinancierd, 30% door gemeenten en 10% door sporters zelf. Daarnaast blijkt uit het onderzoek naar de Social Return On Investment (SROI) dat dit alles niet kost, maar oplevert. De NLsportraad verwacht dat de opbrengsten van sport en bewegen 2,5 keer hoger zullen zijn dan de kosten.

Lees ook: Dit is waarom kinderen vaker moeten zwemmen!

Schoolzwemmen

Voor voldoende beweging door kinderen en jongeren is volgens de NLsportraad een gecombineerd stelsel nodig van sport, onderwijs en opvang. Men komt daarom met een concreet voorstel, met onder meer een pleidooi voor bewegen in het water. Zo wil men een derde uur bewegingsonderwijs invoeren en deze in de groepen 3 en 4 invullen met schoolzwemmen. Het opnieuw verplicht maken van schoolzwemmen op landelijke schaal vindt men van belang voor meer beweging voor kinderen onder schooltijd en een betere zwemvaardigheid van kinderen (van ouders die niet zelf zwemles kunnen/willen betalen). Als bijkomend voordeel noemt men ook een betere bezetting van de zwembaden tijdens daluren. Als aandachtspunt ziet men tijdsinefficiëncy omdat het daadwerkelijke aantal beweegminuten laag is door transport naar het zwembad en de omkleedtijd en het feit dat het ten koste gaat van de vakinhoudelijke lestijd. Daar tegenover stelt men dat meer sport en bewegen een bewezen positief effect heeft op de cognitieve vaardigheden van kinderen. Beter beweegonderwijs en schoolzwemmen biedt de kinderen en jongeren volgens de NLsportraad de kans om zich breed te oriënteren en sportaanbieders de kans om nieuwe leden of klanten te werven.

Kosten

De NLsportraad raamt dat hiervoor een oplopende structurele investering nodig is van jaarlijks 120 naar 180 miljoen euro voor de kosten van zwemlessen en het vervoer van en naar het zwembad. Daarbij is nog geen rekening gehouden met kosten voor begeleidende groepsleerkrachten. De raming van kosten is gebaseerd op de volgende gegevens: er worden ieder jaar ongeveer 170.000 kinderen geboren (CBS Statline),die later in aanmerking komen voor schoolzwemmen. Verondersteld is dat de kosten € 10 per week zijn, gelijk aan de kosten voor zwemles. Daarnaast raamt men het vervoer op € 100 per les voor het vervoer van een klas van 25 scholieren. Dit samen maakt een kostprijs van € 14 per scholier per les. Men denkt dat de bekostiging van verplicht schoolzwemmen door het Rijk georganiseerd kan worden via toevoeging aan het Gemeentefonds, waarbij de bijdrage afhangt van het aantal schoolgaande kinderen. Mogelijk kan er ook gebruik worden gemaakt van middelen uit de onderwijsbegrotingen.

Lees hier het Wettelijk en financieel addendum bij De opstelling op het speelveld

Lees hier het Rapport Rebel inventarisatie en doorrekening





E.B.T.C.