Jongeren sporten steeds minder, ouderen juist vaker

Voor wekelijkse sportdeelname bestaat een groot verschil tussen leeftijden. Van de jeugd, zeker van kinderen rond de 10 jaar, beoefenen velen één of meer sporten. Voor ouderen boven de 65 jaar is dat fors minder. Maar dit is aan het veranderen. 65-plussers zijn de afgelopen jaren steeds meer wekelijks gaan sporten.

65-plussers bewegen meer

Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat in de periode 2016 70 procent van de jongeren sportte, in de periode 2005-2008 was dit nog 78 procent. Dit terwijl het aantal 65-plussers dat sport, is gestegen. Begin 2000 deed 30 procent, nu doet zo’n 40 procent aan sport. Hoewel jongeren van 12 tot 20 jaar nog steeds tot de sportiefste Nederlanders horen, is het aantal 65 plussers dat beweegt in opmars.De deelnamecijfers bij de leeftijdsgroep 20 tot 65 jaar zijn relatief stabiel. De sportdeelname voor de totale bevolking is licht gestegen. Begin 2000 sportte 52,2% van de bevolking, nu sport 54,6%.

Smartphone en social media

Het is onduidelijk wat de redenen zijn voor de daling onder de jeugd. Als we kijken naar de jongeren kan een sterke toename van bijbanen kon niet worden aangetoond. Mogelijk is de opkomst van sociale media van invloed op de sportdeelname, maar ook dit is nog niet onomstotelijk aangetoond. Toekomstig onderzoek kan uitwijzen of de afname van de sportdeelname van jongeren verband houdt met de komst van de smartphone en sociale media. Een verklaring voor de stijgende sportdeelname bij ouderen is dat de nieuwste generaties ouderen, in tegenstelling tot voorgaande generaties, met sport zijn opgegroeid. Daarnaast neemt bij ouderen het opleidingsniveau toe. Uit eerdere onderzoeken weten we dat een hoger opleidingsniveau van invloed is op de sportdeelname.