‘Zonder goed beleid is het effect minimaal’

Kennis is macht, maar vermenigvuldigt zich wanneer je het deelt. En dat is waar het NISB nu voor staat: kennis delen zodat anderen er beter van worden. De NISB heeft daarmee een gedaantewisseling ondergaan. Het instituut richt zich minder op de uitvoering, maar meer op het genereren van kennis en het (mede)maken van beleid. Met deze nieuwe benadering wil men de kennis over sport en bewegen in beweging brengen, letterlijk en figuurlijk.

Als kennisinstituut kan het NISB van grote toegevoegde waarde zijn in het streven naar een vitale samenleving, zo benadrukt Erik de Winter (adjunct directeur NISB en directeur a.i. Nationaal Platform Zwembaden | NRZ). De Winter, van huis uit bewegingswetenschapper, werkt sinds 2009 bij de NISB na een lange carrière in de gehandicaptensport. Met zijn ruime ervaring in de branche ziet De Winter vele mogelijkheden voor het NISB. “Door kennis te verrijken en te delen en toe te passen op beleid, voorkom je losstaande initiatieven die uiteindelijk te weinig in beweging kunnen zetten.”

Positie zwemmen
De gedaantewisseling komt voort uit onderzoek en analyses uit de praktijk. Uit een evaluatie van het Ministerie van VWS bleek volgens De Winter dat er wel veel waardering was voor NISB, maar dat men soms diepgang miste. “Men vond ons soms te praktisch ingesteld. We zijn goed in het samenbrengen van partijen, maar om daadwerkelijk beleid te kunnen realiseren en veranderingen in gang te stellen is meer nodig.” Als voorbeeld noemt De Winter het bedrijfsfitness. “Op zich is het goed dat bedrijven dit stimuleren, maar wanneer er geen goed beleid achter zit is het effect minimaal. Diegene die al aan fitness deden profiteren zeker van het voordeel, maar het heeft niet meer mensen aangezet tot fitness. Het is dan beter om eerst het beleid goed uit te zetten en vervolgens van daar uit acties te initiëren.” Om tot gedegen beleid te komen richt het NISB zich nu meer op het verzamelen van kennis. Dit kan voortkomen uit de praktijk, wetenschappelijke onderzoeken, landelijk beleid of maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Hiervoor werkt het instituut samen met verschillende partijen zoals het Mulier Instituut, TNO en universiteiten. De kennis die het NISB heeft verzameld is kosteloos beschikbaar en iedereen mag profiteren van de opgedane kennis en ervaring. “Dit geldt natuurlijk ook voor de zwembadbranche. Iedereen in deze branche die op zoek is naar informatie, exploitant of stichting, kan gebruik maken van de beschikbare kennis. Bijvoorbeeld als het gaat om de positionering van zwemmen. Hoe kijkt men tegen zwemmen als sport aan en hoe kunnen zwembaden dit gebruiken?” Hele specifieke kennis over zwemmen is volgens De Winter nog niet beschikbaar. “Maar uiteraard kunnen we wel onderzoeken hiervoor in gang zetten als daar vanuit een exploitatiemaatschappij, stichting of gemeente behoefte aan is. Een specifieke vraag die leidt tot nader onderzoek kost echter wel geld”, vult De Winter aan.

Marketing
Hoewel de kennis op het gebied van zwemmen nog niet zo uitgebreid is, blijkt wel uit onderzoeken dat zwemmen een geliefde sport is. “Uit onderzoek van onder meer het Mulier instituut komt naar voren dat zwemmen gezien wordt als een laagdrempelige vorm van sporten. Het is vergelijkbaar met wandelen en fietsen. Misschien iets duurder om te beoefenen omdat je naar een zwembad moet, maar verder toegankelijk voor iedereen.” Toch blijkt in de praktijk dat het nog heel lastig is voor zwembaden om hun baden te vullen met zwemliefhebbers. Waar zit volgens De Winter dan het probleem? “In de zwembadbranche valt nog veel winst te behalen op het gebied van marketing. Het profileren van een sport op een manier dat het de doelgroep aanspreekt. Nieuwe concepten in de markt brengen.” Ook hier kan het NISB volgens De Winter een belangrijke rol spelen. “De maatschappelijke meerwaarde van zwemmen wordt nog onvoldoende benut. Met onderzoek en toegepast beleid kunnen grote stappen worden gezet. Wat doet zwemmen met mensen? Met de goede boodschap, gebaseerd op grondig onderzoek, kunnen meer mensen worden aangesproken.”

Lees verder in ZwembadBranche #37

 
 “VConsyst”