Zo sport Nederland: Zwemmen #3

Welke sporten worden veel beoefend? Welke doelgroepen sporten heel vaak of juist weinig? Maar nog belangrijker: wie zwemt er? Als jij het antwoord wil weten, lees dan het onderzoeksrapport ‘Zo sport Nederland: Trends & ontwikkelingen in sportdeelname (2013-2018)’ van NOC*NSF dat gisteren verscheen. Hierin staan de laatste ontwikkelingen op het gebied van sportdeelname in Nederland van de afgelopen 5 jaar beschreven. En wat blijkt? Zwemmen scoort een derde plek als het gaat om meest beoefende sport. Het laat daarmee voetbal, tennis, fietsen en hardlopen achter zich. En wie zwemmen van alle sporters het meest? De meisjes en de vrouwen.

#3 Zwemmen

De inwoners van Nederland zijn gezonder gaan leven. Dat wil zeggen men is in iedergeval meer gaan bewegen, want uit cijfers blijkt dat elk jaar het aantal sporters toeneemt. In 2018 zijn er 10,1 miljoen wekelijkse sporters die gedurende een maand of langer minimaal één keer per week sporten, dit is 65% van de Nederlandse bevolking tussen 5 t/m 80 jaar. Het aantal sporters is daarmee sinds 2013 gestegen met 1,5 miljoen, dat is zo’n 8,6%. Niet alleen gaan meer mensen sporten, ook sporten mensen vaker. En welke sport wordt door hen beoefend? Zwemmen staat met 10,1% op een mooie 3de plek. De lijst wordt aangevoerd door fitness individueel (binnen) met 18,9% en daarna wandelen (15,7%). Deze hele top drie aan sporten is de afgelopen jaren gegroeid, fitness individueel (binnen) (+140.400), wandelsport (+120.400) en zwemsport (+118.900).

Meisjes en vrouwen zwemmen meer

Welke doelgroep zwemt graag? Zwemmen is iets populairder onder meisjes van 5 t/m 18 jaar dan jongens. De meeste meisjes zwemmen (19,8%) gevolgd door dansen (15,1%) en gymnastiek (13,0%). Bij de jongens is voetbal (32,4%) het populairst, gevolgd door zwemmen (18,4%) en fitness individueel (binnen). Fitness individueel (binnen) is bij mannen met 21,0% de meest beoefende sport, bij vrouwen staat deze sport op nummer 2 met 19,9%. Wandelsport is bij mannen met 16,1% de nummer 2, terwijl dit bij vrouwen met 20,3% de meest beoefende sport is. Fietssport is bij mannen de nummer 3 (12,2%) en bij vrouwen is dit zwemsport (9,9%). Conclusie meisjes en vrouwen zwemmen meer dan jongens en mannen, maar de verschillen zijn bij de jongens en meisjes niet heel groot. Bij de mannen daarentegen staat zwemmen alleen wel op plek 6.

Lees ook: Zwemmen? ‘Niet omdat het moet, maar omdat je wil…’

Oudere jeugd sport vaker samen

Het percentage sporters die samen sporten (ongeorganiseerd en georganiseerd) laat ongeveer dezelfde trend zien, ook dit is gestegen. Het percentage samen sporten is bij jeugd 10 t/m 14 jaar altijd al hoog, in dit onderzoek was het 76%. Daarna volgt er een sterke daling in het percentage samen sporten tot ongeveer 55% tussen de leeftijden 20 en 24 jaar en 40% tussen de leeftijden 74 en 80 jaar. Maar het samen sporten neemt wel toe onder deze ‘oudere jeugd’. Het aantal deelnemers is met 11% relatief het meest gegroeid in de leeftijdsgroep 31 t/m 44 jaar. Daarnaast worden ook de leeftijdsgroepen 45 t/m 64 jaar en 65 t/m 80 jaar met beiden een stijging van 10% steeds sportiever. We zien ook weer in dit onderzoek dat het aantal senioren steeds meer gaat bewegen. Dat biedt natuurlijk volop kansen om deze doelgroep binnen te halen.

Andere bevindingen

  1. Mannen en vrouwen sporten bijna evenveel, maar mannen zijn relatief meer lid bij een sportbond dan vrouwen.
  2. Mensen met een hoog opleidingsniveau sporten meer dan mensen met een midden- of laag opleidingsniveau en de sportdeelname ligt gemiddeld lager onder mensen met een laag inkomen. De trend laat echter zien dit het verschil steeds kleiner wordt. In 2013 was het verschil in percentage sporters tussen mensen met een laag of hoog inkomen 14%, in 2018 nog 11%.
  3. Friesland heeft met 67% het hoogste percentage sporters. Met 2.137.600 sporters heeft Zuid-Holland de meeste sporters. In de provincie Zeeland sporten mensen zowel absoluut (201.900) als relatief (59%) het minst in Nederland.
  4. Er zijn 35 sporten waarbij het aantal sporters hoger is dan het aantal leden dat is aangesloten bij de bond. Vooral bij de zwem-, fiets- en wandelsport is dit verschil groot. Zwemsport kende 144.000 leden, maar werd daarentegen beoefend door 1.582.000 sporters.

Onderzoeksrapport

Het rapport toont zowel de ontwikkeling van het aantal actieve sporters in Nederland, als de ontwikkeling van leden en lidmaatschappen van de sportbonden aangesloten bij NOC*NSF. De belangrijkste onderliggende databronnen van het onderzoeksrapport ‘Zo sport Nederland: Trends & ontwikkelingen in sportdeelname (2013-2018)’ zijn de leden- en lidmaatschapscijfers van sportbonden aangesloten bij NOC*NSF en de maandelijkse Sportdeelname Index uitgevoerd door Ipsos in opdracht van NOC*NSF. Voor meer informatie over deze rapportage en/of de NOC*NSF dienstverlening aan sportbonden en gemeenten rondom Sportdeelnamedata- en onderzoek kan contact worden opgenomen met NOC*NSF via KISS@nocnsf.nl (onder meer de Sportdeelname Index en Kennis Informatie Systeem Sport (KISS).