Zelfsturing is een belangrijk middel om kinderen te leren zwemmen

Onze kleinzoon van drie jaar wilde leren fietsen. Zonder zijwieltjes. Even later, met de eerste wiebelige meters in de benen, kwam hij met rode wangen van inspanning weer binnen. Hij vindt nieuwe dingen vaak erg spannend. Hem wordt dan ook uitgelegd leren fietsen veel oefening vraagt. ‘Misschien moet je wel tien keer oefenen en misschien zelfs nog wel vaker’. Kleinzoon knikt begrijpend. Op de vraag wanneer vind jij dat het goed gaat?, antwoordt hij dat hij kan fietsen wanneer papa’s handen niet meer nodig zijn.

Optimaal motiveren

Laatst schoot tijdens de zwemles dit gesprekje opnieuw door mijn hoofd. Ik heb een ‘nieuw groepje’ kinderen die voor hun allereerste zwemles komen. Na afloop vraagt een kind of hij nu zijn diploma krijgt. Ik moet hem teleurstellen en leg hem kort uit waarom dat nog niet kan. Blijkbaar heeft dit ventje hierover geen gesprekje gehad met zijn ouders. Weten kinderen wel wat er allemaal voor nodig is om te leren zwemmen? En weten ze waarom hun ouders het belangrijk vinden en waarom wij het ze graag leren? Zou het kunnen dat het gebrek aan bovenstaande kennis misschien zelfs voor minder gemotiveerde kinderen zorgt? En wat zouden wij kunnen doen om de kinderen optimaal te motiveren?

Zelfsturing

Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar factoren die ondersteunend zijn aan de ontwikkeling van kinderen. Succes, dus het halen van je doel, wordt in hoge mate bepaald door het vermogen tot zelfsturing. Zelfsturing hangt nauw samen met de wijze waarop je feedback krijgt, je verwachtingen, je zelfbeeld en je intrinsieke motivatie. Dit laatste is cruciaal voor je gevoel van welbevinden en de mate waarin je je kunt ontwikkelen. Voor zelfsturing lijkt in ons huidige zwemonderwijs nog weinig ruimte. De zwemles is voornamelijk leerkracht-gestuurd: de lesgever bepaalt de inhoud en vorm van de les. Terwijl onderzoek ook laat zien dat autonomie noodzakelijk is om actief en gemotiveerd te leren. De behoefte iets zelf te kunnen en zelf te bepalen hóe en wát. Zelfsturing is hiermee een belangrijk middel om kinderen te motiveren.

Zelfreflectie

Zelfsturing vraagt wel om het evalueren en beoordelen van het leerproces. Lesgevers spelen hierin een belangrijke rol: zij stimuleren, begeleiden en sturen het leerproces waar nodig bij. Bij evalueren om te leren wordt er informatie over het leerproces en de leerprestaties van onze kinderen verzameld en geanalyseerd. Wanneer we echt willen inzetten op zelfsturing gaan we ervan uit dat dit evalueren niet alleen de taak is van de lesgever, maar ook van de leerlingen zelf.
Door zelfreflectie, feedback van de lesgever en hun ouders worden zij zich meer bewust van hun eigen leerproces en krijgen zij aanwijzingen voor het zetten van de volgende stap op weg naar het bereiken van hun leerdoel. Ideaal zou zijn wanneer we samen met kinderen deze ontwikkeling zichtbaar kunnen maken. Het kind wordt hiermee eigenaar van zijn of haar eigen ontwikkeling en krijgt meer inzicht in zijn eigen ontwikkeling en leerproces. Samen met de kinderen doelgericht vooruit kijken lijkt mij een waardevol streven.

Belonen?

We moeten daarom ons systeem van belonen onder de loep leggen. We delen bijvoorbeeld stickers uit bij een prestatie en maken de kinderen vaak afhankelijk van onze goedkeuring. Wij zijn zo de maatstaf. Terwijl je de eigenwaarde van het kind ook kunt versterken door het waardeoordeel aan hen over te laten. Op deze manier leren kinderen zichzelf en hun vaardigheden op waarde te schatten in plaats van naar ons te kijken. Een positief gevoel over wie je bent en wat je kunt vergroot automatisch het zelfvertrouwen. Ook wanneer kinderen ergens minder goed in zijn, is het waardevol om het oordeel hierover aan hen over te laten.

Vrijheid of verdwalen?

Maar inderdaad: hoe stimuleer je zelfsturing in de zwemles? Hoe bied je autonomie aan zonder de structuur geweld aan te doen? Wanneer gaat vrijheid over in verdwalen? Feit is dat er een fundamentele verandering plaatsvindt in het onderwijs. Steeds meer deskundigen staan kritisch tegenover het huidige model van leerkracht-gestuurd onderwijs. Moeten we meer faciliteren en minder aansturen? Felle discussies hierover wijzen uit dat pasklare antwoorden niet voorhanden zijn. Ook voor het zwemonderwijs is er geen model op maat en weten we niet altijd hoe we het optimaal kunnen doen. Wel heb ik er het volste vertrouwen in dat we samen steeds beter onze weg vinden om optimaal leren en ontwikkelen voor onze kinderen te realiseren.

Inmiddels is kleinzoon nog steeds aan het oefenen met zijn fiets. Hij heeft er plezier in. Na ruim twee weken bijna elke dag oefenen is hij nog steeds gemotiveerd. Na het oefenen vraagt mijn zoon aan hem hoe hij het vindt gaan. ‘Erg goed hoor papa’, is vaak zijn antwoord. Toen hij onlangs bij mij op bezoek kwam en ik een aantal flinke krassen in zijn gezicht zag vroeg ik hem hoe dat zo was gekomen. Het bleek dat kleinzoon in de struiken was gefietst. Een typisch geval van zelfsturing zullen we maar zeggen!

Deze column is geschreven door Claartje Driessen

 
 “VConsyst”