Wat taal met kinderen doet

Tijdens mijn observaties van zwemlessen valt mij het soms ‘gemakkelijke taalgebruik’ van lesgevers op. We kunnen sowieso niet aan de binnenkant van een kind kijken, maar soms lijkt het wel of er ook onvoldoende naar de buitenkant wordt gekeken. Kinderen gedragen zich naar onze verwachtingen en zullen niet altijd laten zien wat taal met hen doet. Maar taal doet veel, heel veel. Als je goed kijkt, kun je het wel zien. Ook bij taal gaat het over veilig zijn en je veilig voelen. Hierbij een aantal voorbeelden.

  • ‘Hou je dat aan?’ Een kind kiest zelf de zwemkleding niet. Of het je bevalt of niet, dat is wat ze die dag aanhebben en het helpt niet om daar wat van te zeggen. Misschien vindt het kind het zelf wel prachtig, of hebben de ouders het geld niet voor een nieuw badpakje. Toch kan er een situatie zijn waarbij het badpakje of zwembroekje zo niet meer passend is, dat dit problemen kan geven. Denk dan aan andere oplossingen en neem de ouder/ verzorger/ begeleider even apart.
  • ‘Heej!! Jij daar, ja jij!!’ Schreeuwen is is uit den boze en ik ken ook geen enkel kind dat ‘Heej’ heet. De kans dat het juiste kind snel zal reageren zal niet groot zijn. Probeer de namen te kennen. Zeker ook belangrijk voor kinderen met ADHD en Autisme. En probeer schreeuwen te vermijden. Prettiger voor het kind, maar ook voor je stem.
  • >> Lees ook: Welke kinderen zitten bij jou op zwemles?

  • ‘Ga het maar proberen’, kan een goede aanwijzing zijn. Het is dan wel belangrijk om te kijken wat het kind doet en hier aanwijzingen bij te geven. Als het kind aangeeft niet te begrijpen wat het moet doen, geef dan meteen een tip. Kijk naar de uitvoering en geef een aanwijzing. Maak duidelijk dat je gaat helpen.
  • ‘Kan je dat nou nog niet?’ Nee, blijkbaar niet. Maakt het uit dat je het al vaak verteld hebt of dat het al ‘honderd keer’ geoefend is? Kan het kind het helpen dat het niet lukt? Of had de opdracht misschien anders moeten worden aangeboden? Helpt deze opmerking of maak je hiermee het kind alleen maar heel klein?
  • ‘Fijn, maar nu moet je…’ Laat het kind genieten van wat het bereikt heeft. Geef een compliment precies daarvoor en niet een algemeen compliment. Later komt je tip of aanwijzing wel. Niet meteen. Dan telt je compliment niet meer.
  • ‘Getver ga jij onderwater?’ Deze quasi grappige opmerking is voor kinderen niet altijd direct te begrijpen als grapje. Zeg gewoon iets als: wat knap dat jij al onder water kunt. Geef een gericht compliment.
  • ‘Zie je wel dat je het kan.’ Eigenlijk zeg je hiermee: ‘Ik wist het allang, wat ken jij jezelf slecht zeg!’ Zelfs als je hier geen kwaad in ziet is de vraag: wat is er mis met ‘dat heb je goed gedaan?’ Dit zal het kind positiever ervaren, en dus eerder blij van worden.

Vooral de laatste wordt door zwemonderwijzers snel van tafel geveegd. Zo van ‘Ach joh, dat maakt toch niet zoveel uit. Ik bedoel het goed, lief of gewoon een beetje grappig’. Als ik voorzichtig opper dat dit voor kinderen niet altijd zo is, reageren ze bijna verrast. Vervolgens komt de bekende discussie. Als de lesgever het goed bedoelt, dan moet het kind het ook maar goed ontvangen. En ik denk dat dat nou net niet zo is. Wil je het beter doen? Wees je dan bewust van je taalgebruik. Kinderen begrijpen en horen wat ze horen, maar uiteindelijk gaat het erom hoe het bij het kind binnenkomt. Wees je bewust van wat taal met een kind kan doen want het is zeker van invloed op het kind. Taal doet iets met een kind. Jouw taal, jouw gedrag bepaalt in grote mate het gedrag van het kind. Wees je daar bewust van en kies dan ook je woorden bewust.

Deze column is geschreven door Leone Hamaker.




Variopool