Samen werken aan goed zwemonderwijs

Onlangs zijn het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ en het Mulier Instituut een meer structureel samenwerkingsverband aan gegaan. Beide partijen beschikken over veel kennis en kunde die van grote waarde is voor de zwembranche. Het is dan ook niet meer dan logisch dat een bundeling van krachten een positieve bijdrage kan leveren aan de branche.
Beide partijen zijn bekende spelers in de zwembranche, ook in de uitgaven van ZwembadBranche leest u regelmatig over hen. In de geest van deze samenwerking zullen Thamar Henneken (Nationaal Platform Zwembaden | NRZ) en Ester Wisse (Mulier Instituut) u in de toekomst ook regelmatig deelgenoot laten maken van een vruchtbare samenwerking en de interessante discussies die spelen. Het stellen en beantwoorden van kritische vragen richting elkaar op het gebied van zwemonderwijs en de thema’s die hierin spelen dient daarvoor als inspiratie. Als aftrap in deze uitgave een interview van Ester Wisse met Thamar Henneken. Eerder al kon u kennismaken met Ester Wisse, bij deze een nadere kennismaking met Thamar Henneken. Voor de zwemliefhebber is Thamar Henneken geen onbekende. Als prof heeft zij op hoog niveau gezwommen met als hoogtepunt een zilveren medaille op de Olympische Spelen in 2000. Daarnaast heeft Henneken bewegingswetenschappen gestudeerd in Maastricht en zwemles gegeven.

Waar houd jij je mee bezig bij Nationaal Platform Zwembaden | NRZ?
Ik heb binnen het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ verschillende werkzaamheden, die allemaal te maken hebben met zwemonderwijs. Ik heb zelf ook zwemles gegeven, maar dat is alweer 7 jaar geleden. Hoe ik toen over zwemles dacht is inmiddels anders dan hoe ik er nu over denk. Voor mijn huidige werkzaamheden ga ik veel in overleg met zwemonderwijzers, hoofden zwemzaken en managers. Ik vind dat als je met zwemonderwijzers praat over onderwijs, je ook zelf moet weten waar je het over hebt en jezelf daarin moet blijven ontwikkelen. Om die reden ben ik afgelopen zomer begonnen met de PABO. Ik wilde weten hoe leraren worden opgeleid. Welke methoden ze gebruiken en hoe het zit met de didactiek. Ik wil mijn eigen kennis verder ontwikkelen met als doel ook het zwemonderwijs hiervan de vruchten te laten plukken. Waar ik op dit moment druk mee ben is het ErvaringsGericht ZwemOnderwijs. Vorig jaar heb ik in voorbereiding op de Week van het Zwemonderwijs nauw samengewerkt met de Chris Hazelebach, Johan Harlaar, Rene Dekker (allen werkzaam bij de CALO de Hogeschool van Zwolle), Peter Verberne en Claartje Driessen (beiden verbonden aan zwemschool Drie-Essen). We hebben toen veel gesproken over zwemonderwijs, lesgeven, basisonderwijs, methoden en de beroepsopleiding. Kortom, je kan het onderwerp niet bedenken of het kwam wel voorbij. De sfeer was goed en het klikte tussen de mensen. De energie van toen wilden we vasthouden en vormgeven.

Met als resultaat?
Wat we vooral willen is goed zwemonderwijs. Nu is mijn overtuiging dat iedereen dit wil en er ook druk mee is. Er wordt veel gediscussieerd over wel of geen drijfmiddelen gebruiken, wel of geen ouders in de zwemles op de tribune, enzovoorts. Dit zijn echter allemaal randvoorwaarden. Zwemonderwijs heeft te maken met interactie tussen zwemonderwijzer en kind. De zwemonderwijzer heeft het aanbod, hij heeft verstand van zwemslagen en interessante speelmaterialen. En het kind heeft een vraag, hij of zij wil graag veilig met en in het water spelen. Goed zwemonderwijs vraagt in de eerste plaats dus goede zwemonderwijzers. De vraag die hier op volgt is: ‘Wat is een goede zwemonderwijzer?’ Maar zo veel verschillende mensen, zo veel verschillende meningen. Dit met als gevolg discussies die geen recht meer doen aan goed zwemonderwijs maar uitmonden in getouwtrek rondom de vraag: wie heeft er gelijk? Soms levert kritisch kijken naar de vragen die gesteld worden meer op dan je alleen te focussen op het beantwoorden van vragen. (Van Herpen 2005) Wanneer je kijkt naar het (zwem)onderwijs dan zijn er twee cruciale vragen. Ten eerste, hoe denk je dat mensen (ook kinderen) zich ontwikkelen en wat voor consequenties heeft dat voor het zwemonderwijs? En ten tweede meer specifiek, wat is hier nu voor nodig? Het is van belang dat mensen die samen optrekken om ‘zwemonderwijs te maken’, ook samen op zoek gaan naar antwoorden op deze vragen. Hierbij vormen authenticiteit en betrokkenheid de basis voor goed zwemonderwijs. In onze eigen zoektocht naar hoe we onze ideeën konden vormgeven kwam ik via Claartje Driessen in contact met Marcel van Herpen en met ErvaringsGericht Onderwijs. ErvaringsGericht Onderwijs sluit ontzettend goed aan bij wat we voor ogen hebben. In dat opzicht kun je zeggen dat ErvaringsGericht ZwemOnderwijs één van de resultaten is van onze gedachten en ideeën. We zijn met Marcel van Herpen en de zwembaden De Heerenduinen, De Wel, Fletiomare, De Drie-Essen, De Waterwycken en zwembad Vollenhove in november vorig jaar hiermee begonnen. Op 10 mei zijn tijdens de Week van het Zwemonderwijs de zwemonderwijzers van deze zwembaden aanwezig om over hun ervaringen te vertellen.

Lees het hele artikel in ZwembadBranche nr.28