Resultaten Nationaal Onderzoek Zwemouders

Binnen de zwembranche is veel aandacht voor zwemonderwijs. Zeker na de recent verschenen onderzoeken. Helaas blijken onze kinderen steeds minder zwemvaardig. Voor de branche belangrijke gegevens om wat mee te doen. Maar wat weten we eigenlijk over de zwemouders? Hoe kijken zij tegen de zwemles aan? We vroegen het tijdens het Nationaal Onderzoek Zwemouders. In totaal reageerden 3.245 zwemouders en wat blijkt? De zwemouder is helemaal niet zo ontevreden.

Van alle respondenten verwacht 51% dat het kind tot het B diploma gaat en maar liefst 42% verwacht een volledig Zwem-ABC te behalen. Met het oog op de dalende cijfers van het C diploma is dit toch wel een verrassend hoog percentage. Het huidige beeld is immers dat het merendeel van de zwemouders stopt bij B. Met een respons van 3.245 zwemouders mag dit toch wel een gunstige ontwikkeling worden genoemd.

De gemiddelde zwemouder
Naast het Zwem-ABC zijn er nog veel meer interessante gegevens uit het onderzoek te halen. Zo vroegen we naar de communicatievoorzieningen, hoe is het nu geregeld en hoe ziet men het ideaal. Maar ook waarom kies je voor een bepaald zwembad, wat vind je belangrijk? In totaal gaven 3682 ouders met een kind op zwemles hun mening. Het merendeel hiervan was een zwemmama van rond de 37 jaar met een gezin van 2 kinderen. Met een voorkeur om te beginnen met zwemles bij 5 jaar. Hoewel het idee heerst dat kinderen vaak vanaf 4 jaar op zwemles gaan omdat ouders niet kunnen wachten dat hun kind zwemveilig is, begint 58% als hun kind 5 jaar is. Zo’n 26% start liever met 4 jaar en 11% met 6 jaar. De leeftijden 7 en 8 jaar hebben zeker niet de voorkeur en een enkeling (3%) wil zelfs al met 3 jaar beginnen.

Wat vinden zwemouders belangrijk?
De keuze voor ouders als het gaat om voorzieningen voor hun kinderen is groot. Denk bijvoorbeeld aan het reguliere onderwijs. Wat je dan ook vaak ziet is dat ouders heel bewust keuzes maken. Wat past het beste bij mijn kind? De keuze van de zwemlesaanbieder wordt echter heel praktisch ingegeven, 54% kiest op basis van reisafstand. Daarna volgt de manier van lesgeven met 40% en de beschikbare lesdag (25%). Het advies van een andere ouder weegt voor 20% mee. Lesgeld speelt veel minder een rol, 12% laat dit meewegen bij hun keuze. De lessen worden voornamelijk per maand betaald (65%). Het aanbieden van overig aanbod zoals sporten en andere diensten, wat je veel ziet bij multifunctionele accommodaties, is eigenlijk niet van invloed (1%). De meeste zwemouders hechten waarde aan gekwalificeerde lesgevers die regelmatig worden bijgeschoold en in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag. Zwemouders vinden het mindere relevant of men is aangesloten bij een koepelorganisatie (24%). Wel hecht men veel waarde aan een landelijke norm voor een diploma lijn, 85% van de respondenten geeft dit aan belangrijk te vinden.

Communicatie
Als het gaat om informatievoorziening met betrekking tot het zwemdiploma dan wordt de zwemouder redelijk geïnformeerd. Zo’n 65% weet wat de eisen zijn en 70% is goed op de hoogte van de verschillen tussen de diploma’s A, B en C. Zwemouders zouden graag met hun kind willen oefenen. Alleen geeft de helft aan niet precies te weten hoe men dat het beste kan doen. Hier ligt dus nog wel winst te behalen voor het betrekken van de zwemouders bij de zwemles.
Hoewel we leven in het tijdperk 3.0, communiceert het zwembad over het algemeen nog vrij traditioneel. Van de respondenten wordt het merendeel (62%) mondeling op de hoogte gebracht, 23% via de email en een minderheid via de website (17% ). Als men de voortgang kan volgen dan gebeurt dit meestal via een leerlingvolgsysteem 34%. Opvallend is dat 11% niet wordt geïnformeerd. En dat in deze tijd waarin men alles wil weten en via de sociale media ook alles kan delen. Er is onder de ouders dus grote behoefte aan het gebruik van nieuwe media. De meeste zwemouders (85%) hebben ook een smartphone waardoor dit heel toegankelijk is. Daarbij is het merendeel actief op social media, vooral facebook. Maar gek genoeg weet het merendeel van hen niet of het zwembad actief is op social media. Van de 75% die actief is, heeft 58% geen idee wat het zwembad doet met social media. Ondanks het feit dat de nieuwe media nog niet veel wordt gebruikt, scoren de zwemlesaanbieders overall niet slecht als het gaat om communicatie. Van de respondenten beoordeelt 62% de communicatie met een voldoende tot goed. 28% beoordeelt hun zwemlesaanbieder met slecht tot matig. Het is dus maar hoe je dit bekijkt, is het glas halfvol of halfleeg? Vooral bij de respondenten die aangeven niet tevreden te zijn over hun zwemlesaanbieder (zou jij de zwemlesaanbieder aanbevelen bij anderen) scoort communicatie heel laag. Onder hen vindt 85% het slecht tot matig.

Lees verder in ZwembadBranche #44
 
 
deel op twitter deel op facebook

Het Nationaal Onderzoek Zwemouders is een initiatief van ZwembadBranche en mede mogelijk gemaakt door ZwemApps en Zwemscore. Alle deelnemende zwembaden ontvangen bij meer dan 100 respondenten een eigen rapportage.
Volgend jaar zullen wij dit onderzoek opnieuw uitvoeren. Wil je dan ook meedoen? Mail je gegevens naar [email protected] ovv zwemouders.

NZO-infographic