‘Als inwoners investeringen in de sport tegen elkaar moeten afwegen, gaat het geld naar schoolzwemmen’

De cijfers over de ontwikkeling van de sport in Nederland laten overwegend stabiliteit zien. Maar de Rapportage sport 2018 laat zien dat ondanks deze ogenschijnlijke stabiliteit, toch ook veel is veranderd. De motoriek van kinderen neemt af, onze sportbehoeften veranderen en in de buitenschoolse tijd wordt minder bewogen. Met het oog op de discussie over juist meer bewegingsonderwijs (en wat ons betreft natuurlijk ook meer schoolzwemmen) interessante conclusies. Zeker ook nu ook weer in dit rapport wordt benadrukt dat als inwoners de gemeentelijke investeringen in de sport tegen elkaar moeten afwegen, zij het geld liever besteden aan schoolzwemmen. Waarvan akte…

Motoriek jeugd

In de jeugd moet de basis worden gelegd voor een leven lang bewegen. Het is dan ook verontrustend dat hun motorische vaardigheden teruglopen. In de buitenschoolse tijd wordt minder bewogen en het aantal uren bewegingsonderwijs is afgenomen. Tevens is sinds het wegnemen van de verplichting tot schoolzwemmen in 1985 het aandeel scholen dat schoolzwemmen aanbiedt verminderd van 90% in 1991 tot 32% in 2016. Belangrijkste redenen zijn: geen financiering vanuit de gemeente (77%), schoolzwemmen gaat ten koste van andere vakken (23%) en gebrek aan eigen budget (22%). Nagenoeg geen enkele school geeft als reden aan dat leren zwemmen geen taak is van het onderwijs of dat leerlingen al voldoende bewegingsonderwijs krijgen. Dit heeft echter niet geresulteerd in minder kinderen met een zwemdiploma. Kinderen van ouders met een laag inkomen of met een niet-westerse herkomst hebben wel minder vaak een diploma. Om die reden blijven met name grotere gemeenten wel in het schoolzwemmen investeren en is in de G3 (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) het aandeel daaraan deelnemende scholen met 89% opvallend hoog.

Bewegingsonderwijs

Het doel van schoolzwemmen is niet altijd alleen het behalen van een zwemdiploma (43%), maar voor een derde van de scholen ook het geven van een zogenoemde ‘natte gymles’ (36%) of beide (20%). Een natte gymles is erop gericht om kinderen
andere beweegactiviteiten aan te bieden dan alleen het leren zwemmen. Interessant omdat ook nu weer aandacht is voor meer bewegingsonderwijs, minimaal 3 uur per week. Ook zwemmen zou hierin heel goed passen. Daarbij stellen de zwemlesaanbieders dat kinderen tegenwoordig een lager instroomniveau hebben dan vroeger en dat kinderen na de zwemles te weinig zwemmen, waardoor hun zwemvaardigheid weer achteruitgaat. Ook oefenen kinderen weinig buiten de zwemlessen. Door de natte gymles blijven kinderen zwemmen, wat gunstig is voor hun zwemvaardigheid.

Lees ook: Maatschappelijke voorzieningen, liever een zwembad dan een schouwburg

Sportbehoeften veranderen

Na buiten spelen is sporten qua bijdrage aan het behalen van de Beweegrichtlijnen de belangrijkste activiteit van basisschoolkinderen, 65% sport wekelijks. De sportvereniging wordt dan ook als een belangrijke plek beschouwd waar kinderen vertrouwd raken met sport en zich op sportief vlak kunnen ontwikkelen. Maar niet alleen de sportdeelname van de jeugd vereist aandacht. De bevolking als geheel groeit vooral nog door migratie en vergrijst snel, waardoor de wensen en de voorkeuren voor sportbeoefening in de bevolking als geheel veranderen. Het levert voor de sportwereld een uitdaging op om deze, deels nieuwe, groepen in beweging te krijgen en te houden. Belangrijk is dan om aan te sluiten op veranderende behoeften en voorkeuren van deelnemers zoals flexibiliteit in tijdstip en plaats. Dat sporten bijdraagt aan een gezonde leefstijl is eveneens van groot belang, gezondheid is voor negen op tien mensen het belangrijkste motief om te sporten. Ook traditionele sportaanbieders zoals sportbonden en -verenigingen hebben te maken met deze veranderende behoeften en voorkeuren en werken aan innovatie van het aanbod.

Maatschappelijke waarde van sport

Het nieuwe kabinet heeft met de sportwereld het Nationale Sportakkoord gesloten. Hierin ligt de nadruk op het lokale sportbeleid en de voorwaarden voor sportbeoefening zoals accommodaties, de organisatorische kracht van sportaanbieders en het bieden van veilig en plezierig sportaanbod. Dit is een koerswijziging ten opzichte van voorgaand beleid, waarin veel aandacht was voor de maatschappelijke waarde van sport. Uit de Rapportage sport 2018 blijkt dat de waarde van sport en bewegen voor de gezondheid sterk is. Alleen het is nog lastig aan te tonen in hoeverre, en onder welke condities, sport bijdraagt aan cognitieve ontwikkeling of betere sociale verhoudingen in de samenleving. Met de Omgevingswet komt er meer aandacht voor het ruimtebeslag van sport. Sinds 2000 is er 4000 hectare sportterrein, voornamelijk voor voetbal en golf, bijgekomen.

Over de Rapportage sport 2018

De Rapportage sport 2018 verschijnt iedere vier jaar en wordt ondersteund door het ministerie van VWS. Naast het Mulier Instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau hebben auteurs van de volgende organisaties aan de publicatie meegewerkt: CBS, RIVM, Hanzehogeschool Groningen, Universiteit Utrecht en Vrije Universiteit Brussel. Samen brengen zij de ontwikkelingen in kaart op het gebied van bewegingsonderwijs, sport- en beweegdeelname, topsport, sportinfrastructuur en volgen van sportevenementen. Daarnaast is er aandacht voor de betekenis van sport voor maatschappij, economie, fysieke omgeving en internationale samenwerking.

Wil je meer weten? Lees dan hier Rapportage sport 2018.




Splash Software