Zwemmen met een doel? Zo stel je goede en realistische doelen

Veel mensen hebben een reden waarom te gaan zwemmen: afvallen, verbeteren conditie, presteren op een evenement. Maar lukt het ook om het doel te halen? Helaas zien wij dat veel mensen die bewegen om een doel na te gaan streven na een aantal weken of maanden de handdoek alweer in de ring gooien. Gelukkig kan dit ook anders. Op Fit.nl gaat Erik Huizenga, coach en gedragsexpert bij FIT.nl, dieper in op het stellen van doelen en legt hij je uit hoe doelen stellen je helpt om gemotiveerd te blijven.

Doelen stellen

Veel mensen beginnen zonder een duidelijke richting en invulling. Ze denken er vaak niet goed over na hoeveel en welke stappen ze moeten zetten om een bepaald doel te bereiken. Daar komt ook nog eens bij dat veel mensen te hoge verwachtingen hebben. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om binnen 3 maanden een supergespierd lichaam te verkrijgen. Hier gaan vaak wel een aantal jaren van consistent hard werken overheen. En die jaren voelen als oneindig lang als je keihard trainen en op je voeding letten niet leuk vindt… Nu denk je misschien ‘hoe weet ik wat bij mij wel of niet goed werkt?’. Of ‘hoe kom ik erachter welke inspanning tot resultaat leidt?’. In dat geval biedt het opstellen van doelen een handig instrument om je handelingen meetbaarder te maken. Zo weet je vervolgens beter wat wel en niet werkt. Dit helpt om gefocust te blijven en jezelf te blijven motiveren en verbeteren. Maar wat zijn goede doelen om op te stellen? Er wordt hiervoor een onderscheid gemaakt in drie type doelen: uitkomstdoel, procesdoel en prestatiedoel.

  • Uitkomstdoel of resultaatdoel
    Het eerste type doel is een uitkomstdoel, ook wel resultaatdoel genoemd. Een uitkomstdoel is een resultaat dat je wilt behalen, zoals een bepaald streefgewicht. Met het SMART-principe koppel je dit resultaat aan een meetbare en specifieke uitkomst. Bijvoorbeeld: ‘om mijn streefgewicht te bereiken, ga ik vanaf morgen in 10 weken 5 kilogram afvallen’. Resultaatdoelen kunnen mensen veel energie geven. Maar deze zeggen niets over wat je moet doen om deze droom te bereiken.
  • Procesdoel
    Procesdoelen zijn de bouwstenen van uitkomstdoelen en hebben betrekking op hoe je je prestatiedoel wilt gaan halen. Oftewel wat moet je doen om af te vallen of spiermassa op te bouwen? Je kunt dan denken aan: hoe vaak wil je gaan zwemmen? En welke aanpassingen ga je aanbrengen in je voeding? Het voordeel van procesdoelen is dat je hier veel meer controle over hebt dan over die droom die ver in de toekomst ligt. Deze procesdoelen kun je actiegericht maken met gedragsregels. Denk aan: ‘Voortaan doe ik geen suiker meer in mijn koffie’. Daarbij is het aan te raden om doelen en gedragsregels te volgen. Dit kan eenvoudig door deze op te schrijven en dagelijks af te vinken of je het doel hebt behaald en je jezelf aan je gedragsregels hebt gehouden. Heb je het een week volgehouden? Beloon jezelf dan met iets leuks. Het monitoren van je resultaten helpt je om te voorkomen dat je gaat verslappen.
  • Lees ook: Afvallen? Vooral doorgaan én zwemmen!

  • Prestatiedoel
    Prestatiedoelen hebben betrekking op een zelfgekozen prestatie en zijn gekoppeld aan een zelfgerelateerde standaard. Wat je daarbij moet voorstellen? Sven Kramer stel zichzelf bijvoorbeeld als doel om de 10 km binnen 13 minuten te schaatsen. Het doel van Sven is aan zijn eigen prestatie gerelateerd en onafhankelijk van anderen geformuleerd. Prestatiedoelen hebben als voordeel dat je er veel meer controle over hebt, dan wanneer je alleen als doel stelt om te winnen van anderen.

Korte- vs. langetermijndoelen

Ik raad je aan om deze doelen te vertalen naar korte- en langetermijndoelen. Vergelijk het met een groot project. Door het doel op te delen in kleinere stukjes, subdoelen, maak je het behapbaar. Kies daarnaast 2 of 3 gedragsregels waar je je al eerste op wilt richten. Dit verkleint de kans dat je te veel hooi op je vork neemt en als gevolg daarvan niet geen één doel haalt.

Is het stellen van doelen altijd effectief?

Niet iedereen is een voorstander van het stellen van doelen. Kritiekpunt is dat sommige mensen hierdoor onzeker worden en last krijgen van faalangst. Hierbij moet wel een nuance worden geplaatst: het maakt namelijk wel uit of iemand zich met anderen of juist met zichzelf vergelijkt en of het doel als een streefdoel of als een zogenaamd vermijddoel wordt geformuleerd. Bij het formuleren van streefdoelen richt je je aandacht vooral op dat je jezelf wilt verbeteren. En bij vermijddoelen richt je je aandacht vooral op dat je niet achteruit wilt gaan of niet wilt verliezen. Mensen die vermijddoelen stellen zijn bang voor afkeuring en om te falen met als risico dat men onzeker wordt en minder goed kan presteren.

Voorbeelden streefdoel en vermijddoel

  • Streefdoel: ‘ik wil mezelf verbeteren in de uitvoering van de borstcrawl’ of ‘vanavond schep ik 1 keer op in plaats van 2 keer’.
  • Vermijddoel: ‘Ik mag echt niet snacken tijdens de verjaardag anders heb ik gefaald’.

Het stellen van vermijddoelen hangt vaak samen met minder plezier en faalangst. Hoewel het stellen van streefdoelen vaak bijdraagt aan meer zelfvertrouwen en een positiever gevoel. Formuleer daarom doelen als streefdoelen. Daarnaast is het belangrijk om een balans te houden tussen proces-, uitkomst- en prestatiedoelen. Veel mensen zijn namelijk te veel gericht op uitkomstdoelen. Terwijl spiermassa opbouwen eerder een langetermijnproject is. Richt je aandacht ook via procesdoelen op de vaardigheden die je kunt ontwikkelen.

FIT.nl is een platform voor fitness, afvallen en voeding. Een team van deskundigen houdt je op de hoogte met artikelen en deelt oefeningen en recepten voor een fitter leven.




EasySwim Peuter Survival