Op zoek naar die ene leverancier?

‘Vindt mijn moeder dat ook goed juf?’

‘Vindt mijn moeder dat ook goed juf?’

Brent mag nog niet afzwemmen voor zijn C-diploma. Zijn moeder is erg boos, “nu heb ik een heel verdrietig jongetje”.  Hij is zeker verdrietig, doet ook wekelijks enorm zijn best. Wat moeder ook steeds voor de les roept en wat helemaal niet hoeft want dat doet hij uit zichzelf al. Hij is een gevoelige, serieuze jongen die samen met zijn vriend naar zwemles komt. Is er iedere week en houdt van een grapje, maar is ook serieus als dat nodig is. De eerste zwemles valt mij op dat hij veel dingen nog heel moeilijk vindt. De kleding is lastig, “wanneer mag het uit?” Als ik voorstel een paar keer zonder kleding te zwemmen en daarna stapsgewijs steeds meer aan te doen, lijkt hij opgelucht. “Vindt mijn moeder dat ook goed juf?”, vraagt hij. Ik stel hem gerust dat ik het met mama zal bespreken.

Verhaal halen

Ik zie dat moeder bevriend is met de moeder van zijn vriend. Een grote jongen met dito mond en veel gemakzuchtiger met de oefenstof dan Brent. Ik haal ze regelmatig uit elkaar en laat ze in verschillende groepjes werken. Dat gaat goed, Brent lijkt te ontspannen als hij zonder zijn vriend kan oefenen. De eerste afzwemronde is na 3 lessen en de beide heren zijn nog niet toe aan afzwemmen. De moeders komen wel verhaal halen bij mij want ze kunnen toch prima zwemmen? “Op vakantie deden ze alles goed.” Deze afzwemronde zit zijn vriend erbij, maar Brent nog niet. Hij is verdrietig en ik troost hem. Uiteraard vertel ik wat we nog gaan oefenen, of dat bij hem aankomt betwijfel ik. Mama is boos, ze gaat ermee stoppen en wil een herkansing voor haar zoon. Mijn uitleg over wat hij nog moeilijk vindt, accepteert ze niet. Als de anderen mogen afzwemmen is haar zoon er toch na evenveel lessen ook aan toe? “Als zijn vader dit hoort wordt hij heel erg boos”, dreigt ze.

Lees ook: Leren als een kameleon of als een vlinder?

Appèl

Eenmaal thuis die avond zit het me niet lekker. Brent heeft meer tijd nodig dan zijn vriend waarmee hij wordt vergeleken. Mijn beeld is dat hij verdrietig is, maar toen ik hem troostte leek hij blij dat hij een paar weken met de andere kinderen en mij lekker verder mocht gaan oefenen. Ik besluit moeder de volgende dag te bellen, maar vind het best spannend hoe ze zal reageren. Mijn doel is niet om haar om te praten, maar wel om een appèl op haar te doen als moeder. Als steun en toeverlaat voor haar zoon, schouder om op te leunen als het even niet zo snel lukt. Maar ook als diegene die hem motiveert niet op te geven, maar door te zetten. Complimenteert dat hij iedere week zo zijn best doet en met plezier naar de les komt. Uitlegt dat het niks uitmaakt hoe snel anderen het leren, dat ook hij het kan leren en dat hij al heel veel dingen kan.

Missie geslaagd

Ik vraag haar of ze het hem gunt dat hij komende week nog een keer moet laten zien wat hij kan en dan weer hoort dat het niet goed genoeg is. Ik pleit ervoor dat ze Brent gunnen dat hij ook succesvol mag zijn, in zijn eigen tempo en hoe leuk het voor hem is dat zijn ouders hem door dik en dun steunen. “Hmmm”, zegt ze, ”ik ga erover nadenken…” En ik denk ‘missie geslaagd’.  Over 4 weken zit hij er zeker bij, maar dat heb ik natuurlijk niet tegen zijn moeder gezegd.

Deze blog is geschreven door Nicolette van Mierlo. Nicolette is freelance zwemonderwijzer en teamleider in de zwembadbranche en heeft 25 jaar ervaring met relatiemanagement in het bedrijfsleven. Met haar eigen bedrijf geeft ze trainingen en bedrijfsadviezen aan zwembaden over communicatie over zwemles, met als specialisatie klanttevredenheid.




Hellebrekers