Super Spetters, nieuwe zwemlesmethode KNZB

superspetters
Het is zover, het hing al maanden boven de markt maar vanmiddag heeft de KNZB haar eigen zwemlesmethode -Super Spetters- gelanceerd. Het Zwem-ABC krijgt daarmee een concurrent: het diploma van de zwembond KNZB. Ondanks kritiek van het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ, waar de KNZB nog altijd onderdeel van uitmaakt gaat de KNZB dus haar eigen zwemdiploma uitgeven.

Met de methode SuperSpetters leren kinderen sneller en met meer plezier zwemmen. Ze zijn binnen een schooljaar zwemvaardig en krijgen het KNZB zwemdiploma. De KNZB neemt hiermee haar verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zwemles en wil samen met zwemverenigingen meer kinderen zwemveilig maken. Jan Kossen, algemeen directeur van de KNZB: “Wij willen onze verenigingen ondersteunen bij het goed geven van zwemlessen en samen zorgen dat meer kinderen zwemveilig worden. De innovatie in de zwembranche gaat moeizaam. Daarom zijn we een eigen traject gestart om de methodiek te veranderen. Al tientallen jaren wordt er op dezelfde manier zwemles gegeven. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat slechts 35% het complete ABC-diploma haalt, 65% is dus niet volledig zwemveilig. Nog geen procent van de kinderen gaat na het behalen van hun diploma door met zwemmen. Ouders zijn vaak blij dat het afgelopen is, het duurt te lang en de kinderen hebben te weinig plezier in zwemmen. Dat willen we veranderen”.

Andre Bolhuis, voorzitter van NOC*NSF is blij met het initiatief van de KNZB: “NOC*NSF vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen sporten en bewegen, want we winnen veel met sport. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor het leszwemmen. Met de nieuwe zwemlesmethode van de KNZB wordt het aanbod verder verbreed en levert de KNZB er een belangrijke bijdrage aan om meer kinderen zwemveilig te maken. Daarmee wordt de zwemsport nog aantrekkelijker.”

Meer dan diploma
Met deze methode kan een kind met 2 keer in de week zwemles in 10 maanden zwemveilig zijn. De borst- en rugcrawl worden als eerste aangeleerd, omdat kinderen deze slagen veel makkelijker en sneller beheersen. De methode is gericht op het aanleren van vaardigheden en maakt gebruik van materialen zoals een badmuts, bril en flippers. Hierdoor kunnen kinderen zich beter concentreren op het oefenen van de zwemslagen en leren ze sneller zwemmen. De lessen bevatten ook survivalelementen zoals oriëntatie onder water, water trappen en drijven. De kinderen sluiten deze lesmethode af met één diploma, vergelijkbaar met het eindniveau van het C-diploma. Het voordeel hiervan is, dat er tussentijds geen uitstapmomenten zijn, waardoor uiteindelijk meer kinderen zwemveilig zijn. De kwaliteit wordt geborgd door gediplomeerde lesgevers op minimaal niveau 2 met een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).

Innovatie
Voormalig coach van het Nederlands zwemteam Jacco Verhaeren werkte de afgelopen jaren ook mee aan deze nieuwe methode. Hij was aanwezig bij de introductie in het Hofbad, waar Stichting De Hofspetters een pilot met de nieuwe zwemlesmethode doet. Jacco: “Het is goed dat we anno 2014 de zwemles meer laten aansluiten bij de motorische vaardigheden, het leerpatroon en de belevingswereld van kinderen. Daarnaast is geschoold kader een must voor verantwoord en kwalitatief lesgeven. Ook dat pakken we hiermee aan.” De KNZB vindt dat iedereen een KNZB diploma moet kunnen krijgen. Jan Kossen: “Samen met de Johan Cruyff Foundation zorgen we dat ook kinderen met een beperking een diploma kunnen halen. En we hebben in het zwemlessysteem ingebouwd dat ook kinderen van ouders voor wie het financieel niet mogelijk is zwemles te volgen, wel mee kunnen doen en hun diploma kunnen halen.”

De zwemlesmethode kan door zwemverenigingen en zwembaden worden afgenomen. Meer informatie www.superspetters.nl.

 
 Variopool
  • Marleen Groeneveld

    Lekker verhaal dit weer! Nog een extra speler erbij en ouders zien door de bomen het bos niet meer. Waarom gaat de KNZB zich hier in hemelsnaam mee bemoeien, laten die zorgen dat er zwemtalenten ontstaan en het zwemonderwijs gewoon bij de zwembaden laten. Krijg sterk het gevoel dat de KNZB probeert de branche naar zijn hand te draaien. Kijk naar de diploma’s van de ENVOZ die uitgereikt worden in zwembaden waarbij het zwembad niet dieper is dan 1.40 en de het totale zwembad niet groter dan 60m2. Nu weer een extra diploma erbij en wat is het volgende waar de KNZB mee gaat komen…? Volgens mij heeft dit niets te maken met meedenken, meer een spel tussen een aantal hoge heren die het minder goed met elkaar kunnen vinden…..
    Samenwerken had hier het toverwoord moeten zijn en niet afscheiden van de branche… Ik hoop dat het geen kans van slagen krijgt, dus niet teveel aandacht aan schenken…

  • Daniël Brinkman

    Ik ben het helemaal met Marleen eens. Te zot voor woorden dat de KNZB dit doorzet.Het wordt tijd dat de overheid zich hier mee gaat bemoeien. Het is een grote wildgroei in zwembadland zowel in opleiding tot zweminstructeur als in diploma aanbod bij de zwembaden.
    Tijd voor actie!

  • Cor Speelman

    Ik denk dat met deze actie van de KNZB, binnen de NPZ-NRZ, het tijd wordt om als branche op te staan en een branchevereniging op te richten. Ontmantel het instituut NPZ-NRZ en richt een branchevereniging op voor de zwembaden.
    Ik ben het eens met de onderstaande sprekers, dat de klant straks niet meer weet waar hij/zij aan toe is. De zwembaden moeten nu opstaan en zich verenigen. Het kan toch niet zo zijn dat een sportbond de koers van een branche gaat bepalen.Cor

  • Albert Beckers

    Het lijkt erop dat met de verbinding tussen KNZB en Jacco Verhaeren er op aansturen dat Nederland meer topzwemmers kan leveren op Europees, wereld- en olympisch niveau.
    Op zich is daar niets mis mee maar hoeveel procent van alle kinderen die leren zwemmen, zullen daadwerkelijk op dat niveau terechtkomen?
    Ik vind dat de KNZB zijn pijlen beter kan richten op scouten, stimuleren en begeleiden van talenten. Daar ligt hun taak als sportbond.
    Enige samenwerking en een kritische blik op het huidige zwemonderwijs en de manier waarop dit ten uitvoer gebracht wordt, zorgt voor een betere kwaliteit; daar worden we allemaal beter van.
    Het is ook niet zo dat er binnen het zwemABC géén plezier wordt beleefd aan en in de zwemlessen, zoals er wordt geïmpliceerd. Dat ligt aan de zwemonderwijzer en daar verandert een lesmethode niets aan.

  • Marjorie Meijer

    We bevinden ons weer in woelig water, op het gebied van zwemonderwijs.

    Een nieuwe methode, nu via de KNZB met:
    – veel meer plezier voor de kinderen, omdat ze met bril, muts en vliezen mogen
    werken,
    – betere zwemlessen omdat er wordt gewerkt vanuit het natuurlijk bewegen van
    kinderen.
    – de moeilijke schoolslag, die pas later wordt aangeleerd
    – de verwachting dat kinderen veel sneller zullen doorstromen naar de
    verenigingen
    – een eigen diploma, waar kinderen na 10 maanden met 2 x per week 45 minuten
    zwemles, zwemveilig en zwemvaardig zullen zijn. Tenminste, als je minstens 5
    jaar bent

    Natuurlijk volg ik deze ontwikkeling als Hoofd Zwemzaken van een bad met 850
    leskinderen op de voet. Wat sneu dat er nog steeds beelden worden vertoond van zwemlessen uit het jaar nul, met iedereen in ligsteun om de beenslag te oefenen en een kind wat maar niet onder de stok door durft te kruipen, omdat hij bang is om zijn hoofd onder water te stoppen. Dat is toch helemaal niet het beeld
    van het huidige zwemonderwijs. En ja, als dat in jouw zwembad nog steeds
    gebeurd, moet je je schamen.

    In ons bad hebben de kinderen heel veel plezier, doen ze van alles met allerlei
    materialen, staat bijna niemand meer in een rijtje en leren de meeste kinderen
    binnen de landelijk gestelde klokuren zwemmen. Iedereen weet, dat een 4-jarig
    kind wat langer over het leren zwemmen doet, maar in het water is bewegen zo
    fijn en goed voor de motorische ontwikkeling, dat ik pleit om met jonge kinderen
    veel in het water te zijn. En natuurlijk zijn er ook bij ons kinderen, die de
    lol van leren zwemmen niet meteen inzien. Maar dat komt allemaal goed.

    Onze lesouders zijn enthousiast. Op de afzwemfeesten worden we vaak gecomplimenteerd met de wijze waarop we de zwemles hebben gegeven en dat het zo heerlijk is dat hun kind goed kan zwemmen. En ja, ik ben eerlijk, soms is er ook iemand ontevreden.

    Ik heb als jonge zwemonderwijzeres in de begin van de jaren 80 experimenten
    mogen begeleiden met jonge kinderen, omdat wij van mening waren dat het oude A en B niet meer klopten bij de vraag naar zwemveiligheid toen. Ik ben daar aan de gang gegaan met eerst zelfredzaamheid, toen de borst- en rugcrawl en later de schoolslag. Prima, wat een feest, maar wij kwamen er achter dat een juiste stuwing van de benen bij de enkelvoudige rugslag en schoolslag toch wel moeilijk was,omdat alle kinderen inmiddels zo lekker konden flipperen, dat dit een vlotte leerweg naar deze slagen in de weg stond.

    Sinds 2006/2007 werken we in ons bad, naast de traditionele lessen, ook met de
    diepwater-methode. En sinds die tijd beginnen we met borst- en rugcrawl en de
    enkelvoudige rugslag. De schoolslag stellen we zo lang mogelijk uit. Het
    gevolg: lekker zwemveilige en zwemvaardige kinderen, die bij het afzwemmen van het A-diploma alle zwemtechnieken goed beheersen. 99% van deze kinderen gaan door voor B en helaas haken dan 50%l ouders af. Maar wij hebben nog steeds het vangnet van het schoolzwemmen, door ons zelf volledig georganiseerd, waar de kinderen hun C-diploma kunnen behalen. Maar nog belangrijker: hun zwemvaardigheden kunnen toepassen en onderhouden. Overigens wordt het schoolzwemmen bij ons geheel door de ouders betaald en gesteund door de basisscholen.

    Ik ben er van overtuigd dat ouders in de 1e plaats zwemles willen
    voor hun kind, omdat zij hun kind veiligheid willen bieden. Het sportaspect,
    zoals de KNZB dit benoemt, komt pas later.
    Het wordt voor ouders steeds moeilijker om te weten welke juiste keuze zij
    moeten maken voor hun kind. Deze nieuwe methode erbij maakt die keuze niet
    makkelijker. Ik vind dat jammer.

    Ik ben van mening dat in de methode van de KNZB zeker goede
    elementen zullen zitten. Het dragen van een badmuts, prima! Ik geef dat al vaak
    aan bij ouders met kinderen met lang haar. Een brilletjes? Het zal zeker
    bijdragen aan een makkelijkere uitvoering van de borstcrawl, maar ik ben er
    zeer op tegen als dit de hele les bij alle onderdelen wordt gebruikt.

    En wat nu? Gaan we nu eens eindelijk met elkaar om de tafel?
    Gaan we stoppen met ‘ik doe dit en jij doet dat’? Ik ben niet tegen vernieuwing of
    verandering. Ik ben wel tegen versnippering. Ik pleit voor een landelijk
    zwemdiploma. Iedereen hetzelfde. We werken toch ook niet met verschillende
    rijbewijzen, behalve als je met een aanhanger wilt rijden. Hoe je er komt? Toch zeker met goed en enthousiast personeel. En een doordachte methode. Kindvriendelijk, uitdagend en vakkundig.

    En de rol van de ouder? Er hangt om zwemonderwijs een sfeer van: het is warm in het bad, het duurt lang, het kost veel geld. Maar op het voetbalveld is het
    koud en nat langs de lijn. Een voetbaltenue schonen kost meer wasmiddel dan dat badpakje. Hoe kunnen we ouders bewegen om met hun kinderen meer te zwemmen? Moeten we daar niet eens met elkaar over praten?

    Laten we trots zijn wat we in Nederland hebben bereikt in het kader van ons
    zwemonderwijs, maar laten we de ogen en oren open houden voor andere meningen en daar met elkaar een voordeel uit halen. De zwemveiligheid en -vaardigheid en het plezier in zwemmen van onze kinderen moeten daarbij altijd het uitgangspunt blijven.

    Marjorie Meijer
    Hoofd Zwemzaken ESA BV
    De Waterlelie, Aalsmeer.