Straffen en huilen in de zwemles? Laat de touwtjes wat vaker vieren…

Vraag eens aan je collega wat deze ervan vindt als een kind huilt in de zwemles of als je boos moet worden op een kind of een kind zelfs moet straffen. Vind je collega dat oké? Het antwoord behoort simpelweg ‘nee’ te zijn. Toch gaan veel zwemonderwijzers uitleggen waarom huilen ‘erbij hoort’. Of ze vertellen dat je best wel boos mag worden op een kind of straf mag geven. Een enkele keer met de zin erbij ‘sommige kinderen vragen er gewoon om’. Dat is iets waar ik grote vraagtekens bij zet.

Toch zie ik het nog te vaak wel gebeuren in een les. Vraag je eens af wanneer er straf wordt gegeven of wanneer je een huilend kind in een les ziet: is het een gegeven, is het onontkoombaar of zou je het liever niet willen zien in de zwemlessen? Streef je ernaar dat geen enkel kind in de zwemles huilt? Streef je ernaar dat geen enkel kind straf krijgt in de zwemles? Dat is goed om te horen en dan gaan we daar ook met elkaar naar streven. Hoe? Door op individueel vaardigheidsniveau les te geven mét een individuele aanpak. De inhoud van de les gaat dan over het individuele vaardigheidsniveau. De aanpak gaat over de gebruiksaanwijzing van ieder kind. Op beide aspecten stem je de les af.

Inhoud van de les: individueel vaardigheidsniveau. Zorg dat op vele momenten in je les keuzes mogelijk zijn voor een kind, welk basiselement willen zij oefenen en op welk niveau. Geef gelegenheid om verschillen te hebben in het aantal herhalingen en de afstand waarover wordt geoefend. Dat geldt ook voor de tijdsduur, het tempo en de afzethoogte of de interesse van een kind. Door mogelijkheden te geven voor een ‘hoger of lager niveau met een beetje vrijheid’, kun je voor vele kinderen huilen en straffen overbodig maken.

Lees ook: Zo kun je het beste praten met kinderen over prestaties

Gebruiksaanwijzing van ieder kind: individuele aanpak. Maak eens 1 op 1 een praatje met een kind. De andere kinderen oefenen lekker door en jij hebt even een minuutje om dat ene kind beter te begrijpen. Soms is een kind ongeremd en beweeglijk. Geef dit kind dan voldoende regels en positieve feedback. Een ander kind is brutaal. Dit kind is vaak beweeglijk en heeft de behoefte om meer te doen, laat dit kind dan ook meer doen. Een heel beheerst kind ga je vooral stimuleren om de grenzen te leren verleggen met kleine stapjes.

Normaal, gemiddeld en gewoon. Dit zijn drie woorden waarmee veel narigheid (huilen en straffen) begint. Praat niet over een kind alsof dat kind ‘echt niet normaal doet’ of zelfs erg lui is. Geef de ouders niet de ‘schuld’ van het gedrag van de kinderen. Ouders bepalen niet wat jij doet in de les, dat doe jij zelf. Vraag je af wat jij eraan kunt doen en waar jij invloed op kunt uitoefenen om de les fijner te maken voor het kind. En houd de ouders heel goed op de hoogte van wat je doet.

Als je verschillende zwemactiviteiten aanbiedt vanwege de verschillen in vaardigheid en je maakt een verschil in de aanpak, kom je echt tegemoet aan het individuele kind. Met een zorgvuldig voorbereide les die naadloos past bij de verschillen in vaardigheid en de types kinderen in je les, voorkom je dat een kind huilt in een les of gestraft moet worden. En dat is het beste voor het kind, voor jou én de ouder.

Voor bijna alle kinderen geldt dat een positieve benadering meer resultaat heeft dan boos worden en straffen, wat mogelijk weer leidt tot huilen. Natuurlijk is het niet altijd prettig als kinderen staan te trappelen van enthousiasme om te beginnen en jij nog zo graag iets wilt vertellen. Of als jij als invaller de namen nauwelijks kunt lezen en het allemaal wat langer duurt voor de kinderen kunnen beginnen. Kinderen worden dan al snel ongedurig. Maar geef ze dan juist wat ruimte. Bewaak in redelijkheid de grenzen. Het wordt niet zo snel een puinhoop. Laat soms de touwtjes iets vieren en bereid vooral leuke lessen voor. Ga spelenderwijs aan de slag en leer ieder kind met veel plezier zwemmen!

Deze column is geschreven door Leone Hamaker en verscheen eerder in ZwembadBranche