Als zweminstructeur weet je hoe snel een les kan kantelen. Het ene kind staat stralend op de rand klaar, het andere kind weigert iets te doen. Je corrigeert, je herhaalt, je sust. Maar heb je je ooit afgevraagd hoe vaak je in een lesuur eigenlijk iets positiefs zegt en hoe vaak iets negatiefs? Volgens kinderarts en oudercoach, dr. Chelsey Hauge-Zavaleta helpt het enorm als je je hiervan meer bewust bent.

Gedragsverschillen
Ik las laatst in Kek mama over dr. Chelsey Hauge-Zavaleta, zij is kinderarts en oudercoach en deed onderzoek naar gedragsverandering bij kinderen. Zij stelde vast dat er bij kinderen pas bij zo’n honderd positieve bevestigingen per dag meetbare gedragsverschillen zichtbaar zijn. Het gaat dan dus niet om af en toe een schouderklopje, maar om het consequent en frequent positief benoemen wat goed gaat. Voor kinderen met ADHD of autisme zou dat getal zelfs oplopen tot meer dan 450 keer per dag omdat zij gemiddeld al duizenden extra correcties méér hebben ontvangen dan hun leeftijdsgenoten zonder ADHD. Dr. Chelsey is expert op het gebied van toegepaste educatieve neurowetenschap en sociale en emotionele ontwikkeling. Ze is moeder van drie kinderen en combineert haar wetenschappelijke inzichten met praktijkervaring, zowel professioneel als persoonlijk.
Onderliggende boodschap
De precieze getallen — 100 of zelfs 462 complimenten per dag — komen uit haar eigen coachingpraktijk en zijn uiteraard geen officiële medische richtlijn. Maar de onderliggende boodschap dat kinderen gedrag herhalen dat positief en specifiek wordt benoemd, wordt breed gedragen. Nu hoef je als instructeur natuurlijk niet bij te houden of je al aan je dagquotum zit. Maar de kern van de boodschap is wél relevant, want in de dagelijkse praktijk kan het heel goed zijn dat wij meer geneigd zijn te sturen op wat fout gaat, terwijl gedrag dat wél klopt grotendeels onbenoemd blijft. Voor kinderen met ADHD, autisme of andere neurodiversiteit is de zwemles vaak een omgeving met veel prikkels, veel regels en weinig autonomie. Ze zijn in de meeste omgevingen gewend geraakt aan correcties. Kinderen met ADHD zijn gevoeliger voor kritische feedback en reageren daar anders op naarmate de tijd vordert. Als je dan consequent het goede benoemt, werk je mee aan het bijsturen van een patroon dat al jaren is ingesleten.
Lees ook: Wat kan jij dat goed! uhhh… Wat heb jij goed geoefend!
Sportscaster-aanpak: benoem wat je ziet
Als een kind de hele tijd hoort “niet je hoofd optillen”, “niet zo snel”, “niet loslaten” dan train het brein van een kind precies die negatieve instructies. Niet omdat het kind moeilijk doet, maar omdat herhaalde negatieve input een patroon inslaat. Kinderen herhalen gedrag dat opvalt, dat een reactie oplevert, ook als die reactie een correctie is. Gedrag dat wél goed gaat maar niet wordt benoemd, wordt simpelweg niet versterkt. Het glijdt voorbij. Een techniek die dr. Chelsey daarom aanbeveelt heet sportscaster praise: benoem live en concreet wat een kind goed doet, zonder overdreven enthousiasme, maar als een commentator die beschrijft wat er voor zijn neus gebeurt. Dus niet: “Goed zo!” Maar: “Je houdt je armen gestrekt.” Of: “Je wacht rustig tot het andere kind voorbij is.” Of: “Je adem gaat goed, je telt mee.” Dat klinkt misschien onwennig. Maar het effect is tweeledig: het kind hoort expliciet wat werkt, en je traint jezelf om actief te zoeken naar wat er goed gaat in plaats van alleen in te grijpen als iets misgaat. Je hoeft nu echt niet steeds een lofrede te houden bij elke slag. Maar in een zwemles zijn er vele momenten voor korte, specifieke bevestigingen zoals:
- Kind stapt zelfstandig het bad in ? “Je doet het vandaag meteen.”
- Kind probeert zijn hoofd onder ? “Je probeerde het.”
- Kind wacht aan de kant zonder te duwen ? “Je geeft de ander ruimte.”
- Kind herhaalt een oefening na een correctie ? “Je deed het opnieuw, dat is goed.”
Verschil maken
Zo leer je een kind niet alleen zwemmen maar help je ook mee aan een beter zelfbeeld van een kind. Honderd keer prijzen per dag klinkt misschien als overdreven. Maar vaker het goede benoemen dan het foute kan al een wereld van verschil maken.
Met dank aan Kek Mama ‘Gedrag van je kind veranderen? Prijs het 100 keer per dag (en bij neurodivergente kids nog vaker)’.

