Ouders optioneel?

Het valt mij dan op dat ouders regelmatig gezien worden als ‘noodzakelijk’ kwaad terwijl hun inbreng ook kan worden gezien als interessant en een verrijking. We doen het immers met elkaar. Een primaire voorwaarde hierbij is wel dat ouders zich welkom voelen. Dat zij in de zwemzaal kunnen komen en de lesgever kunnen spreken. Om een vraag te stellen, maar ook zodat de lesgever zo van de ouders dingen te weten kan komen die kunnen helpen om hun kind nog beter te begeleiden. Ouders moeten vooral ook op diverse manieren inzicht krijgen in hoe er lesgegeven wordt en wat de achterliggende gedachten en ideeën zijn. Belangrijk om de verwachtingen zo goed mogelijk te managen.

Kritisch
Maar soms hebben ouders een andere kijk op de ontwikkeling van hun kind of komt onze boodschap niet helder over. Niet alleen de kinderen, maar ook de ouders van tegenwoordig zijn veranderd. Zij zijn kritischer, mede omdat zij via allerlei media veel meer informatie kunnen verzamelen. Bovendien lijken zij een lagere drempel te hebben om hun inzichten, opmerkingen, kritiek en vragen te delen. Ik merk dat dit soms tot irritatie leidt, terwijl het ook gezien kan worden als een mogelijkheid om de communicatie met de ouders te verdiepen.

Lees ook: ‘Vaak heb ik mijzelf afgevraagd: kan dit ook anders?’

Motorische ‘armoede’
Diezelfde ouders hebben bijvoorbeeld de laatste tijd veel kunnen lezen over het feit dat kinderen tegenwoordig veel minder ervaring op doen met klimmen, vallen en weer opstaan door onder meer de TV, tablet of smartphone. Maar vooral ook doordat ouders hen steeds meer proberen te behoeden voor gevaar. Kinderen bewegen daardoor minder, doen minder ervaring op en ontwikkelen motorisch minder goed. Alleen ouders linken deze motorische ‘armoede’ niet aan de ontwikkeling van hun kind in de zwemles. Daar kunnen wij als professionals een mooie rol in hebben. Verwachtingen rondom de ontwikkeling in de zwemopleiding zijn voor ouders niet zo duidelijk als voor ons. Wij als lesgevers zijn immers expert en moeten ouders zo goed mogelijk meenemen in onze kennis en inzichten.

Met elkaar…
Hoe doe je dat dan? Een paar voorbeelden. ‘Ik zie dat uw kind het heel spannend vindt om onder water te gaan, daardoor is de zwemles best vervelend voor hem en zal het leren zwemmen langer duren dan u verwacht. U doet er goed aan om samen speels te oefenen!’ Of: ‘Ik merk dat uw kind regelmatig niet goed weet wat hij moet doen. Ik moet vaker uitleg geven en zelfs dan weet hij niet altijd wat er verwacht wordt of kan hij zijn aandacht niet vasthouden. Het leren van de zwemslagen kost zo meer moeite en tijd. Het zal helpen wanneer u regelmatig samen gaat zwemmen’. Wanneer je steeds opnieuw feitelijk en concreet vertelt wat je opmerkt en wat de gevolgen daarvan zijn kunnen ouders bewuster hun aandeel hebben in het leren zwemmen. Leren zwemmen doen we immers met elkaar…

Deze column van Claartje Driessen verscheen eerder in ZwembadBranche