Het belooft een mooi pinksterweekend te worden. Zomerse temperaturen, en dus lonkt het water. Voor Bernard Korte van het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties (NIVZ) is het weer het moment om te wijzen op de risico’s en gevaren. Want vorige week bleek uit de CBS-verdrinkingscijfers dat er 132 mensen in 2025 zijn omgekomen door verdrinking. En dat aantal kan volgens Bernard echt naar beneden.

Te veel
Het aantal over 2025 ligt lager dan over 2024, maar dat stelt Bernard geenszins gerust. Het schommelt al decennia rond hetzelfde getal, en dat is volgens hem niet nodig. “Ik geloof er heilig in dat het drastisch omlaag kan. Maar we draaien nog steeds niet aan de juiste knoppen.” Hij vreest dan ook voor de zomer die in zicht komt. “De komende maanden gaat iedereen weer in open water. In deze orde van grootte verdrinken er met mooi weer gemiddeld vijf mensen per week. Dat wil natuurlijk niemand.”
Onbewust het water in
NIVZ doet momenteel onderzoek naar bijna-verdrinkingen. Uit de verhalen van mensen die zo’n ervaring hebben meegemaakt, valt op dat het ook veel gaat om mensen die onbewust in het water vallen. “Het maakt maar weer duidelijk hoe belangrijk onderzoek is. We moeten ons daar echt meer op gaan richten,” zegt Bernard. “Het is een onderschat risico.” Maar ook wie bewust het water ingaat, onderschat de gevaren nog te vaak. “Niet elke locatie is veilig, en wie zich niet bewust is van de risico’s, loopt gevaar ongeacht de zwemvaardigheid. Ook een ervaren zwemmer kan een coldshock krijgen. Dat is fataal, hoe goed je ook kunt zwemmen. Mensen realiseren zich dat nauwelijks.” Bernard maakt daarvoor altijd de vergelijking met wintersport. “Mensen bereiden zich heel goed op voor: ze nemen in Nederland al lessen, dragen een helm, lezen zich in. Met openwaterzwemmen zou dat precies hetzelfde moeten zijn.” Die bewustwording ontbreekt ook bij ouders. “Ouders denken er te makkelijk over: mijn kind kan zwemmen, dus het is veilig. Maar buitenwater is heel anders dan een zwembad. Er is geen kennis van onderstroom, stroming, invloed van het weer en dat kost levens.”
Lees ook: De lente is begonnen: tips voor zwemmen in het buitenwater
Blinde vlek
Meer toezicht zou volgens Bernard ook veel beter zijn. Aan de kust en in het binnen- en buitenbad is het toezicht goed geregeld, in het binnenland is dat een ander verhaal. De provincie houdt wel nauwgezet de waterkwaliteit bij van zwemlocaties en geeft dan zwemadviezen, maar Bernard plaatst dat al jaren in perspectief. “Van blauwalg is nog nooit iemand doodgegaan. Toch krijgt waterkwaliteit veel meer aandacht dan toezicht op de fysieke veiligheid zelf.” Hij ziet wel concrete oplossingen. In Zwolle worden BOA’s nu opgeleid als toezichthouder bij zwemlocaties, een aanpak die hij toejuicht. “Toezicht hoeft ook niet duur te zijn. De reddingsbrigades bijvoorbeeld werken met vrijwillige lifeguard en dan is het al genoeg dat er iemand is die kan ingrijpen of hulp kan inschakelen. Je kunt je geld beter steken in het voorkomen van verdrinkingen dan in het verder optuigen van de reddingscapaciteit.” NIVZ heeft zelf een tool ontwikkeld om de risico’s van een zwemlocatie beter in kaart te brengen, maar structurele aandacht vraagt meer dan een instrument. Bernard pleit dan ook voor een structurele campagne vanuit de overheid, vergelijkbaar met de vuurwerkcampagnes. ” Er is al een start gemaakt met de ‘Wie checkt jou, veilig in en uit het water’ campagne, maar een écht grote landelijke preventie campagne vanuit de overheid is nu nodig. Alleen zoiets werkt pas als je het een paar jaar volhoudt, dus daarvoor is geld nodig en de overheid laat tot nu toe afweten.”
Blijven strijden
Binnen de branche wordt veel samengewerkt en Bernard is daar positief over. “Met de NRZ werken we aan meer aandacht voor zwemmen in open water in het zwemonderwijs. Ik zou graag zien dat kinderen ook les krijgen in open water. Ik ben mij bewust van de organisatie hiervan, maar het is echt heel belangrijk. Daarnaast werken we aan het bereiken van mensen uit opvanglocaties die niet kunnen zwemmen. Met de Reddingsbrigade kijken we hoe toezicht verder uitgebreid kan worden.” Maar het is niet genoeg, zegt Bernard, en dat zegt hij al jaren. Hij heeft nog zo’n twee jaar tot zijn pensioen. Of er voor die tijd echt iets verandert? “Ik heb er zelf een hard hoofd in. Maar ik blijf ervan overtuigd dat het beter kan, en dat het aantal verdrinkingen drastisch naar beneden kan. En daar blijf ik de komende twee jaar voor strijden.”
Het NIVZ zoekt nog mensen die een ‘bijna-verdrinking’ hebben ervaren en daarover willen spreken met de onderzoekers. Aanmelden kan bij Verdrinking.nl.
