Ook in hoger beroep veroordeling zweminstructeurs: ‘zwembad binnen de muren van het bad verantwoordelijk’

In juni vorig jaar zijn de drie zwemleraren die in 2015 toezicht hielden in het zwembad in Rhenen toen het 9-jarige meisje Salam verdronk, veroordeeld voor dood door schuld. Er volgde een hoger beroep om aan te tonen dat het aannemelijk is geweest dat de verdrinking heeft plaatsgevonden na het zwemmen en dat de ervaren zwemleraren niet nalatig zijn geweest. Gisteren was de uitspraak: ook het gerechtshof in Arnhem oordeelt dat de zweminstructeurs nalatig zijn geweest.

Drama

Het is een heftige zaak. Uiteraard is het verdriet voor de nabestaanden onbeschrijfelijk, je kind verliezen is voor ouders de grootste nachtmerrie die er is. Daarnaast is het ook een drama voor de zwemleraren. Zeker nu zij ook in hoger beroep zijn veroordeeld. Het gerechtshof stelt dat de zweminstructeurs vanaf het moment dat de leerlingen het gebouw binnenkwamen tot aan hun vertrek, toezicht op het diepe en het ondiepe zwembad moesten houden. Het doet er daarbij niet toe of het meisje na het zwemmen al dan niet is gaan douchen of al naar de kleedruimte was geweest.

Routine

Volgens het gerechtshof staat vast dat Salam op enig moment bij het diepe zwembad heeft kunnen komen en daar is verdronken doordat de zweminstructeurs de situatie onvoldoende in het oog hebben gehouden en haar niet bij dat diepe gedeelte hebben opgemerkt. Het hof is van mening dat de zorgplicht voor de veiligheid bepaald wordt door wat de concrete situatie vereist en niet door wat daarover op papier wordt afgesproken. Verder benadrukt het hof dat aan de kwaliteit van het toezicht hoge eisen mogen worden gesteld, omdat alleen op die manier een noodlottig incident als dit voorkomen wordt. Als daarin na verloop van tijd een zekere routine sluipt bestaat het risico dat het toezicht –onbedoeld- aan scherpte verliest.

Lees ook: Zwemleraren veroordeeld, rechter oordeelt dat het een ongeluk is dat voorkomen had kunnen worden

Verantwoordelijkheid

Erwin van Iersel (algemeen directeur Optisport) laat in zijn reactie weten dat deze uitspraak grote gevolgen kan hebben voor onze branche. “Uiteraard is het bovenal vreselijk voor de ouders van Salam, zij dragen dit verlies hun leven met zich mee. Tevens zie ik ook het immense verdriet van mijn collega’s en hoe het de branche in zijn geheel aangrijpt.” Voor Van Iersel is de vraag over de verantwoordelijkheid cruciaal in dit proces. “Het hof stelt dat wij als zwembad binnen de muren van ons pand verantwoordelijk zijn. Om bij het schoolzwemmen alles in goede banen te leiden, zijn juist duidelijke afspraken gemaakt over verantwoordelijkheden en ook vastgelegd in het protocol Schoolzwemmen. Door het oordeel van het hof zijn deze afspraken nu van weinig waarde.”

Vervolg

Van Iersel had graag gezien dat de veroordeelde zweminstructeurs waren vrijgesproken. “We willen hetgeen is gebeurd zeker niet kleiner maken dan het is, het is en blijft een vreselijk ongeval. Maar een vrijspraak had in onze ogen wel terecht geweest. De zweminstructeurs hebben te goeder trouw gehandeld en zijn niet nalatig geweest.” Voor hoe nu verder, is het volgens Van Iersel nog even te vroeg. “We willen dit eerst laten bezinken en de uitspraak goed besturen om paniekvoetbal te voorkomen. We zullen als branche goed moeten kijken wat deze uitspraak betekent voor onze dagelijkse praktijk. En ook of en welke maatregelen in de toekomst nodig zijn. Dit vraagt van alle betroken partijen een zeer zorgvuldige afweging.”

Kijk hier voor meer informatie over de uitspraak van het hof




Pomaz