‘En voor je het weet heb je een kruiwagen waar geen kikker meer in zit…’

Complimenten zijn belangrijk. Maar ze zijn er ook in vele soorten en maten. Je kunt zeggen: ‘Goh wat een mooie zwembroek heb jij aan!’ Of: ‘Jullie hebben allemaal heel goed je best gedaan’. Maar ook: ‘Fijn dat jij zo goed hebt geoefend’. En natuurlijk: ‘Wat buig jij je benen goed op je rug’ en ‘Wat knap dat jij je arm zover insteekt bij de borstcrawl’. Maar welke van deze 5 complimenten denk je dat het kind het meeste zal waarderen? Welke van deze 5 complimenten toont het meeste vakmanschap? Door welke van deze 5 complimenten verbetert het kind zijn vaardigheden het beste?

Details

In volgorde van boven naar beneden worden de tips, aanwijzingen en complimenten gedetailleerder. Hoe gedetailleerder de aanwijzingen en tips voor het kind zijn, hoe meer het kind de vaardigheden kan verbeteren. Maar daarvoor moet je wel veel verstand van zaken hebben. Een vakman of vakvrouw zal niet snel roepen ‘goed zo’. Het klinkt wel aardig, maar een kind heeft het er niet zo veel aan. Het moet gerichter zijn. Een vakvrouw of vakman zal precies benoemen wat er goed gaat en wat het kind kan proberen om nog beter te worden. Dat is wel een lastige. Om hele gerichte complimentjes te kunnen geven, moet je goed de details kunnen onderscheiden. En om goed de details te kunnen onderscheiden, heb je veel kennis van zaken nodig. ‘Om top te worden of te zijn hoort elk detail perfect in orde te zijn.’ Aldus de beroemdste voetballer die Nederland ooit gekend heeft.

Lees ook: Creëer de omstandigheden!

Goed of heel goed

Het is geen kwestie van slecht of goed. Het gaat om goed of heel goed en het gaat om de details. Als je beter wilt worden, moet je soms iets aan jezelf veranderen, hoe lastig ook. Vraag je eens af hoe je het nu doet en of het anders kan. Vraag je oprecht af wat je van jezelf vindt: wat kan anders en hoe? Om te veranderen kan je in discussie treden met collega’s. Ook dan gaat het om de details. Wanneer de inhoud van een discussie gedetailleerd raakt, leidt dit sneller tot verbetering. Er zit verschil in het praten over de situatie waarin kinderen 3 meter moeten leren uitdrijven en hoe dat het beste organisatorisch gedaan kan worden en de opmerking ‘jouw zwemles vond ik slecht’. Dooddoeners zijn ook: ‘zo doen we het al jaren’ of ‘het is al heel erg verbeterd in vergelijking met de jaren hiervoor’. Durf jij op zoek te gaan naar verbetering en het beter worden? Of vind je jezelf stiekem erg goed? Durf je te veranderen?

Eenduidige visie

In je team mag je 20 meningen hebben, maar als je naar een visie met kwaliteit wil, moet je tot een eenduidige visie komen. Hier mag discussie aan vooraf gaan. Maar: als de visie is vastgesteld, houdt iedereen zich eraan. Belangrijk want een team is als een kruiwagen met kikkers, deze zijn er met moeite in te houden. Als de eerste zich niet aan de visie houdt, zal het volgende teamlid zich er waarschijnlijk ook niet aanhouden. Ieder gaat zijn eigen koers varen en de visie wordt ondermijnd. Als je dus 1 lijn en 1 visie wilt hebben, behoren lesgevers ook op detailniveau op 1 lijn te zitten. Als dat niet gebeurt, zal je elkaar daar op moeten aanspreken. En dan uiteraard 1 op 1, op een geschikt moment en op een geschikte plek. Het is wel noodzakelijk dat deze gesprekken gevoerd worden. Als je als team elkaar niet aanspreekt, komt alles op het bordje van de teamleider of het hoofd zwemzaken te liggen. Deze wordt meestal al bedolven onder het werk, dus het komt er vaak niet van. Daardoor springen er nog meer kikkers uit de kruiwagen en gaan nog meer teamleden hun eigen koers varen. En voor je het weet heb je een kruiwagen waar geen kikkers meer in zitten…

Deze column is geschreven door Leone Hamaker en verscheen eerder in ZwembadBranche