Creëer de omstandigheden!

Het is moeilijk om motorisch iets geheel nieuws te leren. Dit geldt voor autorijden, paardrijden, en natuurlijk ook voor leren zwemmen. Als je het eenmaal beheerst, kan je je moeilijk voorstellen hoe moeizaam de leerweg (misschien) is geweest. Tijdens de opleiding voor zwemonderwijzer in vroegere dagen moest je een goede foutenanalyse kunnen maken, een goed klassikaal voorbeeld kunnen geven en werd je beoordeeld op het geven van klassikale en individuele aanwijzingen en correcties. Het belang van correcties en feedback geven was groot.

Aandachtsspanne bij kinderen

Nog steeds denken veel lesgevers dat die bewuste aandacht misschien wel de belangrijkste rol speelt bij leren zwemmen. Dit houdt in dat kinderen veel instructie krijgen en als de beweging duidelijk is volgt de feedback. Soms vindt dit vragenderwijs plaats als een soort van overhoring. Dit verbale deel neemt vaak een behoorlijk deel van de les in. Daarbij gaat de lesgever er aan voorbij dat die bewuste aandachtsspanne bij kinderen zeer beperkt is. Het proces moest destijds verlopen van onbewust bekwaam, naar bewust bekwaam, naar onbewust bekwaam. Tegenwoordig is het de bedoeling dat het leerproces direct van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam verloopt. Gewoon doen en ervaren, dan gaat het vanzelf beter. Sla het bewustwordingsproces gewoon over. Het krijgen van bewuste kennis van zwemmen is niet nodig om beter te leren zwemmen. Leren zwemmen doe je vooral door het te doen, als je tenminste van je zwemonderwijzer de kans krijgt om heel veel ervaring op te doen en dus veel arbeid te verrichtten in de zwemles.

‘Praatje, plaatje, daadje’

Daarmee kan het aloude ‘Praatje, plaatje, daadje’ grotendeels door het afvoerputje. Het gepraat over de techniek is meestal zonde van de tijd. De kinderen kunnen er zo weinig mee. Zorg voor een plaatje, laat een zwemstuurkaart zien of geef op andere wijze de opdracht en dan gaat het kind naar beste weten bewegen. Zomaar zelf bewegen zonder lange verhalen over hoe de techniek eruit moet komen te zien en waar het kind allemaal aan moet denken. Bij dit impliciete leren, staat het doen centraal en niet de kennis. Het gaat niet om het verbaal overbrengen van informatie bij het aanleren van een slag, maar om het creëren van omstandigheden waardoor een kind zijn eigen bewegingsoplossing kan vinden. Het gaat niet om goed of fout. Leren zwemmen gaat vooral over zelf voelen, zelf ervaren en over ‘lukken’. Er is niet één perfecte technische uitvoering voor een kind. Het kind moet zoeken naar zijn eigen, unieke bewegingsoplossing. Mits de lesgever die gelegenheid geeft aan het kind.

Gedifferentieerde aanpak

Om sneller te leren zwemmen is het belangrijk de kinderen contrasten te laten ervaren. Grote bewegingen, kleine bewegingen, omhoog, omlaag, snel, langzaam. Daar leren kinderen sneller van zwemmen. Laat ze oefenen met allerlei eigen variaties. Veel bewegen in een veilige omgeving. Een veilige plaats die vertrouwen geeft en die de kans geeft om op onderzoek te gaan. Dit vereist een gedifferentieerde aanpak van de lesgever. Kijk eens of het kind zich betrokken voelt bij de opdrachten die je geeft en bij de organisatie van je les. Als je een gedifferentieerd aanbod hebt, loop je minder kans op stress, angst, verveling, apathie en verveling bij jouw leerlingen. Als de sfeer goed is en de relatie ontspannen heeft de lesgever de tijd om rustig te observeren. Hoe gaat het met het kind? Creëer een uitdagende en uitnodigde leeromgeving, waarin de omstandigheden zich aanpassen aan het kind. Het kind zich laten aanpassen aan jouw oefenstof en al jouw keuzen doet geen recht aan het kind.

Expliciet leren

Vermijd expliciet leren zoveel mogelijk. Leg de slag niet tot in de puntjes uit. Kijk naar de totale beweging en beperk de feedback op de uitvoering. Vervang ‘kin op je borst’ door ‘kijk naar de pion op de bodem’, ‘lang maken’ door ‘tik de flexibeam aan’. Leren zwemmen gaat heus niet langer duren dan nu. Ik weet zeker dat door gevarieerd oefenen de goede technische uitvoering wordt bereikt. Lessen waarin alleen maar op dezelfde manier heen en weer wordt gezwommen, behoren tot de verleden tijd. Ze zijn niet effectief en dodelijk saai. Geen baantje zwemmen en dan teruglopen. Door variatie, zelf ontdekken, oefenen en herhalen, individuele feedback lukken dingen beter en wordt het leren zwemmen spannender en afwisselender.

Variatie

Anders kijken naar een zwemslag, wat levert het op? Leren wordt leuker. Belangrijke voorwaarden om de motivatie van kinderen te bevorderen zijn gemakkelijker in te vullen. Variatie in de uitvoering van het bewegen is een must, kinderen worden meer betrokken bij het leerproces (ik kan het zelf), een uitvoering lukt veel sneller (ik kan het). Positieve feedback geven kost de lesgever geen enkele moeite. Iedere kind leert op zijn eigen manier en op zijn eigen niveau. Iedereen is bezig met hetzelfde doel, afkijken is leuk en mag en er is verbondenheid (ik hoor er bij). Met dank aan Titeke Postma en Simone Caljouw.

Deze column is van Leone Hamaker en verscheen eerder in ZwembadBranche