‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’

Meten is weten. Als je wil weten of iets werkt ga je op zoek naar data. Vandaag verscheen een rapport over zwemmen en zwemveiligheid. Er is niet veel veranderd, wel ten aanzien van vrijzwemmen. Het aantal Nederlanders die (ook) op andere momenten zwemmen is fors gedaald, van 75% in 2008 naar 40% in 2019. Onderzoek is dus belangrijk, zeker. Maar deze tijd moet ik ook veel denken aan een liedje van De Dijk ‘Een man weet niet wat hij mist, maar als ze er niet is weet een man pas wat hij mist’. Na twee maanden gesloten te zijn geweest, kan het geluk niet op. De animo is groot. Het is duidelijk: wij worden gemist.

Ontspanning en vertier

Het is geweldig dat de zwembaden weer open mogen. Het vergt uiteraard de nodige organisatie, in deze tijd van corona is niks meer zoals het vroeger was. Binnen het ‘nieuwe’ normaal, moeten we weer gaan functioneren. Drukte vermijden, afstand houden, extra hygiene uit voorzorg. Maar als aan alles goed is gedacht, kunnen de deuren open. En blijkt ook meteen dat wij niet de enigen zijn die blij zijn weer te mogen beginnen. De animo om weer te (leren) zwemmen is groot. Zwemmen lijkt daarmee een populaire sport en het zwembad een belangrijke plek om met plezier te bewegen. Ook voor de zomervakantie is de verwachting dat het zwembad kan zorgen voor de broodnodige ontspanning en vertier. Cruijff zei het al: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’. Maar liever hebben wij geen sluiting om dit in te zien en dus is onderzoek nog steeds van groot belang om te zien hoe belangrijk wij zijn, zoals met het planningsinstrument zwembaden.

Maatschappelijk belang

Zonder twijfel dient het zwembad een maatschappelijk belang. Het heeft een belangrijke functie in het aanbieden van zwemonderwijs, behouden van de zwemvaardigheid en voor de verenigingssport. In zwembaden is mogelijkheid tot aanbod voor alle leeftijdsgroepen en voor specifieke doelgroepen, zoals mensen met een beperking en ouderen. Ook de afgelopen maanden is gebleken dat het sluiten van zwembaden gevolgen heeft voor de zwemveiligheid van onze jeugd, de vitaliteit van jong en oud en van mensen die behoren tot een specifieke doelgroep en ook de sociale betrokkenheid van ouderen. Maar zwembaden zijn ook dure accommodaties in bouw, onderhoud en exploitatie waardoor, zeker bij bezuinigingsopgaven, kritisch wordt gekeken naar het gebruik. In dit krachtenveld kan meer inzicht in de behoefte aan zwemwater in de gemeente helpen om gefundeerde keuzes te maken over het nieuw bouwen, aanpassen of sluiten van een zwembad.

Lees ook: Daarom is zwemmen je hele leven lang zo leuk!

Planningsinstrument zwembaden

Het Mulier Instituut heeft daarom in samenwerking met het werkveld een openbaar toegankelijk planningsinstrument ontwikkeld om vraag en aanbod van overdekt zwemwater, nu en in de toekomst, beter in beeld te brengen. Dit planningsinstrument maakt gebruik van planologische, technische en beleidsmatige normen en onderscheidt vijf typen zwemactiviteiten bij het bepalen van de behoefte. De activiteiten zijn: leren zwemmen, zwemsport, banenzwemmen, doelgroepenzwemmen en pretzwemmen. Voor vijf typen zwemactiviteiten wordt op basis van openbaar toegankelijke en uitlegbare kengetallen berekend wat de verwachte vraag naar zwemwater is. Hiervoor wordt onder andere gebruikgemaakt van bevolkings- en deelnamecijfers, zwemdiplomabezit, verenigingslidmaatschap en frequentie van zwemactiviteiten. Daarnaast wordt per zwemactiviteit inzicht geboden in het daarvoor aanwezige geschikte zwemwater.

Het Mulier Instituut heeft het planningsinstrument zwembaden ontwikkeld in samenwerking met Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), Vereniging Werkgever in Zwemscholen en Zwembaden (WiZZ) en de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB). Kijk voor meer informatie bij het Mulier Instituut.

Wil je meer weten over het onderzoek zwemmen en zwemveiligheid, meld je aan voor het webinar ‘Trends en ontwikkelingen ten aanzien van zwemmen’ van Corry Floor (Mulier Instituut).




RBI Corrosion