Hogere frequentie zwemles ter bevordering van de zwemvaardigheid? Zwemouders zijn voor!

Zijn onze kinderen die een diploma hebben behaald wel zwemvaardig? Het merendeel van de zwemlesaanbieders twijfelt en maakt zich zorgen. De zwemlesaanbieders vinden dat kinderen na het behalen van hun zwemdiploma te weinig oefenen en te weinig zwemmen om de zwemvaardigheid voldoende op peil te houden. Zo’n 70 procent vindt dat hierdoor de zwemvaardigheid zelfs achteruit gaat. Dit concludeert het Mulier Instituut naar aanleiding van een onderzoek naar de kenmerken van een zwemles waarbij tevens naar de mening over zwemveiligheid werd gevraagd.

Frequenter lessen

Er kan niet worden geconcludeerd dat alle zwemlesaanbieders vinden dat kinderen een lager zwemvaardigheidsniveau hebben dan vroeger. Wel is er een zorg dat kinderen na het behalen van het zwemdiploma te weinig oefenen en te weinig zwemmen. Wat betreft zwemlessen met een lange lesduur/turbozwemmen is het merendeel van de zwemlesaanbieders van mening dat een kortere lesduur van meerdere keren per week beter aansluit bij de mogelijkheden van kinderen dan één lange lesduur per week. Hier is ook behoefte aan onder een grote groep zwemouders, zo blijkt uit het Nationaal Onderzoek Zwemouders (NOZ) dat gehouden is door ZwembadBranche en waarvan de resultaten volgende week worden gepubliceerd. Hieruit blijkt namelijk dat de zwemlessen in 90% van de gevallen 1 keer per week worden aangeboden, terwijl 32% van de zwemouders een voorkeur heeft voor een hogere frequentie.

Toekomst

De toekomstverwachtingen van de zwemlesaanbieders zijn over het algemeen wel positief. Het merendeel van de aanbieders ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet (gemiddeld 71 procent). Wel zijn er twijfels en zorgen te zien. Dit heeft dan met name betrekking op de kosten voor de zwemles. Zo maakt men zich onder meer zorgen over de vorm van de gemeentelijke subsidies die niet vaststaan. Ook zijn er zorgen over het vinden van geschikt personeel/vrijwilligers. Het blijkt dat dit steeds lastiger wordt.

Lees ook: Nieuwe Nationale Norm Zwemveiligheid

Belangrijke bevindingen

  1. 84% van de zwemlesaanbieders geeft les in openbare zwembaden, met name particuliere zwemscholen geven (ook) in niet-openbare zwembaden les
  2. Wat betreft de frequentie en de lesduur biedt het merendeel van de zwemlesaanbieders als meest voorkomende vorm 1 keer in de week 45 minuten zwemles aan.
  3. 15% van de zwemlesaanbieders biedt zwemles met een lange lesduur (meer dan 90 minuten) aan. 3 procent geeft aan dat nu niet te doen, maar het in de toekomst wel te willen. Uit het NOZ blijkt dat onder zwemouders deze behoefte ook niet zo groot is, slechts 3% van de zwemouders vindt dit een goed idee.
  4. De helft van de respondenten kent voor de zwemles een minimale startleeftijd van 4 jaar, 32% van de respondenten hanteert een startleeftijd van 5 jaar. De aanbieders zien vaker 5 dan 4 jaar als ideale startleeftijd voor kinderen bij zwemles. Ook zwemouders zien 5 jaar als ideale startleeftijd, zo blijkt uit het NOZ.

Onderzoek

Voor dit onderzoek is zwemlesaanbieders gevraagd hun mening te geven over verschillende zaken die te maken hebben met zwemveiligheid. In totaal hebben 372 zwemlesaanbieders, actief in zowel zwembaden, verenigingen als bij particuliere zwemscholen, aan het onderzoek deelgenomen. Deze publicatie maakt onderdeel uit van het project NL Zwemveilig, dat wordt gecoördineerd vanuit de Nationale Raad Zwemveiligheid en mede mogelijk wordt gemaakt door het ministerie van VWS. Je kunt hier ook het hele rapport Zwemlesaanbieders 2017 lezen.




“Recreatievakbeurs”