Save the date - ZwembadBranche Dag

Familiegevoel en scheefgroei: de spagaat van de zwembadmedewerker

Onlangs hield de FNV een denk- en doe dag voor leden in de zwembaden. Een leuk programma met een workshop en een lunch was ook meteen dé gelegenheid om met elkaar te kijken naar de huidige uitdagingen in de zwembranche. De dag maakte ook de spagaat in de branche goed zichtbaar. Velen konden niet weg bij de badrand. Personeelstekort, zieke collega’s, niet gemist kunnen worden. Met hen die er wel waren, kijkt de FNV terug op een geslaagde dag. ‘We zien onder onze leden een grote behoefte aan waardering voor hun vak, en niet alleen in geld. De commerciële cao Zwembaden zet de kwaliteit van het werk onder druk.’ Lees hier de blog van Ingrid Koppelman (Bestuurder Sport en Bewegen bij FNV).

Vakkenvullen en familiegevoel

Wat meteen opvalt op zo’n dag is hoe warm mensen spreken over hun vak. Met stralende ogen en dito lach verhalen ze over hun passie voor het zwemlesgeven. De waardering die ze van klanten krijgen is dé beloning van hun werk. Het zwembad voelt als familie. Tegelijkertijd ervaren zij juist ook een gebrek aan waardering, vooral in hun salaris. Logisch, de inflatie heeft veel impact. Wat ons betreft is de ondergrens van de cao zwembaden dan ook echt te laag. De onderhandelaars aan werkgeverszijde hebben het over marktconforme lonen, maar waar moeten we dan naar kijken: de supermarkten? Het maakt nogal uit of je een potje pindakaas laat vallen of verantwoordelijk wordt gehouden voor een verdrinking. Ik snap dat commerciële zwembaden het financieel lastig kunnen hebben, maar overigens veel ook niet, alleen je personeel zo weinig betalen is niet de oplossing. Er zijn gemeentelijke zwembaden waar er minimaal 14 euro per uur wordt betaald. Of sportbedrijven waar de lonen meestijgen met de inflatie. Kunnen de commerciële baden het zich veroorloven niks te doen aan dit ‘marktconforme’ salaris? Dat zal overkomen als minachting, ben ik bang. Naast het salaris wordt bij ‘gebrek aan waardering’ ook steevast de erkenning voor het vak als lesgever, onderwijzer dus, genoemd. Er zijn grote zorgen over de kwaliteit van het vak, van opleiding tot aan begeleiding aan de badrand. Onder druk van steeds goedkoper, worden de eisen en de leeftijdsgrenzen verder naar beneden geschroefd. Onze leden vinden het dan ook hoog tijd dat het vak gelijk wordt getrokken met het onderwijs, zowel in opleiding als in beloning. Gelukkig is er nu op landelijk niveau een discussie over de borging van het zwemonderwijs in een wet. Gek eigenlijk dat dit er nog niet is.  Zwemles geven is echt een vak met didactische vaardigheden en een grote verantwoordelijkheid. Die erkenning, daar is behoefte aan. Dat bindt mensen weer aan het bad.

Lees ook: Hoge werkdruk en een gering salaris: ‘waar doe ik het allemaal voor?’

Personeelstekort en scheefgroei

Daarnaast werd er natuurlijk uitgebreid stilgestaan bij de personeelstekorten. Voor de leden is het duidelijk: de branche heeft daar zelf aan bijgedragen door het opknippen van functies in kleinere contracten en in lagere functieschalen met veel te weinig eigen regie op de te werken uren. Er is zo een imagoprobleem gecreëerd wat zorgt voor een grote uitstroom en beperkte instroom. Als vakbond maken we ons echt zorgen. We zien dat de marktwerking vooral over de rug van de werknemer wordt uitgevochten en de verschillen alleen maar groter worden. Die scheefgroei willen we rechtzetten via de cao, in de hele sportsector. Op de denk- en doe dag kwam men ook met suggesties hoe personeel te werven en te behouden, zoals het toewerken naar één betere cao met gelijke arbeidsvoorwaarden. En het opnemen van hogere kwaliteitseisen in de huidige cao. Ook wil men dat er harder wordt geklopt op de deuren van de gemeentes, en in Den Haag. Sport, zwemmen voorop, is immers een publieke taak. Er mag niet met gemeenschapsgeld ‘winst’ worden gemaakt. Het moet daar terechtkomen waar het voor bedoeld is: bij de (armere) kinderen die zwemles nodig hebben en bij het personeel dat die kinderen zwemles geeft. Geld is er genoeg in Nederland, we krijgen steeds meer bewijs van wat de FNV al langer roept: het is enorm scheef verdeeld in Nederland. Ook in het zwembad. En het personeel is daarvan steeds weer de dupe.

Staken?

Tot hier en niet verder! Staken dus? De roep om een landelijke staking wordt steeds groter. Ook bij niet-leden. We gaan zeker met elkaar serieus naar acties kijken. Maar we weten ook dat de zwembadmedewerker in een onmogelijke spagaat zit: loyaal aan de familie, maar boos op de patras familias die te weinig oog heeft voor de noden van die hardwerkende familie. En als ze er al oog voor hebben, trekken ze de ‘geen-geld-kaart’. Ons standpunt is duidelijk: begroot eerst het personeel. Goed en kundig personeel is van grote waarde voor het zwembad én de zwembranche. De mensen die voor jou het geld verdienen zijn geen sluitpost, zij zijn het kloppend hart van je bedrijf.

Deze column is geschreven door Ingrid Koppelman (Bestuurder Sport en Bewegen bij FNV).

Wil je reageren op deze column mail naar ingrid.koppelman@fnv.nl