Echte sport? Een kind op zwemles zit al op een onwijs leuke sport!

Vandaag zijn de Koningsspelen, nog steeds is het van groot belang om ieder kind de mogelijkheid te bieden te sporten en te bewegen. Recent bleek weer uit onderzoek dat het beweegpatroon van de jeugd afhankelijk is van het gezinsinkomen of het opleidingsniveau van ouders, de sportdeelname is hoger als het inkomen en de opleiding van ouders hoger zijn. Dit geldt alleen niet voor het beweeggedrag van jonge kinderen: kinderen van laagopgeleide ouders voldoen vaker aan de beweegrichtlijnen. Verklaring hiervoor is dat kinderen van die leeftijd juist weer vaker buiten spelen en bewegen. En natuurljk leren de meeste kinderen in deze leeftijdscategorie, vaak ongeacht hoog of laag inkomen en opleidingsniveau van ouders, ook zwemmen. Goed voor de zwemveiligheid én het beweeggedrag van kinderen.

Sportdeelname en bewegen

De sociaaleconomische status (SES), waarbij wordt gekeken naar het inkomen en opleidingsniveau, van ouders is van invloed op de sport- en beweegdeelname van hun kinderen. Tevens blijkt uit onderzoek van met Mulier Instituut dat naarmate ouders meer aan sport en bewegen doen en deze activiteiten belangrijker vinden, hun kinderen ook meer sporten en bewegen. Hoe hoger het opleidingsniveau en/of inkomen, hoe hoger de wekelijkse sportdeelname. Ouders met een laag gezinsinkomen geven vaker aan dat hun kinderen beperkingen ervaren dan ouders met een hoog gezinsinkomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen kinderen (4-11 jaar) en jongeren (12-17 jaar) en tussen sportdeelname en bewegen. Kinderen van laagopgeleide ouders voldoen vaker aan de beweegrichtlijnen dan kinderen met hoger opgeleide ouders. Als reden wordt gegeven dat kinderen van ouders met een laag inkomen/lage opleiding minder vaak sporten, maar juist weer vaker bewegen door buiten te spelen en te lopen en te fietsen.

Lees ook: Duurzame sportinfrastructuur: zwemmen toegankelijk houden voor iedereen!

Zwemmen

Kinderen van ouders met een hoog opleidingsniveau of gezinsinkomen besteden meer tijd aan sporten dan kinderen van ouders met een laag opleidingsniveau of gezinsinkomen. Buitenspelen, lopen/fietsen in de vrije tijd en lopen van en naar school wordt daarentegen weer vaker gedaan door kinderen van ouders met een lage opleiding of laag gezinsinkomen dan door kinderen van ouders met een hoge opleiding of hoog gezinsinkomen. Waar kinderen met een hoge SES waarschijnlijk vaker de gewoonte om te sporten in een gestructureerde setting meekrijgen van hun ouders, bewegen kinderen met een lage SES door de situatie in hun leefomgeving (kleinere en/of vollere huizen) meer vrij op straat en in de openbare ruimte. De verschillen in bewegen bij kinderen komt dus vooral tot uiting in de vrije tijd tot uiting komen en niet op school, uitzondering daarop is het schoolzwemmen. Verder blijkt hieruit dat kinderen met een hoge SES sport- en beweeggewoontes overnemen van hun ouders, terwijl kinderen met een lage SES hun gewoontes overnemen van een bredere groep mensen die dicht bij hen staan zoals familie, leerkracht op school en vrienden. Daarnaast hangt de sport die kinderen kiezen samen met hun SES. Voetbal is ongeacht het sociaaleconomisch milieu waarin kinderen opgroeien het populairst, gevolgd door zwemmen. Hockey en tennis daarentegen zijn een stuk populairder bij kinderen uit gezinnen met een hoog inkomen of van ouders met een hoge opleiding.

Voorbeeldfunctie

Jong geleerd, is oud gedaan. Zonder twijfel is sporten en bewegen goed voor de gezondheid, ontwikkeling en mentale weerbaarheid van kinderen. Maar daarnaast is het ook heel belangrijk dat kinderen bewegen zien als een belangrijk onderdeel van hun leven en dit meekrijgen van hun ouders. Iets wat zij dan weer kunnen meegeven aan de volgende generatie. Leren zwemmen is daarmee niet alleen goed voor de zwemveiligheid van kinderen, maar ook voor hun gezondheid en daarbij het kan een bepalende rol spelen in het beweeggedrag van de de rest van hun leven en dat van hun kinderen. Nog mooier is het natuurlijk als kinderen blijven zwemmen, nadat zij hun diploma hebben gehaald. Zwemmen is een laagdrempelige sport, daarnaast zijn er gelukkig financiële regelingen zodat ook kinderen met een lagere SES kunnen zwemmen. Goed om nu nog de trend te doorbreken van ouders die zeggen dat hun kind na een diploma op een ‘echte sport’ mag. Note voor de ouders: (leren) zwemmen is ook een echte sport. Wie wil er dan wat anders na een diploma?

Het onderzoek is uitgevoerd door het Mulier Instituut, hierbij is gebruik gemaakt van de data uit de Gezondheidsenquête (2017-2019), de Leefstijlmonitor en de aanvullende module Bewegen en Ongevallen (2017 en 2019). De analyse is uitgevoerd met behulp van het RIVM in het eerste kwartaal van 2021, met steun van Kenniscentrum Sport & Bewegen (KCSB) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Lees hier de volledige analyse ‘Sport- en beweeggedrag van kinderen en jongeren naar sociaaleconomisch milieu’.





Pomaz