‘De zwemles mag niet alleen in het hoofd van de zwemonderwijzer zitten’

De kwaliteit van het zwemonderwijs verbeteren en waarborgen. Dat is het doel van het Nationaal Zwemleskompas, een initiatief van Sportfondsen Nederland. Met een werkbijeenkomst op 11 mei in Kamerik werd het product gelanceerd. In het najaar van 2012 moeten de circa 120 zwemaccommodaties van Sportfondsen hun plan van aanpak gereed hebben. Het Nationaal Zwemleskompas is volgens projectmanager Thamar de Haas de opstap naar een nog meer klantgerichte benadering en moet de concurrentiepositie van Sportfondsen versterken. ‘Maar het plezier en de veiligheid van het kind staan altijd voorop.’

Goed onderwijs is meer dan enkel voldoen aan de wettelijke regels en het Zwem-ABC. Ouders willen inzicht in de vorderingen van hun kind en eisen waar voor hun geld. Ook scholen en overheid vragen om transparantie. Mede door de opkomst van particuliere aanbieders van zwemlessen en nieuwe concepten is het aanbod in de markt er bovendien niet overzichtelijker op geworden. Voor Sportfondsen reden zich duidelijker te profileren met één van haar belangrijkste producten. Met het Nationaal Zwemleskompas komt dat antwoord meteen een stuk dichterbij. De Haas benadrukt dat elke accommodatie de vrijheid heeft én houdt om de zwemlessen naar eigen inzicht aan te bieden. ‘We zijn geen franchise-organisatie die vanuit het hoofdkantoor een formule oplegt. Met de vakkennis van zwemlesonderwijzers is ook niets mis en ze hebben allemaal passie voor hun vak. Waar het ons om gaat is een herkenbare visie, maximale kwaliteit bieden en ouders en andere betrokkenen in het hele proces zo goed mogelijk informeren.’

Handboek
Omdat een goede voorbereiding het halve werk is, is veel tijd gestoken in het inventariseren van de wensen van ouders. De Haas: ‘Wie zijn oren open houdt op het schoolplein weet vaak al genoeg. Maar we wilden niets aan het toeval overlaten.’ Criteria als de afstand tot het zwembad, de mogelijkheid van kijklessen, de leeftijd om het kind met de lessen te laten starten, de groepsgrootte, het digitale leerlingvolgsysteem. Elk aspect werd door een speciaal hiervoor in het leven geroepen werkgroep met back-up in kaart gebracht. Behalve die brede oriëntatie op de markt werd ook intern elk onderdeel van het proces kritisch onder de loep genomen. Aan de hand van een checklist van vijftig elementen kon elke accommodatie de stand van zaken duidelijk maken. Het resultaat: een handboek met praktische tips, voorbeelden en formats om de kwaliteit te bieden waar Sportfondsen voor staat. Als vertrekpunt en ondersteuning bij de lokale situatie. Een kader om binnen de eigen accommodatie de eigen zwemles in te richten.’

Verbeterpunten
Op de bijeenkomst in Kamerik was een brede en enthousiaste afvaardiging van de aangesloten accommodaties aanwezig, met name locatiemanagers en de hoofden zwemzaken. In tal van workshops konden ervaringen worden uitgewisseld en werden mogelijke verbeterpunten aan de orde gesteld. Ook werd het handboek gepresenteerd. Het Nationaal Zwemleskompas is volgens De Haas een continu proces, met de focus op een klantgerichte benadering van de ouders, een efficiënte manier van werken en bovenal aandacht voor ieder kind. De komende maanden ligt de nadruk op het uitdragen van het Nationaal Zwemleskompas binnen het hele team op iedere accommodatie. Een absolute voorwaarde om van het concept een succes te maken, zo benadrukt De Haas. ‘De zwemles mag niet alleen in het hoofd van de zwemonderwijzer zitten. Iedere medewerker moet zijn rol in het geheel kennen. Het begint met de receptioniste en de eerste indruk die de klant van de organisatie krijgt. Ook de kwaliteit van het kopje koffie in de horeca telt mee. Uiteindelijk praat je over het uitstralen van gastvrijheid en het totale product.’

Lees verder in ZwembadBranche #34