De nieuwste editie van LINDA. staat in het teken van gezondheidshypes: wat werkt nou echt, wat is vooral marketing, en welke ‘moetjes’ maken ons vooral moe? En om het te testen dook LINDA.-redacteur Ellen Hensbergen een week lang in een challenge die ons niet onbekend is: banenzwemmen. En dan vóór werktijd, vijf ochtenden achter elkaar om 7.00 uur het water in. Dit deed ze niet om records te verbreken, maar om te voelen of dit iets doet met je energie, je lijf en je dag? En -ook niet onbelangrijk- is het vol te houden als je géén ochtendmens bent? Wij weten het antwoord al, maar wat was het inzicht van Ellen?

Turbomensen, baanfiles en… water-ruzie
Het plan van Ellen was simpel: wekker op tijd, badpak aan, naar het zwembad, 45 minuten zwemmen en daarna door naar werk. Ellen maakte het bewust behapbaar, dus geen ingewikkelde trainingsschema’s, geen focus op tijden, gewoon meters maken in een tempo dat past. Zwemmen leek haar ook een logische keuze. Vriendelijk voor het lichaam, laagdrempelig en – in haar geval – lekker dichtbij. Zeker! Al op dag één ontdekte Ellen dat vroegzwemmen een wereld op zich is. Mensen die vóór zeven uur al klaar zijn, sporters die moeiteloos tientallen banen weg tikken en zwemmers die het bad gebruiken als startmotor voor de dag. En zoals bij banenzwemmen hoort: de ene ochtend is het heerlijk rustig, de andere ochtend krijg je te maken met inhalen, tempo-verschillen en baan-etiquette. Inclusief een moment waarop Ellen in de rustige baan bijna in een soort conflict belandde met een mede-zwemmer: ‘De eerstvolgende 50 meter doet hij het zwembad equivalent van bumperkleven en zwemt hij expres irritant dicht achter me. Bestaat er ook een term voor road rage in het water? Float rage?‘ Maar het liep goed af, het water heeft natuurlijk ook een ontspannende werking.
Lees ook: Individualisering van de sport? Zo houd je banenzwemmen leuk!
Je dag begint meteen goed
Wat Ellen vooral opvalt is dat je zodra je eenmaal in het water ligt, er iets verandert. De eerste minuten zijn misschien wat stroef, maar daarna komt het ritme. Hoofd leeg, lijf aan. En dan stap je het bad uit met dat heerlijke gevoel van: ‘Ik heb het gewoon al gedaan’. Ellen merkte ook dat ze ’s ochtends energieker startte en zich alerter voelde. Tegelijkertijd vraagt zo’n vroege sportstart ook wat. In de middag sloeg de dip toe en ’s avonds was de energie wat minder en de behoefte om op de bank te ploffen of vroeg in bed te kruipen, Ellen noemt dit standje marmot-onder-de-dekens, groter. Maar daar stond volgens Ellen duidelijk iets anders tegenover: na je werk niet meer te onderhandelen met jezelf over nóg sporten. Ellen is wel eerlijk en vijf keer per week is voor haar wat ambitieus, zeker als je normaal gesproken niet zo’n sportmens bent en al helemaal geen ochtendmens. Maar als experiment was het meer dan geslaagd. Haar conclusie is dan ook dat elke dag is misschien wat veel is, maar twee keer per week zou moeten lukken. Dat voelt haalbaar én aantrekkelijk. En dat is ook precies waarom dit zo’n fijne ‘hype-check’ is. Zwemmen is geen trend die je na drie weken weer vergeet. Het is juist een blijvertje.
Zwemmen is goed voor je (en dat wisten we natuurlijk al)
Ik hoef hier natuurlijk niemand te overtuigen van de waarde van zwemmen. Maar het blijft belangrijk om het hardop te zeggen en vooral om dit soort verhalen te delen. Het laat weer eens mooi zien hoe toegankelijk zwemmen is, ook voor mensen die zichzelf niet als sporter zien. En dan zeker banenzwemmen zo voordat je dag begint een frisse, rustige start van je dag geeft en je houdt in de avond ook nog eens tijd over. Daarnaast is het natuurlijk een hele fijne manier van bewegen zonder zware impact op je gewrichten en geeft het ook een mentale reset doordat je veel bezig bent met ademhaling en ritme. Maar vooral ook heel fijn als iemand anders dat ook weer eens heeft ervaren en hardop zegt! Bedankt Ellen en geniet van je nieuwe hobby!
Lees hier de blog van Ellen Hensbergen over haar challenge.

