Arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen: wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?

Als onderdeel van de landelijke Arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2020 is een enquête uitgezet bij sportwerkgevers, waaronder 235 zwembaden, zwemscholen of zwem-/duikverenigingen. Tegelijk zijn via een tweede enquête afgestudeerden van mbo- en hbo-sportopleidingen bevraagd over hun banen. Kunnen we hiermee iets zeggen over de arbeidsmarktontwikkelingen? Hoe staat het er nu voor en wat zijn de uitdagingen voor de toekomst? In deze blog gaan wij in op een aantal zwembranche specifieke resultaten.

Coronacrisis

Zoals te verwachten hebben zwembaden en zwemscholen de meeste betaalde banen, de zwemverenigingen werken veel met vrijwilligers. Zwembaden hebben gemiddeld 21 betaalde medewerkers in dienst, waarvan 15 in een sport- en beweeggerelateerde functie. Bij de zwemscholen gaat het gemiddeld om 4 personen, allen (ook) sport- en beweeggerelateerd. De coronacrisis heeft een grote impact op de inzet van medewerkers en vrijwilligers in de zwembranche. Na de eerste lockdown gaf meer dan de helft aan dat de omzet is verminderd (64%) en dat zij steun hebben gevraagd bij de overheid en/of gemeente (64%). Een klein aantal gaf aan failliet te zijn (1%) of personeel te hebben moeten ontslaan (2%). Bij 5% was er sprake van betalingsproblemen en 12% zette minder zzp’ers of uitzendkrachten in. Voor de tweede lockdown had het merendeel nog vertrouwen in de toekomst, een klein aantal dacht de crisis niet te overleven (3%) of kon het nog niet inschatten (10%). Qua personeel verwacht zo’n 23% een groei in aantal fte in betaalde sport- en beweeggerelateerde functies, 71% verwacht dat het gelijk blijft en 7% verwacht een krimp. Hierbij gaat het vooral om vervanging van huidige medewerkers.

Banen divers en versnipperd

Het gaat in de zwembranche vooral om zweminstructeurs (gericht op zwemles maar ook andere zwemactiviteiten en doelgroepen) en toezichthouders/lifeguards, opgeleid in het mbo. Daarnaast zijn er lokaal steeds meer combinatiefunctionarissen/ buurtsportcoaches, die (ook) een aanstelling hebben. De type dienstverbanden van de medewerkers in de zwembranche zijn divers (vast contract, tijdelijk, oproepkrachten), maar de meeste (61%) medewerkers met een sport- en beweeggerelateerde functies hebben een vaste aanstelling. Ten opzichte van andere sportbranches hebben medewerkers in de zwembranche daarmee relatief vaak een vast contract. Verder blijkt dat de omvang van specifieke sport- en beweeggerelateerde banen van recent afgestudeerden relatief klein is en verder versnipperd. Daarbij worden niet alle vacatures ingevuld, dit komt niet zozeer door het aanbod aan afgestudeerden vanuit opleidingen, maar vooral door de baankenmerken. Vooral te kleine vacatures (43%) vormen een knelpunt voor afgestudeerden, daarbij geven zij aan in navolgende jaren graag verder door te groeien in sport- en beweeggerelateerde functies.

Lees ook: Wanneer moet je in deze coronatijd wel en niet naar je werk?

Zorgen toekomst

De uitkomsten van deze monitor zijn waardevol, maar hierin is de tweede lockdown niet meegenomen. De relatief positieve verwachtingen van toen kunnen dus nu een stuk minder rooskleurig zijn. De uitdagingen op het terrein van baankenmerken en doorgroeimogelijkheden voor medewerkers lijken voor de zwembranche daarbij niet nieuw, maar er ontstaat mogelijk wel een nieuw vraagstuk. Doordat mbo-sportopleidingen lange tijd niet of beperkt (praktijk) lessen konden verzorgen, wordt verwacht dat er in 2021 nauwelijks afgestudeerden zijn die de branche opleidingen voor zwemonderwijzers of lifeguards afronden. Dat terwijl er als gevolg van de zwembadsluiting lange wachtlijsten zijn ontstaan voor kinderen die op zwemles gaan en daarbij is de verwachting dat openluchtzwembaden eerder open gaan dit jaar. De vraag naar deskundig personeel neemt toe, maar het is de vraag of er voldoende aanbod is.

Highlights

  1. De werkgevers van de bevraagde zwembaden hebben gemiddeld 21 betaalde medewerkers in dienst, waarvan 15 in een sport- en beweeggerelateerde functie. Bij zwemscholen gaat het gemiddeld om vier personen (allen sport- en beweeggerelateerde functies) en bij zwem- en duikverenigingen worden de activiteiten voornamelijk door vrijwilligers begeleid.
  2. De organisaties in de zwembranche waren tussen de eerste en tweede lockdown positief over de overlevingskansen van de coronacrisis en bij een gering aandeel (2%) moest personeel worden ontslagen.
  3. Zo’n 23% van de organisaties gaf aan in de komende vijf jaar groei in aantal fte’s te verwachten ten opzichte van 7% die krimp verwacht.
  4. Naast de functies zweminstructeur en toezichthouder/lifeguard zijn er ook steeds vaker combinatiefunctionarissen/buurtsportcoaches met een aanstelling bij een zwembad, zwemschool of zwemvereniging.
  5. Medewerkers in de zwembranche hebben relatief vaak een vast contract (61%).
  6. Baankenmerken (zoals klein aantal uren) spelen in algemene zin een grotere rol bij het niet ingevuld krijgen van een deel van de vacatures dan de beschikbaarheid van afgestudeerden.

Lees hier een zwemspecifieke factsheet met daarin een aantal specifieke cijfers voor de zwembranche, met name vanuit het perspectief van de werkgevers.

Lees de uitkomsten over het totale onderzoek naar gehele arbeidsmarkt sport en bewegen op www.arbeidsmarktmonitorsportenbewegen.nl met een publiekssamenvatting en het onderzoeksrapport.

De Arbeidsmarktmonitor Sport is een initiatief van NOC*NSF, MBO-Raad, HSO, KVLO, WOS, SBB, NL Actief en de Nationale Raad Zwemveiligheid en wordt meestal om het jaar uitgevoerd. Het doel is om arbeidsmarktontwikkelingen te kunnen volgen, zowel vanuit het perspectief van werkgevers met sport- en beweeggerelateerde functies als van afgestudeerden van sportopleidingen. De gegevens zijn verzameld in het najaar van 2020, tussen de eerste en tweede lockdown.





Hellebrekers