Zwemmen in Nederland: groot maatschappelijk belang, uitdagingen voor de toekomst

  • Nederland beschikt, als zwemland, over een ijzersterke zweminfrastructuur. Die infrastructuur staat echter onder druk door bezuinigingen en door schuivende consumentenvoorkeuren. Om een zwemland te blijven, dienen overheid, commercie en burgerij de handen ineen te slaan en met nieuwe modellen te komen voor de exploitatie van voorzieningen en voor zwemonderwijs dat iedereen bereikt en de basis legt voor een leven lang zwemmen. Het is aan de rijksoverheid om daarin duidelijker de koers aan te geven, en aan lokale partijen om handen en voeten te geven aan die modellen.
  • Zwemmen biedt volop kansen om mensen een leven lang in beweging te laten blijven. De zwemsport levert een belangrijke bijdrage aan de topsportambities van Nederland. Goed zwemonderwijs is van levensbelang voor het voorkomen van verdrinkingen.

Dit zijn de meest in het oog springende conclusies uit Zwemmen in Nederland. In dit eerste ‘brancherapport sport’ bundelen onderzoekers van het Mulier Instituut voor het eerst alle beschikbare kennis over de zwemsport in Nederland. Hieronder volgen enkele concrete uitkomsten:

Over zwemvaardigheid:

  • De overgrote meerderheid (94%) van de Nederlandse kinderen haalt minimaal één zwemdiploma, maar lang niet iedereen haalt het volledige zwem-ABC. De laatste jaren daalt de verkoop van C diploma’s.
  • Steeds minder scholen bieden schoolzwemmen aan (2012 43% van de Nederlandse gemeenten). Schoolzwemmen is vooral voor etnische minderheden en mensen met lagere inkomens van betekenis voor het behalen van zwemdiploma’s.
  • 61 procent van de zwemlesaanbieders had in 2011/2012 een wachtlijst voor kinderen tot en met zes jaar.

Over zwemmen en zwemsport:

  • In totaal wonnen de Nederlandse zwemmers bij de Olympische Spelen 57 medailles, waarvan twintig gouden, achttien zilveren en negentien bronzen. Dat is 21% van alle medailles, terwijl maar 8% van de olympische deelnemers aan de zwemsport deelneemt.
  • Een op de drie Nederlanders zwemt minimaal eens per jaar, bijna een op de vijf zwemt ten minste eens per maand. Nederlanders beschouwen zwemmen bij uitstek als een sport die ‘goed is voor de gezondheid’ en ‘niet blessuregevoelig’.
  • De laatste jaren echter daalt het aandeel mensen dat zwemt. Zwom in 2006 nog 21% ten minste eens per maand, in 2012 was dat gedaald naar 18%. Op langere termijn (vanaf 1995) is een stelselmatige daling zichtbaar in het aandeel frequente zwemmers. Ook de ledentallen van de KNZB en de bezoekerscijfers aan zwembaden zijn de afgelopen jaren gedaald.

Over zwemvoorzieningen:

  • Anno 2012 zijn er in Nederland 1.537 zwembaden (2002: 1.593), waarvan er bijna 700 openbaar toegankelijk zijn. Verder telt Nederland 1.200 zwemlesaanbieders. Er zijn 665 zwemverenigingen en reddingsbrigades actief.
  • Jaarlijks investeren gemeenten 270 miljoen euro in bouw en exploitatie van zwembaden. Dat komt neer op 18 procent van het totale gemeentelijke sportbudget.
  • 93% van de burgers vindt dat een zwembad een basisvoorziening zou moeten zijn in een gemeente. Inwoners hechten meer belang aan zwembaden, dan aan een bibliotheek, stadspark, of andere door de gemeente ondersteunde voorzieningen.
  • 93% van de gemeenten heeft bezuinigd op sport of verwacht te moeten bezuinigen op sport; 64% van de zwembaden vreest bezuinigingen en 12% vreest voor sluiting.

Zwemmen in Nederland is een initiatief van het Mulier Instituut dat met financiële steun van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) is gerealiseerd. Aan het project werkten verder mee: VeiligheidNL, Reddingsbrigade Nederland, Nationaal Platform Zwembaden | NRZ, Expertisecentrum Zwemonderwijs en KNZB.

 
 EasySwim Pro