27 maart ZwembadBranche Congres

‘Zolang het niet van bovenaf wordt opgelegd, zal het van onderop moeten komen’

Sporten en bewegen is essentieel, dat weet Joop Alberda als geen ander. Maar dit erkennen is niet genoeg. Als je echt wat wil bereiken, moet de daad bij het woord worden gevoerd. Tijdens een studiereis naar Denemarken zag hij wat er gebeurt als je als overheid het daadwerkelijk faciliteert voor je burgers. Een inspiratiebron voor Nederland, hoewel Alberda niet de illusie heeft dat het hier op korte termijn zal veranderen. Het manifest ‘Bewegen, het nieuwe normaal’ dat hij samen met een aantal sporticonen schreef in 2020 zorgde ook niet voor de gewenste omwenteling. Maar Alberda geeft niet op. “Al gebeurt er iets, dan is dat beter dan niets.”

Joop Alberda is geen onbekende in de sportbranche, de legendarische Olympische overwinning van het volleybalteam in 1996 waar hij coach van was staat bij velen nog op het netvlies. Een jaar later trad hij in dienst als technisch directeur bij sportkoepel NOC*NSF, waarna onder zijn bestuurlijke leiding bij de Olympische Spelen in Sydney (2000) een recordaantal van 25 medailles werd behaald. Zijn hart ligt nog altijd bij de sport, medio 2020 publiceerde Alberda met een aantal andere prominenten – onder wie Louis van Gaal en prof. Erik Scherder – een pamflet waarin ze het kabinet opriepen om werk te maken van een gezonde samenleving en recent schreef hij een column waarin hij de beweegplicht introduceerde. “We kunnen volwassenen niet dwingen om te sporten of te bewegen, met pubers ligt dat anders. Ik vergelijk het met het stemrecht voor volwassenen op hun achttiende na de leerplicht, we investeren in een goede opleiding wat de maatschappij op lange termijn ten goede komt. Analoog daaraan zouden we een beweegplicht moeten invoeren die na het achttiende levensjaar wordt omgezet in een beweegrecht.”


Ben jij op zoek naar een leverancier van bodemzuigers? 👉 Klik hier.



Superclubs

Als het aan Alberda ligt, neemt de overheid de regie om Nederland in beweging te krijgen. Hij was dan ook meteen onder de indruk van het Deens model dat hij met eigen ogen zag tijdens zijn studiereis afgelopen april. “In Denemarken ziet men sporten en bewegen niet alleen als essentieel, de overheid is ook wettelijk verplicht om dat te faciliteren. Een mooi voorbeeld hiervan is dat elke vereniging €?125,00 krijgt per lid, naast de contributie van de leden zelf. Met dit geld kunnen verenigingen gediplomeerde trainers aannemen en hun leden professioneel begeleiden. Dit komt de ontwikkeling van de leden ten goede, maar ook de plezierbeleving. Belangrijk omdat we graag willen dat deze leden hun leven lang blijven bewegen, wanneer zij hieraan plezier beleven neemt de kans hierop toe.” Daarnaast benadrukt Alberda dat het ook goed is voor de vrijwilligers van een club. “Het is bekend dat zij graag worden aangestuurd door professionals, hiermee ondersteun je dus ook je vrijwilliger die je als club zo hard nodig hebt.” Omdat Alberda al langer overtuigd was van de toegevoegde waarde van betaalde krachten, heeft de volleybalbond Nevobo de ‘Superclubs’ geïntroduceerd. “Deze clubs krijgen geld om professionals aan te nemen die de vereniging begeleiden, de leden trainen en de vrijwilligers aansturen. Daarnaast kunnen zij ondersteunen in het opzetten van samenwerkingen tussen clubs. De financiering komt van verschillende partijen, waaronder Nevobo.” Alberda is zeker trots op dit initiatief en hoopt dat vele bonden zullen volgen, maar het illustreert volgens hem ook hoe het werkt in Nederland. “Er is vanuit de overheid geen visie op sporten en bewegen en de professionalisering van de breedtesport. Verschillende departementen zijn erbij betrokken en bemoeien zich ermee, maar er is geen regie. Als het dan niet van bovenaf gebeurt, komen er initiatieven van onderop. Het is natuurlijk beter dat er iets gebeurt dan niets. Gevaar is wel dat de overheid vervolgens achteroverleunt omdat de sportbranche zo goed in staat is om het zelf te doen.” 

Lees ook: Erik Scherder: ‘Beweeg voor een beter brein’

Lichaam én geest

Hierbij steekt Alberda ook de hand in eigen boezem. “Kennelijk lukt het de sportbranche niet om een vuist te maken en te zorgen voor een kentering. We moeten als branche nog steeds aantonen wat het belang van sporten en bewegen is voor onze samenleving, terwijl dat inmiddels evident is. Zeker in de coronaperiode was het overduidelijk dat wij zonder sporten en bewegen kwetsbaar zijn als samenleving, zowel lichamelijk als geestelijk.” Voor Alberda is het heel simpel, onze gezondheid staat onder druk en dus moet er worden geïnvesteerd in preventie. “Het probleem is alleen dat de overheid nog niet overgaat tot een sportwet, men wil de burger niet te veel voorschrijven wat hij of zij moet doen. Maar deze vrijheid gaat ons nu niet helpen en ik maak mij grote zorgen om onze vitaliteit. Met alle gevolgen van dien ook voor de gezondheidszorg. We moeten nu echt meer inzetten op preventieve zorg in plaats van curatieve zorg en daarbij speelt bewegen een sleutelrol. Voor de huidige generatie komt het helaas te laat, maar laten we het dan vooral doen voor de volgende generatie.” Naast het professionaliseren van verenigingen ziet Alberda ook graag dat er meer aandacht komt voor het bewegingsonderwijs. “Maak bewegen gelijk aan taal en rekenen, de lichamelijke ontwikkeling is immers net zo belangrijk als de cognitieve ontwikkeling van een kind. En creëer een setting waarbij scholen samen met verenigingen en lokale sportaanbieders kunnen zorgen voor een aantrekkelijk en gevarieerd beweegaanbod.” Ook hier voorziet Alberda een belangrijke rol voor de minister, tegelijkertijd realiseert hij zich terdege dat scholen eveneens een grote mate van vrijheid hebben om dit naar eigen inzicht in te vullen. “Maar we staan voor een aantal grote uitdagingen waaronder het klimaat en onze gezondheid. Juist binnen het onderwijs kun je de jeugd het besef hierover bijbrengen en laten zien wat zij daar zelf aan kunnen doen. Er zijn binnen de beweegsector veel professionals die hieraan kunnen bijdragen, laten we dit dan ook benutten.” 

Sporten en bewegen de norm

Of de omwenteling er echt gaat komen, vraagt Alberda zich af. Het weerhoudt hem er echter niet van om ervoor te blijven pleiten. Waarbij de studiereis hem weer eens duidelijk maakt hoe het ook kan. Natuurlijk is ieder land weer anders, maar het belangrijkste verschil is dat in Denemarken de overheid zijn verantwoordelijkheid neemt. “De Denen benadrukken niet alleen het belang van sport en bewegen, zij faciliteren het ook.” Maar zolang het niet van bovenaf wordt opgelegd, zal het volgens Alberda van onderop komen. “Om toch iets in beweging te zetten moeten verenigingen en sportaanbieders samen optrekken. Met elkaar kunnen wij zorgen dat de volgende generatie niet verloren gaat en werken aan een vitaal Nederland. Waar sporten en bewegen als essentieel wordt gezien voor een gezond lichaam én een gezonde geest.”

Dit artikel verscheen eerder al in ZwembadBranche #89

Wil jij de komende editie van ZwembadBranche ook (thuis) ontvangen? Meld je dan aan voor een gratis abonnement via deze link.

advertentie

Aquatickets