Week van het Zwemonderwijs: aandacht voor ervaringsgericht leren

‘Zwemonderwijzers in Nederland doen iets bijzonders, ze geven kinderen een zwempaspoort voor het leven’, aldus Ronald ter Hoeven, directeur van het Nationaal Platform Zwembaden I NRZ. Dit kennisinstituut voor de zwembranche organiseert de Week van het Zwemonderwijs van 7 tot en met 14 mei 2011, waaronder op dinsdag 10 mei 2011 een programma voor zwemonderwijzers. Tijdens dit evenement kunnen zwemonderwijzers, managers en andere belangstellenden hun kennis over zwemonderwijs delen en verdiepen. De Week van het Zwemonderwijs is dit jaar groter dan ooit en is hét nationale evenement dat geen zwemonderwijzer mag missen.

‘In Nederland leren alle kinderen zwemmen’, aldus Ter Hoeven. ‘Dat vinden we normaal, maar dat is het niet. Lang niet in alle landen kunnen kinderen zo vroeg en zo goed zwemmen. Zwemonderwijzers doen iets bijzonders, want met het Zwem-ABC op zak hebben kinderen een zwempaspoort voor het leven. Het kind is niet alleen al op jonge leeftijd veilig in en rond het water. Kinderen vieren ook verjaardagspartijtjes in het zwembad, uniek in de wereld en zwemmen is tot op hoge leeftijd een geschikte vorm van bewegen. Het is fantastisch dat de zwem onderwijzers in Nederland dat voor elkaar krijgen en daar zijn we trots op!’ Niet voor niets wordt op dinsdag 10 mei de zwemonderwijzer van het jaar verkozen. Net als vorig jaar vormt dit weer een hoogtepunt van de Week van het Zwemonderwijs.

De Week van het Zwemonderwijs staat dit jaar in het teken van zwemtrots en er is speciale aandacht voor ervaringsgericht leren. Eén van de keynote sprekers is Marcel van Herpen, projectleider bij het expertisecentrum Duurzaam opvoeden en ontwikkelen. ‘Bij alle vormen van onderwijs staan twee zaken voorop’, zegt Van Herpen. ‘Een kind moet zich wel bevinden, het moet plezier hebben in wat hij/zij doet én het moet betrokken zijn bij de activiteit. Daarmee bedoel ik dat het kind zelf keuzes mag maken en zelf inzichten ontwikkelt.’ Bij ervaringsgericht onderwijs worden activiteiten bij voorkeur in een geheel aangeboden. ‘Het kind moet begrijpen waar hij/zij mee bezig is, wat het doel is van wat hij/zij aan het doen is. Dan voelt het kind zich betrokken en leert het kind beter.’ Een doel in het zwemonderwijs kan bijvoorbeeld zijn: naar de overkant komen. ‘Het is beter daar de nadruk op te leggen, dan heel lang bezig te zijn met één onderdeel van een zwemslag’, aldus Van Herpen. ‘Om naar de overkant te komen, gaat het kind vanzelf bewegen.’ Bij zwemmen is de techniek echter wel belangrijk. ‘Ik zeg dan ook niet dat die techniek niet geoefend moet worden, zo nodig stap voor stap. Zolang het kind maar begrijpt waar hij/zij het voor doet.’ Een didactisch voordeel van het aanbieden van betekenisvolle opdrachten, is dat kinderen niet langer langs de kant staan te wachten op iemand anders. Ze gaan zelfstandig aan de slag. ‘Kinderen willen vooruit, dat kan niet als je staat te wachten.’

Lees het hele artikel in ZwembadBranche nr.27