Waterdicht: zwemvaardigheid en -veiligheid in het basisonderwijs

De aanleiding voor het gehele traject ‘Verbetering zwemvaardigheid’ ligt eigenlijk in de motie Rabbae c.s., die in november 2000 in de Tweede Kamer werd aangenomen. In die motie werd aan het kabinet gevraagd om in overleg met de gemeenten te komen tot maatregelen waardoor alle kinderen in Nederland aan het einde van de basisschool in het bezit zouden zijn van een zwemdiploma. Een mooi streven, maar om dit verantwoord vorm te kunnen geven, hebben gemeenten adequate informatie nodig. In dit kader hebben verschillende projecten plaatsgevonden.

Uit het vorige project, het ‘10-puntenplan Verbetering Zwemvaardigheid’, kwam onder andere naar voren dat er geen landelijke systematische registratie van zwemvaardigheid is. Op dit moment is het dus niet duidelijk hoeveel kinderen die de basisschool verlaten in bezit zijn van een zwemdiploma en kunnen er geen betrouwbare uitspraken gedaan worden over de zwemvaardigheid van kinderen. Met het project ‘Waterdicht’ wordt dit wel mogelijk, waarmee een wens die ook binnen de zwembadbranche al langer bestaat, wordt vervuld. Behalve gegevens over de zwemvaardigheid van kinderen is er ook behoefte om het aanbod voor het verbeteren van de zwemvaardigheid in kaart te brengen. Hiervoor wordt een grootschalig onderzoek onder de naam Zwemmonitor uitgevoerd. Hiermee kan worden nagegaan wat de omvang en samenstelling is van de zwembadbranche en welke ontwikkelingen zich daarbinnen afspelen. Het laatste grote onderzoek op dit gebied stamt uit 2002.

‘Waterdicht’ wordt uitgevoerd door het W.J.H. Mulier Instituut (inhoud) en Comprenz (website). De regie is in handen van Vereniging Sport en Gemeenten in opdracht van het ministerie van OCW. Het project bestaat uit verschillende delen. De belangrijkste is het opzetten van een internet tool waarin wordt bijgehouden hoeveel leerlingen in het basisonderwijs in het bezit zijn van zwemdiploma’s en welke diploma’s dit zijn. De internet tool zal te vinden zijn op de reeds bestaande website www.zwemvaardigheid.nl, waar ook alle inhoudelijke informatie uit het 10-puntenplan verzameld is. De adressen en contactgegevens van alle zwembaden en zwemlesaanbieders maken deel uit van de online tool. Voor een optimaal beeld wordt in groep 3, 5 en 7 gevraagd de diploma gegevens van de kinderen per klas via internet in te voeren. Dit kan eenvoudig online, maar het is ook mogelijk eerst een invulformulier te downloaden en die vervolgens te uploaden. De namen van de kinderen worden alleen gebruikt voor het printen van een individueel advies wanneer kinderen op een zekere leeftijd niet zwemvaardig of zwemveilig zijn. In dit advies wordt aan de ouders aangegeven waar hun kind in de buurt zwemlessen kan volgen met eventueel een verwijzing naar het gemeentelijke loket waar aanvullende informatie kan worden gevonden. Veel gemeenten kennen een stimuleringsbeleid ten aanzien van zwemvaardigheid. Met een druk op de knop kunnen deze adviezen geprint worden en kan bestaande informatie gericht en doelmatig worden ingezet. Op deze manier worden alle kinderen bereikt en worden ouders ondersteund bij de verantwoordelijkheid voor de zwemveiligheid van kinderen. Een verantwoordelijkheid die behalve bij de ouders of verzorgers van het kind, ook bij de gemeente, het onderwijs en de zwemlesaanbieder ligt. De internet tool wordt eerst uitgezet bij ongeveer tien gemeenten. Zij vormen de pilot-groep. In elke gemeente worden bijeenkomsten gehouden om de betrokken, lokale personen te enthousiasmeren en de werkwijze uit te leggen. In de eerste helft van 2011 wordt het aantal gemeenten uitgebreid tot 100. Aan het eind van 2011 worden alle Nederlandse gemeenten bij Waterdicht betrokken. Via de online tool worden de uitkomsten betreffende de zwemvaardigheid en –veiligheid weergegeven voor Nederland als totaal, met verbijzonderingen naar groep in het basisonderwijs per regio en/of provincie. Ook worden gegevens gepresenteerd over welk deel van de scholen nog schoolzwemmen verzorgt De internet tool geeft beleidsmakers daarmee een instrument om snel zichtbaar te maken waar de zwemvaardigheid en zwemveiligheid nog aandacht behoeven. Daarnaast helpt het de ouders van kinderen in het basisonderwijs tijdig in te grijpen als hun kind op een bepaald moment niet voldoet aan de eisen van zwemveiligheid en zwemvaardigheid.

Lees het hele artikel in ZwembadBranche nr.26

 
 “VConsyst”