Richtlijnen COPD: ‘Bewegen (zwemmen) heeft een positieve invloed’

Het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) en Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) hebben in 2020 en 2021 de richtlijnen voor de behandeling van de longziekte COPD herzien. In beide richtlijnen is er ook aandacht voor bewegen. Maar wat is de richtlijn ten aanzien van bewegen? En hoe kan je als sportaanbieder hierbij samen met andere betrokkenen ondersteunen? Alles over Sport legt het uit.

Belang van bewegen

Bewegen kan het leven van mensen met COPD positief beïnvloeden, reden dat bewegen onderdeel uitmaakt van de richtlijnen van zowel Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) als Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). Voldoende bewegen kan bij mensen met COPD zorgen voor minder last van ademhalingsproblemen, een verbetering van het functionele en maximale fysieke vermogen en het risico op een longaanval en ziekenhuisopname verlagen.

  • COPD-richtlijn NHG
    Leefstijl staat uitgebreid beschreven in de NHG-standaard, benadrukt wordt dat bewegen bijdraagt aan het verbeteren of stabiel houden van fysiek functioneren van COPD-patiënten. De NHG-standaard raadt professionals aan hun patiënten te adviseren minimaal 150 minuten per week matig intensief bewegen. Ook krijgt een professional het advies een doorverwijzing naar de fysiotherapeut te overwegen bij patiënten met een verhoogde ziektelast – met name bij CCQ van 2 of hoger. Dat komt overeen met het advies van de beweegrichtlijnen.
  • Lees ook: Hoe kun je mensen met een fysieke beperking helpen?

  • COPD-richtlijn KNGF
    De richtlijn van het KNGF benadrukt dat het belangrijk is om de meest doelmatige therapievorm in te zetten bij patiënten met COPD. Welke therapievorm geschikt is voor de patiënt wordt bepaald op basis van een profielindeling. De profielindeling is gebaseerd op wel of geen ziekenhuisopname vanwege longaanval, de symptoomlast en de fysieke capaciteit en activiteit. Het KNGF onderscheidt daarbij zes profielen om tot een geschikte therapievorm te komen. Belangrijk hierbij is de onderhoudsfase, waarbij patiënten worden doorverwezen naar regulier sport- en beweegaanbod of onderhoudsbehandeling binnen de eerste lijn, afhankelijk van het profiel van de patiënt. Zwembaden zouden hierin uiteraard ook een belangrijke rol kunnen spelen.

Patiëntenprofiel en therapievorm bepalen (Illustratie: KNGF)

Spelen de richtlijnen op elkaar in?

Beide richtlijnen benadrukken het belang van bewegen en het doorverwijzen naar beweegaanbod. De richtlijnen zijn aanvullend op elkaar in te zetten. De NHG benadrukt verwijzing naar fysiotherapie zodra het bijdraagt aan het verbeteren of stabiel houden van fysiek functioneren. De praktijkondersteuner (poh) of huisarts heeft een signalerende rol om patiënten met COPD door te sturen. Vervolgens doet de fysiotherapeut een assessment om het profiel van de patiënt en de geschikte therapievorm te bepalen. Vanuit daar komt de patiënt in behandeling in de eerstelijnszorg of krijgt hij of zij een doorverwijzing naar een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) of regulier sport- en beweegaanbod.

Wat kan jij doen?

Wat men hiermee wil bereiken is dat de eerstelijnszorgprofessional zich ervan bewust is dat bewegen een belangrijke rol kan spelen voor mensen met een COPD. Dat men ziet of een patiënt voldoende beweegt of dat er met bewegen vooruitgang is te behalen. Ook als patiënten niet direct veel symptoomlast hebben, maar weinig bewegen, kan er winst worden geboekt. Voor professionals in de eerstelijnszorg is het soms lastig om door te verwijzen naar regulier sport- en beweegaanbod. Niet altijd heeft men zicht op het beschikbare aanbod. Hierbij kan dan een buurtsportcoach met hun verbindende, coördinerende en organiserende functie ondersteunen. Zwemmen is ook zeker heel geschikt, het is dus van groot belang dat de buurtsportcoach of de zorgprofessionals goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden.

Met dank aan Alles over Sport




Splash Software