Kinderen met een speciale onderwijsbehoefte leren zwemmen: do’s and don’ts

Leren zwemmen is niet voor ieder kind hetzelfde, elk kind is anders. Maar wat als een kind een beperking heeft? Voor een kind met een beperking is exclusief zwemonderwijs lang niet altijd de beste oplossing. Kinderen met een speciale onderwijsbehoefte voelen zich even normaal als ieder ander kind dat op zwemles zit. De inclusieve zwemles kan een veilig plaats zijn voor iedereen, ook voor diegene die anders leert.  Goed differentiëren is dan wel een belangrijke voorwaarde. Maar er zijn meer aandachtspunten. In het boek ‘ZWI +: Zwemles geven aan kinderen met een speciale onderwijsbehoefte’ geven Patty van ‘t Hooft (Passend Bewegen) en Irma Kokx (ZVVEM) vanuit hun kennis en expertise inzichten en tips voor een inclusieve zwemles met kinderen met een beperking. Van hoe je de les kunt inrichten tot hoe je kunt omgaan met de verwachtingen van ouders.

Do’s and don’ts voor speciaal zwemonderwijs

  1. Je kunt in het voortraject, dus vóór aanvang van de zwemles, het beste een goede verstandhouding met ouders opbouwen door goed te weten wat zij verwachten en hier in alle eerlijkheid en openheid op aansluiten door aan te geven wat wel en ook wat niet mogelijk is.
  2. Wist je dat een nadeel van één op één zwemles kan zijn dat je een ‘ideaal opstelling’ in het zwembad creëert, waardoor het eigenlijk niet haalbaar is voor een kind om naar het plaatselijke discozwemmen te gaan? Hij of zij heeft immers dan nog nooit geoefend om te zwemmen met en naast anderen.
  3. Bij een kind in je zwemlesgroep met probleemgedrag loop je het risico dat je onevenredig veel aandacht aan dit kind besteedt wat meestal niet helpend is.
  4. Verrassend! Een algemeen en groots compliment kan leiden tot een verminderd zelfvertrouwen. Oftewel: de paradox van het compliment.
  5. Naast de meest bekende fysieke veiligheid (het voorkomen van de verdrinkingsdood) zijn sociaal-emotionele veiligheid (veilig voelen in de groep) en cognitieve veiligheid (begrijpen van wat er wordt bedoeld) minstens zo belangrijk. Focus op alle drie.
  6. Het zwemdiploma en/of certificaat is niet altijd het einddoel.
  7. Vooral doen: observeren, analyseren en aan de slag. Kijk en ervaar.
  8. Vooral niet doen: proberen om een diagnose te stellen bij een kind dat in jouw zwemlesgroep zit.

Lees ook: Zwemmen met een beperking? Denk in mogelijkheden!

Enkele statements van (ervaringsdeskundige ) ouders

  • Als ouder ken ik mijn kind als geen ander. Laten we het vooral samen doen door te overleggen over wat wel kan, niet kan en wat haalbaar is.
  • Denk niet dat je het weet, als ouders staan we soms nog steeds voor raadsels.
  • Ga niet uit van de beperking maar vanuit de mogelijkheden.
  • Onze kinderen zijn evenwaardig, behandel/benader ze dan ook zo
  • Maak eerst contact met het kind en richt je dan tot de ouder.
  • Achter de handicap zit een mooi mens.
  • Mensen met een beperking verrijken je ‘mens zijn’.

Irma Kokx en Patty van ’t Hooft

Irma Kokx heeft jarenlange ervaring in de zwembranche en adviseert zwembaden op het gebied van exploitatie en communicatie, eerder beschreef zij haar eigentijdse kijk op zwemles in haar boek ZVVEM.
Patty van ‘t Hooft is opgeleid als fysiotherapeut, docent lichamelijk opvoeding en psychomotorisch therapeut en heeft ervaring in het zwemonderwijs, tevens is zij als hogeschooldocent verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle.

‘ZWI +: Zwemles geven aan kinderen met een speciale onderwijsbehoefte’ kun je bestellen via de Uitgeversgroep.




Splash Software