Zwembaden zijn niet alleen belangrijk voor zwemonderwijs en vertier, ze zijn ook cruciaal voor de volksgezondheid. Toch valt de sector op de begroting nog te vaak onder de noemer ‘vrije tijd, cultuur en recreatie’. Terwijl de medische zorg miljarden consumeert, kan de beweegsector de kosten juist drukken door in te zetten op preventie. Gisteren is een motie in de Tweede Kamer aangenomen die de sleutel kan zijn om deze kloof te dichten. Dit verplicht het kabinet om sport en bewegen versneld te integreren in het landelijke preventiebeleid. Voor de zwembranche opent dit op termijn concrete kansen om een rol van betekenis te spelen in de preventieve zorg.
Maatschappelijke kosten en baten
De financiering vanuit de zorg voor sporten en bewegen is complex. De medische zorgwereld eist klinisch-wetenschappelijk bewijs voordat er budgetten worden vrijgemaakt. Maar lokale sport- en beweegprogramma’s kunnen logischerwijs nooit aan dezelfde klinische standaarden voldoen als bijvoorbeeld een nieuw medisch geneesmiddel. Hierdoor bleven preventiebudgetten tot nu toe onbereikbaar voor sportaanbieders. En daar komt nu verandering in. De Richtlijn Passend Bewijs voor preventie biedt een flexibele, maar betrouwbare systematiek om de maatschappelijke kosten en baten van preventie te beoordelen. Zonder dat er onrealistische medische eisen worden gesteld, kunnen met deze richtlijn langetermijneffecten van preventie op de gezondheid en zorgkosten beter worden meegewogen. Door het aannemen van de motie, ingediend door van de Kamerleden Inge van Dijk (CDA), Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA) en Renilde Huizenga (D66), worden sport en bewegen de allereerste officiële praktijkcasus (pilot) binnen de verdere uitwerking van deze richtlijn. Daarmee krijgt sport versneld een formele status als ‘erkend preventief instrument’.
Wat gaat er nu gebeuren?
Het aannemen van deze motie geeft een duidelijke politieke opdracht mee aan de regering en roept gelijk om actie. Allereerst moet het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) sport en bewegen als officiële eerste praktijkcase gebruiken bij de uitwerking van de nieuwe preventierichtlijn. Achter de schermen start hiermee direct de ambtelijke molen. Ambtenaren van het ministerie moeten op korte termijn samen met sportkoepel NOC*NSF om de tafel om uit te werken hoe de maatschappelijke en fysieke effecten van sportactiviteiten meetbaar gemaakt kunnen worden binnen de standaarden van de zorgsystematiek. Tot slot is de minister verplicht om binnen afzienbare tijd in een officiële brief aan de Tweede Kamer te rapporteren over de voortgang en de eerste resultaten van deze pilot.
Concrete kansen
Dit biedt zeker ook grote kansen voor zwembaden, die uitermate geschikt zijn voor mensen van alle leeftijden om te werken aan hun gezondheid. Juist de zwembranche beschikt over de perfecte voorwaarden en infrastructuur om hieraan een bijdrage te leveren.
- Aanspraak op zorgverzekerings- en preventiebudgetten
Zodra zwemactiviteiten via de Richtlijn Passend Bewijs formeel erkend zijn, verschuift de financiering naar het zorgdomein. Doelgroepprogramma’s zoals aqua-therapie, banenzwemmen voor ouderen of revalidatiezwemmen kunnen dan in de toekomst (deels) vergoed gaan worden vanuit preventie-akkoorden en zorgverzekeraars. In de huidige praktijk geldt dit nu vrijwel alleen voor hydrotherapie bij een officiële chronische indicatie. Bovendien kunnen de kosten voor patiënten vooraf behoorlijk oplopen, aangezien de eerste behandelingen niet vanuit de basisverzekering worden vergoed en dus volledig uit eigen zak of via een dure aanvullende verzekering moeten worden betaald. Wie geen ernstige chronische aandoening heeft, is volledig aangewezen op een aanvullende zorgverzekering. Slechts een klein aantal verzekeraars dekt dit, vaak tot een heel laag maximumbedrag per jaar. - Gerichte instroom via ‘Zwemmen op Recept’
Vanwege de lage gewrichtsbelasting in het water is zwemmen bij uitstek geschikt voor kwetsbare groepen, zoals mensen met overgewicht, chronische klachten of senioren. Zodra de preventieve waarde via de nieuwe richtlijn zwart-op-wit staat, kunnen huisartsen, fysiotherapeuten en praktijkondersteuners veel gerichter en formeler patiënten doorverwijzen naar het zwembad.
Aan de slag met innovatie
Met het aannemen van de motie heeft de politiek een belangrijke stap gezet, maar de vertaalslag naar de praktijk is nu aan de beweegsector zelf. Deze ontwikkelingen bieden de perfecte aanleiding om extra in te zetten op kennis en innovatie rondom het opzetten van specifiek aanbod voor doelgroepen. Door beweegprogramma’s op te stellen en de resultaten goed te monitoren, is de zwembranche klaar voor de toekomst waarin sport en zorg hand in hand gaan. Bovendien geeft dit exploitanten en managers belangrijke data in handen: wie kan aantonen dat het zwembad ook lokaal een functie heeft als preventiecentrum waarmee zorgkosten worden bespaard, staat immers sterker als de vraag op tafel komt of het zwembad behouden moet blijven.