Maar ja, we hebben geen tijd hè?

Bij het opruimen van mijn werkkamer kwam ik onlangs een aantal stageboekjes tegen. Van een langwerpig formaat en voorzien van kunstlederen kaft, zodat de buitenkant in ieder geval niet beschadigd raakte als die nat zou worden. De boekjes behoorden bij de opleiding zwemonderwijzer, die ik vanaf 1974 heb gevolgd. Destijds omvatte de beroepsopleiding zwemonderwijzer een cursus van twee jaar met als theoretisch fundament het vijfdelige handboek voor de zwemonderwijzer dat onder redactie van Rob Kerkhoven was uitgegeven.

Stageboekje

Het doorbladeren van de stageboekjes riep mooie herinneringen op aan mijn opleiding. Ik behaalde op mijn 11de het A-diploma. De reeks tot en met F volgde daarna relatief snel, wat gezien mijn leeftijd niet onlogisch was. Maar ook het enthousiasme waarmee de reeks van vaardigheden door de toenmalige zwemonderwijzers is overgedragen zal daar zeker aan hebben bijgedragen. Al zeg ik het zelf: ik was technische geen onverdienstelijke zwemmer. Maar ik heb nooit de drang gehad dit te vergelijken met anderen. Dat is de reden waarom ik het doen van spelletjes verschrikkelijk vind en niks kan voorstellen bij een ‘wij hebben gewonnen’ gevoel. Wellicht waren het de succeservaringen van de zwemlessen in combinatie met een Teleac cursus ‘Leer uw kind zwemmen’ die mijn interesse voor de opleiding zwemonderwijzer op jonge leeftijd opwekten. Met het enthousiasme waarmee mij onder andere de rechtstandige sprong achterwaarts, gestrekt uit stand is geleerd, werd ik door diezelfde vakmensen begeleid in mijn opleiding. Trouw mijn stageboekje mee, om volgens de criteria van de cursus de zwemlessen te verzorgen. Elke week een aantal, waarbij telkens de tijd werd genomen om de lessen uitvoerig na te bespreken. Dat alles werd schriftelijk vastgelegd door vakmensen die ik destijds vanuit mijn opvoeding zag als referentiepersonen.


Ben jij op zoek naar een leverancier voor zwemlesmaterialen? 👉 Klik hier.



Lees ook: ‘Daar hebben we toch die infrastructuur van zwembaden voor?’

‘Kundigheid’

Onlangs had ik een overleg waarin werd voorgesteld te onderzoeken of het mogelijk is regionaal een promotiecampagne op te zetten om het vak zwemonderwijzer op de kaart te zetten. Ik reageer wel eens primair en zo ook op dit voorstel, ik zei namelijk ‘nee’. En een paar weken later ben ik ervan overtuigd dat dit soort campagnes alleen maar de beurs van de marketingbureaus spekken. Dat mag, als het resultaat oplevert. Maar ik geloof bij voorbaat niet in het resultaat. Dat komt omdat ik vind dat bij te veel zwembaden eerst een organisatorische en inhoudelijke verbeterslag moet worden gemaakt om vakmensen te werven en vooral te behouden. Waarop ik dat baseer? Ik ervaar te veel situaties waarin de eerste kennismaking met ons vak eerder averechts dan wervend wordt gemaakt. Leerlingen van de middelbare school die mogen meehelpen met het schoonmaken van de toiletten. Is dat promotie voor ons vak? Gebrek aan tijd of zelfs aan interesse om nieuwe vakbroeders te begeleiden. En met begeleiden bedoel ik ook echt de tijd nemen om bij een cursist of stagiaire te gaan zitten aan de hand van een stageplan. Het verzandt nu in een over de schouders kijken naast het geven van de eigen zwemles. Er is immers geen tijd, geen interesse en vaak ook is het gebrek aan kundigheid fnuikend. ‘Kundigheid’ die niet aansluit op datgene wat stagiaires in hun opleiding mee krijgen over veiligheid, methodiek, didactiek en techniek.

Ik ben zeker niet iemand die vroeger alles beter vindt. Maar ik verlang als het om ons vak gaat wel terug naar die referentiepersonen die hun enthousiasme keer op keer wisten over te brengen en daarmee elk marketingbureau overbodig maakten. En het is zo simpel: primair gastmanschap, vakmanschap en betrokkenheid bij cursisten en stagiaires.

Maar ja, we hebben geen tijd hè?

Deze column uit ZwembadBranche #86 is geschreven door Eduard Leurs.


advertentie

Alle leveranciers voor de zwembranche vind je hier