‘Daar hebben we toch die infrastructuur van zwembaden voor?’

De zomer zit er weer op. Een zomer waarbij de Olympische Spelen in Tokyo een soort van ‘sportief toetje’ had moeten zijn. Maar ik betrapte mijzelf erop dat een evenement, hoe groots ook, zonder publiek voor mij niet leeft. Als toeschouwer miste ik de interactie tussen sporters en de aanmoedigingen vanaf de tribunes. Mede daarom heb ik maar heel weinig sport gekeken, waarbij het zwemmen nog de meeste aandacht kreeg. Maar ook met toeschouwers zouden de zwemprestaties in mijn ogen een deceptie zijn geweest: een land waar één van ’s werelds beste zweminfrastructuren aanwezig is, behaalt drie zilveren medailles. Hoewel de media jubelend waren over de beste Olympische Spelen ooit, kun je niet anders concluderen dat alle hens aan dek moet voor de zwemsport. We staan de komende jaren voor de uitdaging om meer kinderen voor de zwemsport te behouden.

Zonder de intentie te hebben compleet te zijn en overal de oplossing voor te hebben, wil ik er een aantal noemen. Eerder schreef ik al een column over de toekomst van de verenigingen. De traditionele verenigingsstructuur staat onder druk. De betrokkenheid van leden bij een vereniging neemt af, er wordt meer ‘geshopt’ en de inzet van deskundige vrijwilligers wordt steeds minder. In het verlengde hiervan zie ik al langere tijd dat verenigingen op het gebied van scouting kansen laten liggen. Het werven van nieuwe leden is meer dan het stoppen van een kleurrijk foldertje in het mapje van het zwemdiploma. Het vereist een intensieve en regelmatige inzet van persoonlijke kundigheid.

Lees ook: ‘Zwemvaardigheid na het diploma: hoe borgen we dat?’

Als het om die kundigheid gaat, ben ik van mening dat er veel verbeterd moet worden. Dat begint bij de zwemlessen. Ik heb de luxe dat ik door heel Nederland in de ‘zwembadkeukens’ kan kijken. Helaas moet ik constateren dat methodieken steeds verder zijn uitgekleed, met als gevolg dat 80% van de tijd in 20% van het zwemeffect wordt geïnvesteerd. Helaas zijn goede technische analyses schaars geworden en wordt er vaak gewerkt op de automatische piloot. Hierbij gaat dan vervolgens veel mis in het aanleren van de goede (technische) vaardigheden. Ik kan helaas vaak niet anders constateren dan dat kinderen te lang op zwemles zitten en het uiteindelijke technische resultaat mager is. En juist die lange duur van zwemlessen is weer geen stimulans om na het behalen van de diploma’s te blijven zwemmen. De meeste ouders zijn de bezoeken aan het zwembad na zo’n twee jaar spuugzat. Nog los van het feit dat het een enorme uitdaging is om kinderen die rond hun vijfde zwemvaardig zijn te behouden tot hun twaalfde, de leeftijd waarop kinderen bewust gaan kiezen voor een sportieve uitdaging in de sport.

Als we met elkaar in staat zijn de schouders onder het zwemmen te zetten, mogen we blij zijn als we over vier Olympische Spelen de eerste positieve effecten merken. We hebben met elkaar forse uitdagingen in te vullen. Eerlijk is eerlijk: zwemmen te laten ontwikkelen als succesvolle sport geeft uitstraling. En dat zien we dan weer terug in de zwembaden, het betekent dat onze gasten vaker en langer in de zwemaccommodaties verblijven. Daar hebben we toch ook die enorme infrastructuur van zwembaden voor…?

Deze column van Eduard Leurs verscheen eerder in ZwembadBranche #80
Wil je reageren op de column van Eduard? Mail naar eduard@debelevingsspecialist.nl




Cursus Omgevingswet en zwembaden
X