‘Maar bovenal moeten de kinderen het leuk vinden, daar valt of staat alles mee’

Martin en Claartje Driessen begonnen begin jaren negentig met een privé zwembad aan huis. Om uit de kosten te blijven, besloot het echtpaar een aantal zwemlessen te geven. Zo’n twintig later is deze hobby uitgegroeid tot een groot bedrijf met een zwemschool en een aantal zwembaden. Inmiddels zijn de zonen Driessen ook werkzaam in het bedrijf. De familie Driessen is nauw betrokken bij de zwembadbranche en heeft een duidelijke missie: ieder kind huppelend naar de zwemles.

Nadat de eerste zwemlessen in 1993 thuis waren gegeven, werden de ambities al vrij snel groter. In 1998 was het tweede bad een feit en was het echtpaar een bekende speler in de zwembadbranche. Zeker ook doordat men vanaf het begin de nadruk legde op innovatie. Claartje en Martin Driessen hebben een missie en dan is stilzitten zeker geen optie. Voor goed zwemonderwijs moet je altijd in ontwikkeling blijven.

Bewegingservaring
Vanaf het begin heeft Claartje Driessen zich beziggehouden met de ontwikkeling van het zwemonderwijs. In 1996 is zij nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het Zwem-ABC. Volgens Driessen een belangrijke stap. ‘Het Zwem ABC staat garant voor een levenlang plezier in het water. Zeker de toevoeging van het C diploma is waardevol.’ Daarnaast is Zwemschool Drie Essen één van de eersten die bewust is gestart met zwemles in dieper water. ‘Het grote voordeel van dieper water is dat de kinderen maximaal stuw- en weerstandservaringen opdoen en zo een groot watergevoel ontwikkelen. De voeten, die zorgen voor de stuwing in het water, zijn automatisch los van de bodem. In ondiep water lopen de kinderen over de bodem, hierdoor missen ze dit. Je merkt ook duidelijk dat kinderen die in dieper water beginnen een optimale basis krijgen voor het hele ABC traject. Goed watergevoel en ontspannen kunnen drijven vormen de basis voor het aanleren van de zwemslagen.’ Het belang van dieper water wordt ook vooral onderstreept doordat kinderen steeds jonger beginnen aan zwemles. ‘Het maakt zeker uit of je begint met 5 of 9 jaar. Kinderen van 5 jaar hebben veel meer behoefte aan bewegingservaring, dit kan het best in dieper water.’ Om kinderen te ondersteunen in dieper water zijn er verschillende mogelijkheden zoals drijfpakjes of vleugeltjes. Kurkjes raadt Driessen af. ‘Kinderen moeten de balans ontdekken tussen de zwaartekracht en de opwaartse kracht. Doordat er kurkjes om hun middel zitten, wordt deze balans verstoord. Wanneer de kurkjes afgaan, wordt het drijven lastig.’ Bij voorkeur gebruikt Driessen drijfpakjes. Kinderen voelen de drijfelementen niet echt, terwijl ze wel goed worden ondersteund. Maar bovenal benadrukt Driessen dat het niet gaat om het middel, maar om de visie erachter.

Aandacht leerproces
Nadat vanuit de zwemschool veel aandacht was besteed aan een goed concept voor het leren zwemmen in dieper water, wilde Driessen de methode aanscherpen. En dan met name de pedagogische kant. Aangetrokken door de visie van Marcel van Herpen op het onderwijs, maakte Driessen de vertaling naar het zwemonderwijs. ‘Door de school van mijn kinderen was ik in aanmerking gekomen met het ErvaringsGericht Onderwijs van Marcel van Herpen. Het sloot precies aan bij mijn ideeën over het zwemonderwijs. Lesgeven op het niveau van een kind. Het kind krijgt de ruimte en staat niet te wachten, maar werkt samen in een groepje in het water.’ Al snel had Driessen door dat dit een nieuwe impuls kon geven aan het zwemonderwijs. ‘We merkten dat het Zwem-ABC mensen teveel liet denken in eindtermen in plaats van de weg ernaar toe. Er was te weinig aandacht voor het leerproces van een kind.’ Als voorbeeld geeft Driessen het aanleren van de schoolslag. ‘Veel zwemonderwijzers vinden dit lastig en beginnen hier daarom vroeg mee om het op tijd onder de knie hebben. Maar als je hier vroeg in de opleidingsweg mee begint, ontbreekt de basis en wordt het inderdaad lastig. Juist door de tijd te nemen voor de basis, gaat het daarna een stuk makkelijker.’

Lees verder in ZwembadBranche #33

 
 Pomaz