Lokaal beleid en zwemmen: dit staat er in de collegeprogramma’s over zwemmen

In 98 procent van de gemeentelijke collegeprogramma’s voor 2018-2022 wordt aandacht besteed aan sport. Sport is daarbij nadrukkelijk verweven met andere beleidsterreinen en landelijke ontwikkelingen zoals gezondheid, duurzaamheid en samenwerking binnen en buiten de sector. Dat concludeert het Mulier Instituut op basis van een analyse van de positie van sport in de collegeprogramma’s 2018-2022 van 104 Nederlandse gemeenten. En zwemmen? Het zwembad wordt nog steeds, net als de programma’s uit 2014, veel genoemd. Schoolzwemmen wordt in tegenstelling tot de vorige collegeprogramma’s helaas nog nauwelijks genoemd.

Sociaal maatschappelijke waarde

Uit de analyse blijkt dat drie kwart van de gemeenten (73%) een aparte sportparagraaf in het collegeprogramma heeft opgenomen. De termen sportvereniging, sportaccommodatie en bewegen worden het vaakst genoemd, daarna volgt zwembad. Sport is, meer dan in 2010 en 2014, in beeld bij andere beleidsterreinen. Drie kwart van de gemeenten benoemt sport bij het bespreken van een ander terrein zoals de participatiesamenleving, het sociaal domein, gezondheid, duurzaamheid of toegankelijkheid. Dit illustreert dat lokaal sportbeleid wordt vormgegeven in een bredere context en wordt beïnvloed door landelijke ontwikkelingen. Verder onderstreept de brede aandacht voor sport de aan sport toegekende sociaalmaatschappelijke waarde en het geloof in de kracht van sport. De collegeprogramma’s bieden verder voldoende inhoudelijke aanknopingspunten om in aansluiting op het Nationale Sportakkoord tot lokale sportakkoorden te komen.

Highlights

De volgende thema’s krijgen in de sportparagrafen van de collegeprogramma’s de meeste aandacht:

  • Sportverenigingen zijn voor gemeenten een belangrijke samenwerkingspartner, waar meer taken en verantwoordelijkheden worden neergelegd. Sportverenigingen worden gezien als belangrijke ontmoetingsplek met een grote maatschappelijke waarde.
  • Bij sportaccommodaties staat betaalbaarheid, duurzaamheid en toekomstbestendigheid centraal. Hiervoor wordt een optimale configuratie en multifunctioneel gebruik nagestreefd en nagedacht over andere beheervormen.
  • Beweeggedrag en een gezonde en actieve leefstijl worden gestimuleerd, waarbij aansluitend op de Omgevingswet veelvuldig de verbinding wordt gemaakt met het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte.
  • Fysieke en sociale toegankelijkheid tot sport voor mensen met een beperking, gezinnen met een krappe beurs en ouderen wordt gewaarborgd, zodat sprake is van een inclusieve sport.Voor dit onderzoek zijn de collegeprogramma’s 2018-2022 van 104 gemeenten geanalyseerd op aandacht voor sport.

Wil je weten wat de burgers over zwemmen zeggen? Lees ook: ‘Als inwoners investeringen in de sport tegen elkaar moeten afwegen, gaat het geld naar schoolzwemmen’

Zwemmen

Naast de termen sportvereniging, sportaccommodatie en bewegen wordt zwembad het vaakst genoemd. In de vorige regeerperiode van de gemeenten stond het zwembad ook op nummer 4, maar het wordt nu weer vaker genoemd. In de collegeprogramma’s van met name kleinere gemeenten wordt vaak de specifieke naam van een sporthal, sportpark of zwembad gebruikt. Reden hiervoor is dat kleine gemeenten vaak over één grote sportaccommodatie beschikken en daar een gericht plan voor hebben. Tevens zien gemeenten ook kansen voor het optimaliseren van de bezetting van accommodaties als zwembaden en ijsbanen. Als je kijkt naar de onderliggende programma’s van de partijen die onderdeel zijn van het college dan wordt het zwembad door alle partijen genoemd, naast de termen speelplein en sporthal.

Schoolzwemmen

Helaas krijgt het schoolzwemmen nagenoeg geen aandacht, terwijl het in 2014 nog een groot thema was. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat veel gemeenten in de vorige collegeperiode(n) hebben besloten de verantwoordelijkheid en de keuzes rondom schoolzwemmen volledig bij de basisscholen neer te leggen. Schoolzwemmen wordt nog maar weinig aangeboden en dus is gemeentelijk beleid niet nodig. Ook voor bewegingsonderwijs, eveneens een groot thema in 2014, is de aandacht verminderd. Verrassend, want gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht hiervoor en het is een actueel politiek onderwerp. De Nederlandse Sportraad, de PO-Raad en de Gezondheidsraad hebben geadviseerd om kinderen elke dag minstens twee keer een halfuur te laten bewegen. De uitvoer hiervan kan worden gerealiseerd door gemeenten, maar uit de collegeprogramma’s blijkt dat zij dit nog niet doen. Ook een gemiste kans voor het schoolzwemmen, dat een belangrijk onderdeel kan uitmaken van het bewegingsonderwijs.

Lees meer hierover in het rapport ‘Sport in collegeprogramma’s 2018-2022: Samen, duurzaam en gezond’ door Marieke Reitsma en Remco Hoekman van het Mulier Instituut




Pomaz