Lesgeven volgens het protocol: hoe doe je dat?

‘De zweminstructeur geeft zoveel mogelijk les op een afstand van 1,5 meter tot de kinderen, bij voorkeur vanaf de kant. Zwemonderwijzers dienen 1,5 meter afstand tot hun leerlingen te houden ter bescherming van henzelf.’ Zo luidt de richtlijn van het protocol ‘Verantwoord Zwemmen’ voor de zwemles. Het streven is en blijft dat kinderen met een zwemdiploma zwemveilig en -vaardig zijn en er plezier aan beleven zodat zij hun levenlang blijven zwemmen. Het is daarbij vooral belangrijk dat kinderen tijdens de zwemles op een prettige manier watervrij worden gemaakt. Hiervoor zijn verschillende methoden. Maar wat betekenen de richtlijnen nu voor de zwemles van met name de beginners? Wij vroegen het een aantal zwemlesaanbieders.

Heidi Oudejans – Programmamanager Schoolzwemmen Amsterdam

In Amsterdam wacht men met het schoolzwemmen nog met het lesgeven aan de beginners. Heidi Oudejans geeft aan dat dit een bewuste keuze is. “Normaal staan wij met de beginners, en als de overstap wordt gemaakt van het ondiepe naar het diepe, in het water tussen de kinderen. Omdat wij afstand moeten houden, geven wij nu geen les aan de kinderen van niveau 1. Wij starten de schoolzwemlessen eerst met kinderen die lessen op niveau 3, als we wat verder zijn doen we ook niveau 2. Kinderen die verder zijn dan niveau 1 kunnen onder meer vallen en opstaan in het water en durven onder water. Dit is voor ons heel belangrijk, je wil niet dat een kind in een situatie komt dat hij of zij zichzelf niet kan redden. Natuurlijk springt iedere lesgever meteen in het water als het misgaat, maar dit is een nare ervaring voor het kind die je wil voorkomen. Leren zwemmen gaat, naast veiligheid, vooral ook over plezier, over je vertrouwd voelen. Een ingreep werkt daar dan niet aan mee.” Je kunt best lesgeven vanaf de kant, wij vinden juist dat kinderen zelf moeten ervaren wat leren zwemmen is, ook wel bekend als het impliciet leren. Alleen wij staan bij de beginners en wanneer kinderen voor het eerste naar diep water gaan wel in de buurt. Voor hun veiligheid.” Heidi is blij dat de zwemlessen en het schoolzwemmen weer kunnen beginnen, maar zij verwacht niet dat de achterstand van de afgelopen twee maanden zomaar is ingehaald. “Als ik kijk naar de situatie in Amsterdam, dan denk ik dat het vier jaar duurt voordat wij weer op het niveau van voor corona zitten. We zien de wachtlijsten oplopen waardoor kinderen later op zwemles kunnen en ook meer gebruik maken van het schoolzwemvangnet. Het is een soort domino-effect wat wij dus nog lang zullen merken.” Heidi ziet geen mogelijkheden om de capaciteit te vergroten en het dan in te halen. “Wij benutten al het beschikbare water en personeel volledig, ik zie nu dus ook geen enkele mogelijkheid om op te schalen. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de zwemveiligheid, maar ons rest nu niks anders dan hiervoor de tijd te nemen.”

Lees ook: Het ‘nieuwe’ leren zwemmen: ‘ook op afstand kun je toch dichtbij komen’

Iris Oomkens – Bedrijfsleider buitenbad de Goudvijver

Iris Oomkens geeft al tien jaar zwemles in het buitenbad. Voor de omgeving is het een begrip. “In die tien jaar tijd is het aantal kinderen van nog geen 100 gegroeid naar ongeveer 300.” Toen groen licht werd gegeven, zette Iris dan ook alles op alles om weer te kunnen starten. “Gelukkig waren wij al wel begonnen met de voorbereiding, ik had onder meer de groepen ingedeeld en de groepsgrootte aangepast van tien naar zes om te voorkomen dat het te druk zou worden. Maar na de eerste dagen zag ik al snel dat dit niet nodig is, dus we gaan vanaf 2 juni weer terug naar tien. Dan kunnen wij ook weer twee keer per week een zwemles aanbieden.” En alleen maar vanaf de kant. “Dat deden wij al omdat het in het water, vooral in het begin van het seizoen, voor ons te koud is om een paar lessen achter elkaar te geven.” Dit geldt overigens niet voor de kinderen, die hoor je nooit. “We houden natuurlijk rekening met hen, de lessen duren 20 minuten en de zij moeten in het water en in beweging blijven.” Het enige wat nu niet wordt gedaan, is het fysiek ondersteunen. “Voorheen hielpen wij de kinderen nog wel eens vanaf de kant, maar nu blijven wij op afstand.” Voor het leren zwemmen worden hulpmiddelen als kurkjes en flexibeams gebruikt en zwemstuurkaarten. “Natuurlijk vinden wij het ook belangrijk dat kinderen voldoende vertrouwen krijgen. Ik geloof alleen niet dat je hiervoor het water in hoeft. Je kunt ook heel veel bereiken met mimiek en stemgebruik. En het is misschien een open deur, maar ook het positief benaderen moet je zeker niet onderschatten.” Iris is voorstander van het lesgeven vanaf de kant, maar ziet het niet als een heilig moeten. “Uiteindelijk ben je als lesgever professioneel genoeg om je lessen aan te passen aan het kind. Het fysiek aanraken wordt de laatste jaren wel steeds minder. Sommige kinderen zijn daar ook helemaal niet van gediend en het hoeft naar mijn idee ook niet. En nu mag het niet. Voor ons is het daarom simpel: wij blijven op afstand en stappen hier alleen vanaf in nood.”

Lees de reacties van Hinke van der Veen (Eigenaar zwemschool De Krabbelaar), Leo de Haas (Manager Sportfondsen Amsterdam-Oost), John Wilson (Hoofd zwemzaken Het Wedde) in het ZwembadBranche e-zine over de coronacrisis in de zwembranche.




Variopool